This lesson contains 28 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 45 min
Report this lesson
Items in this lesson
titreren (par. 7.5)
Slide 1 - Slide
Kwalitatief
Welke stoffen zijn er aanwezig?
Kwantitatief
Hoeveel van deze stoffen is er aanwezig?
Titratie is een vorm van kwantitatief onderzoek
Slide 2 - Slide
Doel van titratie
De concentratie van een zure of basische oplossing bepalen
Dinsdag 12-5 gaan we dit oefenen
(oefening voor practicum in de toetsweek)
Slide 3 - Slide
De oplossing in de buret noemen we de titrant. Hiervan is de concentratie bekend (buret=bekend).
Zuur of base
Slide 4 - Slide
Erlenmeyer
Als in de buret een zuur zit, zit in de erlenmeyer een base (en andersom) met een onbekende concentratie
Slide 5 - Slide
pH-indicator
Slide 6 - Slide
Met behulp van het kraantje druppel je de titrant in de oplossing in de erlenmeyer
Hiermee neutraliseer je wat er in de erlenmeyer zit
Als je de juiste indicator hebt gekozen, is er een kleuromslag wanneer alle zuur (of base) in de erlenmeyer is geneutraliseerd
Aan de hand van de hoeveelheid titrant die is toegevoegd, kun je de concentantie berekenen van de oplossing in de erlenmeyer
Slide 7 - Slide
Titratiecurve
Hiermee kun je je titratie in beeld brengen op een computer
Slide 8 - Slide
guidogeeftles.nl
Slide 9 - Link
Titratiecurve en pH-indicator
Omslagtraject volgens binas T52A moet in het omslagpunt (het 'recht omhoog' gebied) van de titratiecurve vallen. Methylrood kan dus wel bij een sterk zuur sterke base titratie worden gebruikt, maar niet bij een zwak zuur en sterke base titratie.
Slide 10 - Slide
Rekenen aan titraties
Slide 11 - Slide
Zuur-basereactie
Simpelste vorm:
H+ + OH---> H2O
nzuur = nbase (1)
M = n/V --> n = M x V (2)
(1) en (2) samen: Mzuur x Vzuur = Mbase x Vbase
Slide 12 - Slide
Hier gaan we mee rekenen
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 20,00 mL en dit titreert hij met 19,31 mL 0,1018 M natronloog. Bereken de molariteit van de azijnzuuroplossing.
antw: 9,829 x 10-2 M
Slide 13 - Slide
Vervolgvraag
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 20,00 mL en dit titreert hij met 19,31 mL 0,1018 M natronloog. Hoeveel mol NaOH zit er in de 19,31 mL natronloog? En hoeveel g azijnzuur reageert er?
molmassa azijnzuur= 60,052 g/mol
antw 1= 0,001966 mol
antw 2= 0,1180 g
Slide 14 - Slide
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 10,31 mL 0,1007 M natronloog. Bereken de molariteit van de azijnzuuroplossing.
Slide 15 - Slide
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 10,31 mL 0,1007 M natronloog. Bereken de molariteit van de azijnzuuroplossing.
Antwoord= 1,038 x 10-1 M
Slide 16 - Slide
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 10,31 mL 0,1007 M natronloog.
Hoeveel mol natronloog heeft er gereageerd? En hoeveel gram azijnzuur?
Slide 17 - Slide
Frits heeft 100,0 mL azijnzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 10,31 mL 0,1007 M natronloog.
Hoeveel mol natronloog heeft er gereageerd? En hoeveel gram azijnzuur?
molmassa azijnzuur= 60,052 g/mol
antw 1= 0,001044 mol
antw 2= 0,06271 g
Slide 18 - Slide
Opgaven hierbij
Paragraaf 7.4: 33, 34
Slide 19 - Slide
Slide 20 - Video
Wat nou als...
C2H2O4 +2OH- --> C2O42- +2H2O
Wat is hier de molverhouding tussen zuur en base?
Slide 21 - Slide
C2H2O4 +2OH- --> C2O42- +2H2O
nOH-= 2 x nC2H2O4
nbase=2 x nzuur (1)
M=n/V --> n=MxV (2)
(1) en (2) geeft:
Mbase x Vbase = 2 x Mzuur x Vzuur
Slide 22 - Slide
Frits heeft 100,0 mL oxaalzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 9,15 mL 0,1001 M natronloog. Bereken de molariteit van de oxaalzuuroplossing. Reactievergelijking: C2H2O4 +2OH- --> C2O4 2- +2H2O
Slide 23 - Open question
Frits heeft 100,0 mL oxaalzuuroplossing. Hiervan neemt hij 10,00 mL en dit titreert hij met 9,15 mL 0,1001 M natronloog. Bereken de molariteit van de oxaalzuuroplossing.
Reactievergelijking:
C2H2O4 +2OH- --> C2O4 2- +2H2O
eindantwoord 4,58 x 10-2 M
Slide 24 - Slide
betrouwbaarheid en validiteit
Slide 25 - Slide
Validiteit
In hoeverre meet je wat je wilt meten?
Slide 26 - Slide
Betrouwbaarheid
Hoe betrouwbaar zijn je resultaten?
Deze vraag kun je vaak beantwoorden door je uitkomsten te vergelijken met die van ander onderzoek. Zijn de resultaten hetzelfde/vergelijkbaar?