Het religieus antropisch argument bouwt voort op het antropisch principe, maar voegt daar een religieuze interpretatie aan toe. Het stelt dat de fijnafstemming van het universum niet alleen vereist is voor het ontstaan van leven, maar ook bedoeld is om een specifieke relatie mogelijk te maken tussen de mens en God, zoals die wordt beschreven in religieuze geschriften of tradities.
Dit argument suggereert dat de waarnemingen over het universum, met zijn fijnafgestemde omstandigheden voor leven, wijzen op een doelgerichte schepping door een goddelijke entiteit. Het universum zou zo zijn ontworpen dat het niet alleen het bestaan van leven mogelijk maakt, maar ook de mogelijkheid biedt voor een spirituele relatie tussen mensen en een hogere macht.
Het religieus antropisch argument wordt vaak gebruikt in theologische en filosofische discussies over het bestaan van God en de relatie tussen geloof en wetenschap. Het benadrukt het idee dat de fijnafstemming van het universum niet alleen een product is van natuurlijke processen, maar ook wijst op een diepere, transcendente betekenis en doelgerichtheid achter de schepping.
Een niet-religieus argument met waarnemers, dat gerelateerd is aan het antropisch principe, zou kunnen worden geformuleerd als het "anthropic fine-tuning argument". Dit argument benadrukt de observatie dat de fundamentele constanten en omstandigheden in het universum nauwkeurig zijn afgestemd om het bestaan van waarnemende wezens mogelijk te maken.
Het argument stelt dat als bepaalde fysische constanten of eigenschappen van het universum zelfs een kleine afwijking zouden hebben gehad, het universum niet levensvatbaar zou zijn geweest voor de ontwikkeling van complex leven zoals wij dat kennen. Met andere woorden, de waarneming van een bewuste intelligentie, zoals de mens, vereist een universum dat precies die eigenschappen heeft die het mogelijk maken.