This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 45 min
Items in this lesson
Toets 2B H6 Licht
Slide 1 - Slide
1. Licht komt van een lichtbron.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 2 - Quiz
2. Kunstmatige lichtbronnen zijn door mensen gemaakt.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 3 - Quiz
3. Eén lijntje licht noem je een lichtstraal.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 4 - Quiz
4. Een lichtbundel bestaat uit lichtstralen die alle kanten op gaan.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 5 - Quiz
5. Het licht van de zon zie je als wit licht.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 6 - Quiz
6. De kleuren rood, groen en blauw maken samen alle kleuren op een computerscherm.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 7 - Quiz
7. Een laser is een lichtbron die een mengkleur geeft.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 8 - Quiz
8. Een regendruppel breekt zonlicht.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 9 - Quiz
9. Een voorwerp weerkaatst alleen de kleur of kleuren die je ziet.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 10 - Quiz
10. Een schaduw ontstaat waar het licht van een lichtbron niet kan komen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 11 - Quiz
11. De schaduw van een voorwerp waar licht van een schemerlamp op valt, is altijd kleiner dan het voorwerp zelf.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 12 - Quiz
12. Als je in de schaduw van een boom staat, dan kun je de lichtbron zien.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 13 - Quiz
13. Lichtstralen die net niet door een voorwerp worden tegengehouden heten randstralen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 14 - Quiz
14. Als je het woord ‘MAT’ bekijkt in een spiegel, zie weer het woord ‘MAT’.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 15 - Quiz
15. Van te veel ir-straling kun je huidkanker krijgen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 16 - Quiz
16. Of geld echt is, kun je controleren met een infraroodlamp.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 17 - Quiz
17. Van uv-straling word je bruin.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 18 - Quiz
18. Infrarode straling kun je goed zien.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 19 - Quiz
19. De letters A, M en O zien er hetzelfde uit als je ze in een spiegel bekijkt.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 20 - Quiz
1. Welk licht komt van een natuurlijke lichtbron?
A
het licht van kaarsen
B
het licht van ledlampen
C
het licht van olielampen
D
het licht van sterren
Slide 21 - Quiz
Erik en Anna zitten buiten in de zon. Het zonlicht schijnt op een rode tafel die voor hen staat. 2. Waarom zien Erik en Anna de tafel rood?
A
Alle kleuren worden weerkaatst, behalve de rode kleur.
B
Alleen de rode kleur wordt weerkaatst, de andere kleuren niet.
C
Alle kleuren worden weggehaald door het zonlicht, behalve de rode.
Slide 22 - Quiz
Yenthe speelt in de zon. Yenthe heeft een gele trui aan. 3. Welke kleuren worden opgenomen door de trui van Yenthe?
A
alle kleuren die op haar trui vallen
B
rood, groen en violet
C
alleen geel
D
rood, oranje, groen, blauw en violet
Slide 23 - Quiz
Een bundel wit licht valt op een prisma. Achter het prisma staat een wit scherm. Het licht uit het prisma maakt een aantal kleuren op het scherm. 4. Hoe noem je de kleuren die je op het scherm ziet?
A
een kleurenboog
B
een kleurenreeks
C
een regenboog
D
een spectrum
Slide 24 - Quiz
5. Welke lichtbron maakt een lichtbundel?
A
Computerscherm
B
Kaars
C
Zaklamp
D
Zon
Slide 25 - Quiz
Je staat voor een spiegel en doet een stap naar voren. 6. Wat doet je spiegelbeeld?
A
Je spiegelbeeld blijft staan op dezelfde plaats.
B
Je spiegelbeeld doet een stap naar achteren.
C
Je spiegelbeeld doet een stap naar voren.
D
Je spiegelbeeld stapt naar links of naar rechts, afhankelijk van de stand van de spiegel.
Slide 26 - Quiz
Liekes plant staat in de kamer. In de kamer brandt ook een lamp. Op de muur ziet Lieke de schaduw van de plant. Ze zet de plant dichter naar de muur toe. 7. Wat gebeurt er met de schaduw van de plant op de muur?
A
De schaduw wordt groter.
B
De schaduw wordt kleiner.
C
De schaduw blijft hetzelfde.
Slide 27 - Quiz
8. Wat is een prisma?
A
de kleuren die in zonlicht zitten
B
een driehoekig stuk glas
C
een lichtbron die maar een kleur geeft
Slide 28 - Quiz
9. Waarmee werkt de afstandsbediening van een tv?
A
Infrarood licht
B
Rood licht
C
Ultraviolete straling
D
Violet licht
Slide 29 - Quiz
Slide 30 - Slide
Raoul heeft een bal opgehangen (afbeelding 1). Een paar meter voor de bal houdt Raoul een zaklamp. Door het licht van de zaklamp komt op de muur een schaduw van de bal.
Teken op je antwoordenblad: 1a de randstralen van het licht uit de zaklamp tot de muur. .
Slide 31 - Open question
Teken op je antwoordenblad: 1b. de schaduw van de bal op de muur.
Slide 32 - Open question
Kleur op je antwoordenblad 1c. het deel waar het licht van de lamp niet kan komen.
Slide 33 - Open question
Slide 34 - Slide
Kleine Max heeft een boek met grote letters gekregen. Max speelt met het boek en met blokken van zijn blokkendoos. Een van zijn blokken heeft aan één kant een spiegel. Max legt dat blok op een woord van zijn boek. Het blok ligt precies op het midden van het woord (afbeelding 2).
2a. Teken de rest van het woord in het ‘blok’ op je antwoordenblad.
Slide 35 - Open question
2b. Wat is het woord waarop Max het blok heeft gelegd?
Slide 36 - Open question
Slide 37 - Slide
3. In afbeelding 3 zie je een spiegel. Voor de spiegel is een driehoek getekend. Teken het spiegelbeeld van de driehoek op het antwoordenblad.
Slide 38 - Open question
4. Zet de kleuren van de regenboog in de juiste volgorde. Zet hier ook op de juiste plek ir-straling en uv-straling bij.