Les 1 fictie-non-fictie-realistisch-fantasie

Welkom bij Nederlands!
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom bij Nederlands!

Slide 1 - Slide

Fictie 
Fictie                                                        Non-Ficite

Slide 2 - Slide

Doel van de les

  • Je leert het verschil tussen fictie en non-fictie.
  • Je leert het verschil tussen realistisch en niet-realistisch.
  • Je leert het begrip genre. 
  • Je kunt hiervan voorbeelden geven.

Slide 3 - Slide

fictie en non-fictie
Fictie: verzonnen verhalen

Non-fictie: teksten over de werkelijkheid, (dus NIET verzonnen)

Slide 4 - Slide

Fictie
Non-fictie
Een verzonnen tekst of verhaal, dat door iemand is bedacht.
Een tekst waarin alleen feiten staan, die werkelijk zijn gebeurd.

Slide 5 - Drag question


A
fictie
B
non-fictie

Slide 6 - Quiz


A
fictie
B
non fictie

Slide 7 - Quiz


A
fictie
B
non fictie

Slide 8 - Quiz

realistisch en niet-realistisch
Realistisch: fictie die 'net echt' is

Niet realistisch; fictie die niet echt kan gebeuren

Slide 9 - Slide

Niet-realistisch
Realistisch

Slide 10 - Slide

realistisch verhaal
niet realistisch verhaal

Slide 11 - Drag question

Ik lees het liefst verhalen die:
A
Realistisch zijn
B
Niet-realistisch zijn

Slide 12 - Quiz

OPDRACHT
Het thema is REIZEN

  • Schrijf een verhaal in 100 woorden over jouw favoriete reis.
  • computer > Word > opslaan in Onedrive > map Nederlands (geef je bestand een naam!)

Slide 13 - Slide

Een boek kiezen 
Een boek dat je leest, moet leuk zijn. Hoe weet je dat een boek leuk is? 
  • Wat voor verhalen lees je graag ?
  • Waar en hoe vind je de boeken die jij graag leest?

Slide 14 - Slide

Voorspellen waar een boek overgaat:
  • Bekijk de voorkant: les de titel en bekijk het plaatje 
  • Lees de flaptekst (de tekst op de achterkant). De flaptekst geeft informatie over het boek. 
  • Lees stukjes uit het boek.  

Slide 15 - Slide

Genres
Soorten verhalen noemen we genres.
  • historische boeken;
  • detectives;
  • oorlogsverhalen;
  • sprookjes;
  • griezelverhalen;
  • avonturenverhalen;
  • liefdesverhalen.

Slide 16 - Slide

Het pictogram 
  • Het tekeningetje op de rug van het boek.
  • Het geeft een genre aan.

Slide 17 - Slide


A
lezen
B
school
C
schrijven

Slide 18 - Quiz


A
tovenaars
B
sprookjesfiguren
C
Harry Potter

Slide 19 - Quiz


A
feestdagen
B
vlaggen
C
oorlog
D
Nederland

Slide 20 - Quiz


A
basketbal
B
spelen
C
buiten activiteiten
D
sport

Slide 21 - Quiz

Welke genre past het beste bij jou, denk je?

Slide 22 - Open question

Doel van de les....gelukt? 

  • Je weet het verschil tussen fictie en non-fictie.
  • Je weet het verschil tussen realistisch en niet-realistisch.
  • Je weet wat een genre. 
  • Je kunt hiervan voorbeelden geven.

Slide 23 - Slide

Bedenk een tip en een top 
  • over deze les
  • over jezelf 
  • over je docent 

Slide 24 - Slide

OPDRACHT
Het thema deze periode is REIZEN

  • Ga naar www.woordwolk.nl 
  • Maak een woordwolk in de vorm die bij REIZEN past
  • Noteer 10 woorden die voor jou met REIZEN te maken hebben
  • Print je woordwolk uit!

Slide 25 - Slide