4T Fictie

5. Fictie
1 / 38
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 4

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

5. Fictie

Slide 1 - Slide

Doel van de les
- Je weet hoe het onderdeel fictie bij ons op school wordt afgerond. 
- Je hebt je kennis over de literaire begrippen opgefrist.




Slide 2 - Slide

fictiedossier en SE mondeling 4 mavo
  1. Introductie
  2. uitleg boekopdracht 1: literaire mindmap maken.
  3. Smaak en kwaliteit
  4. Begrippen

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Fictie op het schoolexamen
Verplicht schoolexamenonderdeel
Je kunt
  • verschillende soorten fictie  herkennen;
  • de situatie, het denken en handelen van personages beschrijven;
  • de relatie tussen het boek en de werkelijkheid toelichten;
  • kenmerken van fictie in een boek aanwijzen;
  • achtergrondinformatie verzamelen en selecteren
  • een persoonlijke reactie geven op een boek en toelichten met voorbeelden uit het werk.
 

Slide 5 - Slide

Smaak en smaakontwikkeling
  • je leeservaring;
  • je leesvaardigheid;
  • je veranderde kennis en interesse;
  • je leeftijd;
  • je levenservaring.

Smaak is persoonlijk!

Slide 6 - Slide

De bedoeling van fictie 
  • meeleven met personages
  • nadenken over de wereld/ zichzelf
  • nadenken over het onderwerp
  • genieten van de schrijfstijl
  • ontspanning

Slide 7 - Slide

een kwalitatief goed fictieboek heeft
  • vernieuwende aspecten;
  • een doordachte opbouw;
  • een genuanceerde karakterbeschrijving;
  • een goede schrijfstijl;
  • een bekende uitgeverij.
Shortlist beste boek voor jongeren 2022

Slide 8 - Slide

Begrippen
In deze paragraaf leer je: 
verschillende fictiebegrippen gebruiken: genre, chronologie en voorgeschiedenis, open en gesloten einde, round en flat character, perspectief, argumenten, onderwerp, thema en beeldspraak.

Slide 9 - Slide

GENRE (zjanre)
avonturenroman
historische roman
liefdesroman
oorlogsroman
psychologische roman
science fiction (s.f.)

Slide 10 - Slide

GENRE (zjanre)
avonturenroman
historische roman
liefdesroman
oorlogsroman
psychologische roman
science fiction (s.f.)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Genre

GENRE = VERHAALSOORT
avonturenroman
historische roman
oorlogsroman
psychologische roman
science fiction (sf)

Slide 13 - Slide

Welk genre?

Slide 14 - Open question

Welk genre?

Slide 15 - Open question

genre?
genre?

Slide 16 - Slide

 Tekst 1 Eind en begin

We lezen een fragment uit
"De zee zien"
van Koos Meinderts( par 5.3 begrippen)

Maak opdr 2 + 3

Slide 17 - Slide

TIJD
  • Wel/ niet chronologisch
  • Voorgeschiedenis
  • Welke periode?
  • Hoe lang duurt het verhaal?

Slide 18 - Slide

EIND
  • OPEN EINDE - sommige zaken zijn nog niet opgelost. De lezer moet het einde zelf invullen (bv. een cliffhanger)

  • GESLOTEN EINDE - verhaalprobleem is opgelost

Slide 19 - Slide

Personages
In een verhaal vind je hoofdpersonen en bijpersonen.

Hoofdpersoon:
 Je weet wat hij/zij denkt
Je weet wat hij/zij voelt


Slide 20 - Slide

round character
flat character

Slide 21 - Slide

ROUND CHARACTER

Hoofdpersonen hebben meer karaktereigenschappen waardoor ze niet telkens op dezelfde manier reageren. Vaak veranderen ze door de gebeurtenissen; ze maken een karakterontwikkeling door.
FLAT CHARACTER

Over bijpersonen krijg je veel minder informatie. Van bijpersonen krijg je meestal geen gedachten en gevoelens te lezen. Bijpersonen veranderen niet en reageren vaak hetzelfde.

Slide 22 - Slide

perspectief
Een schrijver kiest een perspectief van waaruit hij het verhaal vertelt. Hij bepaalt vanuit welk personage hij de gebeurtenissen laat zien. Dit heet het vertelperspectief of vertelstandpunt.

Slide 23 - Slide

Drie vertelstandpunten
Eerste persoon: de ik-persoon. Je krijgt zijn/haar gedachten te lezen.

Derde persoon: perspectief ligt bij één van de personages. Je krijgt de gedachten van deze persoon te lezen, waardoor je de gebeurtenissen vanuit zijn/haar standpunt bekijkt.

Wisselend perspectief: standpunt van meerdere personages.

Slide 24 - Slide

Tekst 2 'Een meisje'

We lezen het tweede fragment uit 'De zee zien'.
Maak opdracht 7, 8, 9 en 12.

Slide 25 - Slide

Mening en argument
  • realistisch argument: Is het geloofwaardig?
  • emotief argument: Leef je mee met de personages?
  • moreel argument: ben je het eens met de ideeën in het boek?
  • argument over de opbouw: Zit het verhaal goed in elkaar?

Slide 26 - Slide

We lezen tekst 3 (p. 56)
Noteer je mening over het volgende fragment.
Geef 2 argumenten hiervoor

Maak opgave 13

Slide 27 - Slide

onderwerp  en thema
Onderwerp
  • Waar het verhaal over gaat.
  • Geeft niet de bedoeling van de schrijver met het verhaal aan.
  • Eén woord of een paar woorden


Bijv.: Pesten

Thema
  • Een korte samenvatting van het boek.
  • Geeft wel de bedoeling van de schrijver met het verhaal aan.
  • In een zin waarin ook het onderwerp wordt genoemd.
Bijv.: Een scholier pleegt zelfmoord, omdat hij heel erg gepest wordt.


Slide 28 - Slide

ONDERWERP EN THEMA
Het onderwerp: geeft neutraal aan waar het verhaal over gaat.

Het thema formuleert kort en algemeen wat de strekking van het verhaal is.
Thema: voorbeelden:
  • het loslaten van een liefde,
  • hoe een jongen door de oorlog snel volwassen wordt. 
  • vandalisme
  • loverboys

Slide 29 - Slide

Onderwerp
Thema
Waar het verhaal over gaat.
Geeft niet de bedoeling van de schrijver met het verhaal aan.
Eén woord of een paar woorden
Een korte samenvatting van het boek.
Geeft wel de bedoeling van de schrijver met het verhaal aan.
In een zin waarin ook het onderwerp wordt genoemd.

Slide 30 - Drag question


In een chronologisch boek zitten geen flash-backs.
A
waar
B
niet waar

Slide 31 - Quiz


Tot welk genre behoort dit boek?
A
psychologisch
B
science fiction
C
historisch
D
liefde

Slide 32 - Quiz


Een bijpersoon heeft een round character.
A
waar
B
niet waar

Slide 33 - Quiz


Ik dacht: waarom kijkt hij me zo aan?
Wat is het perspectief?
A
ik-perspectief
B
hij-perspectief

Slide 34 - Quiz


Wat is een wisselend perspectief?
A
Je wisselt van IK- naar HIJ/ ZIJ-perspectief.
B
Je wisselt van hoofdpersoon.
C
Je wisselt van HIJ/ZIJ- naar IK-perspectief.

Slide 35 - Quiz


"Het verhaal zit goed in elkaar."
Dit is een ........ argument.
A
emotief argument
B
realistisch argument
C
argument over de opbouw
D
moreel argument

Slide 36 - Quiz

"Het verhaal komt heel echt op me over."
Dit is een ........ argument.
A
emotief argument
B
realistisch argument
C
argument over de opbouw
D
moreel argument

Slide 37 - Quiz

Tot slot
Lees tekst 4 'Recensie van Eleanor & Park' op bladzijde 60 en maak opdracht 14+15.

Donderdag 18 november
Fictieverslag: Nacht van Vedder maken

Slide 38 - Slide