Les 22.2 - Afstand en snelheid van sterren

Les 22.2
snelheid van sterren
Lesplanning: 
  1. Uitleg dopplereffect en snelheid van sterren
  2. Starten opgaven §11.3
  3. Uitleg parallaxmethode en wet van Hubble
  4. Opgaven §11.3 afronden
  5. Klassikale opgave dubbelster
  6. Afsluiting: filmfragment 
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 5

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 1 min

Items in this lesson

Les 22.2
snelheid van sterren
Lesplanning: 
  1. Uitleg dopplereffect en snelheid van sterren
  2. Starten opgaven §11.3
  3. Uitleg parallaxmethode en wet van Hubble
  4. Opgaven §11.3 afronden
  5. Klassikale opgave dubbelster
  6. Afsluiting: filmfragment 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen
Aan het einde van deze paragraaf kan je ...
  • uit het spectrum van een ster de radiale snelheid bepalen;
  • uitleggen hoe de wet van Hubble een verklaring geeft voor de oerknal.

Slide 2 - Slide

Begrippen:
foton, grondtoestand, aangeslagen toestand, ionisatie-energie
Het dopplereffect
De frequentie van een bewegende bron verandert:
  • Als de bron naar je toe komt wordt de frequentie hoger. 
  • Als de bron van je af gaat wordt de frequentie lager.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions


Het dopplereffect

rood- en blauwverschuiving
Δ  Roodverschuiving van de     
    absorptielijnen van een ster.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Radiale snelheid
De relatieve golflengteverschuiving als 
gevolg van het dopplereffect hangt af van de 
radiale snelheid van de ster of het sterrenstelsel:

λoΔλ=cvr

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
§11.3 opgave(21), 23 en 24
timer
12:00
Eerder klaar:  §11.3 opgave 26, 27* en 28*

Slide 7 - Slide

4, 
Wet van Hubble
  • Uitdijend heelal: de meeste sterrenstelsels bewegen zich met grote snelheid van ons af. 
  • Oerknal: de verwijderingssnelheid van deze sterrenstelsels is evenredig met hun afstand. 
  • Wet van Hubble:


                    Ho = 2,3*10⁻¹⁸ s⁻¹

vr=Hod

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Oefenopgave
De lijn van 410 nm is het gevolg van absorptie door water. Deze lijn is weergegeven in drie situaties, van de zon en van 2 sterrenstelsels. 
Leg uit waarom de spectra de theorie van het uitdijende heelal ondersteunt.  

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Afstanden in het heelal
1 lichtjaar = .... m
A
3,0*10⁸
B
3,65*10⁸
C
9,5*10¹⁵ m
D
3,65 *10¹⁵

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions


De afstand tot een ster

Parallaxmethode

De verplaating van een ster ten opzichte van veel verder weg gelegen 'stilstaande' sterren.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions




Parallaxmethode

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeldopgave 
Alpha Centauri
Parallaxhoek: 0,0002o
r = ... lj


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Oefenopgave dubbelster
Of zelfstandig verder werken aan §11.3

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De helft van de sterren die we 's nachts zien blijken bij nadere inspectie dubbelsterren te zijn (twee sterren die om elkaar heen draaien). De sterren zitten in sommige gevallen zo dicht bij elkaar dat we ze zelfs met een telescoop niet direct van elkaar kunnen onderscheiden. 
Hoe kunnen sterrenkundigen toch ‘zien’ dat het om een dubbelster gaat?

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

De helft van de sterren die we 's nachts zien blijken bij nadere inspectie dubbelsterren te zijn (twee sterren die om elkaar heen draaien). De sterren zitten in sommige gevallen zo dicht bij elkaar dat we ze zelfs met een telescoop niet direct van elkaar kunnen onderscheiden. 
Hoe kunnen sterrenkundigen toch ‘zien’ dat het om een dubbelster gaat?

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Dubbelster
Op sommige momenten
staan beide absorptie-
lijnen in het diagram op
dezelfde plek.
A. Leg uit wanneer dit
   gebeurt.
antwoord

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


Dubbelster

B. Welk(e) tijdstip(pen)
     in het diagram hoort
     bij de afbeelding?

C. Bereken de baanstraal
    van ster A.

Slide 18 - Slide

va = ∆ λ / λ x c = 0,04 /410,17 x 3 *10⁸ =3,0*10⁴ m/s
v = 2pi r /T r = vT/2 pi = 3,0*10⁴ x (2,75*10⁶ / 2) / 2 pi = 6,6 * 10⁹ m
Aan de slag
 §11.3 opgave(21), 23, 24, 26, 27* en 28*
Tot 16 minuten voor het einde van de les.

Slide 19 - Slide

4, 

Slide 20 - Video

This item has no instructions

Cosmos a spacetime odyssey
Hiding in the light vanaf 28:28

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Bereken de radiale snelheid
van het 'veraf zonnestelsel'.

Slide 22 - Open question

This item has no instructions

Slide 23 - Video

The big bang - Het uitdijend heelal
Wat is het wetenschappelijk bewijs voor de oerknal? Het uitdijende heelal.

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Wat gebeurt met het spectrum van een ster
als deze van je af beweegt?

Slide 25 - Mind map

This item has no instructions