Bijvoeglijk nmw + voca hfd 5 - MAVO

Bonjour tout le monde!
Aujourd'hui:
  • Herhaling bijvoeglijk naamwoord
  • Voca oefenen hoofdstuk 5 + maak- en huiswerk
1 / 26
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Bonjour tout le monde!
Aujourd'hui:
  • Herhaling bijvoeglijk naamwoord
  • Voca oefenen hoofdstuk 5 + maak- en huiswerk

Slide 1 - Slide

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?
"Le t-shirt est bleu"
A
Le
B
t-shirt
C
est
D
bleu

Slide 2 - Quiz

'Bleu' was het bijvoeglijk naamwoord, omdat...
A
Het een kleur is
B
Het iets zegt over 'le t-shirt'
C
Het met être is vervoegd

Slide 3 - Quiz

Het bijvoeglijk naamwoord
  • Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets over het zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld:
    de grote hond - de kleine hamster - de grappige vraag
  • In het Frans kijk je dus altijd naar het 'geslacht' van het zelfstandig naamwoord - mannelijk - vrouwelijk - enkelvoud - meervoud:
    le grand chien - le petit hamster - la question drôle

Slide 4 - Slide

Zet de correcte uitgangen achter de soort zelfstandig naamwoorden!
Mannelijk enkelvoud (le/l')
Vrouwelijk enkelvoud (la/l')
Mannelijk meervoud (les)
Vrouwelijk meervoud (les)
Bijvoeglijk
nmw + E
Bijvoeglijk nmw + S
Bijvoeglijk nmw + ES
Bijvoeglijk nmw + niets

Slide 5 - Drag question

Welke is correct?
la copine est ...
A
grand
B
grande
C
grands
D
grandes

Slide 6 - Quiz

Welke is correct?
Le sac à dos est ...
A
gris
B
grise
C
grises

Slide 7 - Quiz

Welke is correct?
les piscines sont ...
A
petit
B
petite
C
petits
D
petites

Slide 8 - Quiz

Welke is correct?
Les cheveux sont ...
A
blond
B
blonde
C
blonds
D
blondes

Slide 9 - Quiz

FAITES ATTENTION!!
Het is dus erg belangrijk voor dit onderdeel dat je weet of een woord in het enkelvoud mannelijk of vrouwelijk is. In het meervoud zie je dit niet meer, omdat 'le' of 'la' veranderen in 'les'.

TIP: Leer ALTIJD het lidwoord bij de zelfstandig naamwoorden!

Slide 10 - Slide

Frans zou Frans niet zijn als...
  • De uitzonderingen op het bijvoeglijk naamwoord!
  • Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een -e of -s kan daar nooit een extra -e of -s achterkomen.
  • Bijvoorbeeld:
    - La robe rouge - de rode jurk - rouge eindigt al op een -e, dus zetten we er niets achter!
    - Les t-shirts gris - mannelijk meervoud, maar gris eindigt al op een -s!

Slide 11 - Slide

Vul de correcte vorm van het bijvoeglijk naamwoord in.
"Les yeux sont (gris)"

Slide 12 - Open question

Vul de correcte vorm van het bijvoeglijk naamwoord in.
"La fille est (mince)"

Slide 13 - Open question

Kijk in de tekst en schrijf zoveel mogelijk details op! Beschrijvingen van mensen, bijvoeglijk naamwoorden etc.
Coucou, c'est moi... Gérard!
Ce week-end je suis chez mes parents. Ils sont sportifs. Par exemple, le tennis... ils jouent souvent au tennis. Mon père est grand et ma mère est petite (un mètre cinquante-cinq). Elle est calme et gros*, mais mon père, il est mince. Ma soeur est timide, j'adore ma soeur. Elle bavarde beaucoup, elle est drôle! Elle a les yeux marron et les cheveux bruns. Elle ne porte que** des vêtements*** noirs #Gothic.
Moi, je porte souvent des couleurs: rouge, bleu et vert! 

Lees verder op de volgende slide! Heb je de details opgeschreven? 

*gros = dik - **ne...que = slechts/alleen maar - ***vêtements = kleding

Slide 14 - Slide

La suite...
Elle est très belle*, ma soeur. Ma mère est aussi belle. Elle est célèbre en France, parce qu'elle a eu une carrière comme chanteuse**. 

C'est bientôt*** mon anniversaire. Le treize avril pour être exact.  Cette année je fête mon anniversaire avec beaucoup de famille et plein d'amis. Nous visitons le musée d'Orsay à Paris. Paris est cher... oh là là!

Et toi? C'est quand ton anniversaire?
*belle = mooi - **chanteuse = zangeres - ***bientôt = bijna

Beantwoord nu de volgende vragen!

Slide 15 - Slide

Welke bijvoeglijk naamwoorden heb je in de tekst gevonden?

Slide 16 - Mind map

De ouders van Gérard zijn... wel of niet sportief? Legt uit met een voorbeeld uit de tekst!

Slide 17 - Open question

Gérards moeder is...
A
klein
B
groot
C
van gemiddelde lengte

Slide 18 - Quiz

Hoe lang is gérards moeder?
Geef als volgt antwoord: 1m...

Slide 19 - Open question

Welk woord gebruikt Gérard om zijn zus te beschrijven?
(er zijn 2 antwoorden goed)
A
Lief en aardig
B
Verlegen en mooi
C
Dik en klein
D
Gothic en kletserig

Slide 20 - Quiz

Hoe omschrijft Gérard de relatie met zijn zus? Leg uit met een voorbeeld uit de tekst!

Slide 21 - Open question

Welke kleuren draagt Gérards zus graag en welke draagt hij zelf? Geef antwoord in het Nederlands.

Slide 22 - Open question

Wanneer is Gérard jarig? Schrijf de maand en getallen uit.

Slide 23 - Open question

Vocabulaire hoofdstuk 5
De volgende slides gaan over de woorden van hoofdstuk 5 om te kijken of die wel geleerd worden ;-)

Slide 24 - Slide

Zet de maanden op volgorde
janvier
février
mars
avril
mai
juin
juillet
août
octobre
septembre
novembre
décembre

Slide 25 - Drag question

Zet de werkwoorden bij de correcte vertalingen. Er blijft er 1 over!
Kletsen
Dansen
Vragen
Dragen
Spelen
Demander
Porter
Bavarder
Danser
Jouer

Slide 26 - Drag question