This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 1 min
Report this lesson
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Helpende plus lesdag 5
Slide 2 - Slide
Wat hoort NIET bij de controle van medicatie voor toediening?
A
Juiste naam + geboortedatum van de zorgvrager
B
Juiste naam van het medicijn
C
Juiste naam van de apotheek van de zorgvrager
D
Juiste manier van toedienen
Slide 3 - Quiz
De apotheek is verantwoordelijk als de verkeerde dosering van het medicijn in de baxterrol zit.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 4 - Quiz
Het aftekenen van de toedienlijst, doe je als je de medicatie geeft aan de bewoner.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 5 - Quiz
Wat betekent de V bij de AVPU-methode?
A
Vocaal
B
Vegan
C
Verbal
D
Vegetable
Slide 6 - Quiz
Wat is het gemiddeld aantal hartslagen van een volwassenen per minuut?
A
60 -100
B
120-140
C
90-110
Slide 7 - Quiz
Wanneer spreek je van een gezonde bloeddruk?
A
60-100
B
12-15
C
120-80
Slide 8 - Quiz
Wat is een ander woord voor temperatuur meten in het oor?
A
Temporaal meten
B
Rectaal meten
C
Oraal meten
D
Tympaan meten
Slide 9 - Quiz
Vanaf 37,5 graden Celsius spreek je van verhoging. Vanaf 38 graden Celsius spreek je van koorts
A
Juist
B
Onjuist
Slide 10 - Quiz
Een normale lichaamstemperatuur is tussen de 35,5-37,5 graden Celsius.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 11 - Quiz
Reuma is een verzamelnaam voor: artrose, ziekte van Bechterew, fybromyalgie
A
Juist
B
Onjuist
Slide 12 - Quiz
Een CVA is een beroerte. Deze zie je vaak van tevoren al aankomen.
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quiz
COPD is een chronische ziekte en een verzamelnaam voor:
A
Chronische bronchitis en longemfyseem
B
longemfyseem en diabetes type 2
C
Chronische bronchitis en astma
D
Astma en longemfyseem
Slide 14 - Quiz
Aandachtspunten voor verzorging voor mensen met COPD, wat hoort hier NIET bij?
A
Laat de client zoveel mogelijk zitten
B
Gebruik zo weinig mogelijk prikkelende middelen (bijvoorbeeld haarlak)
C
Melk drinken
D
Houdt een vaste volgorde van handelingen aan
Slide 15 - Quiz
Mensen met diabetes hebben te veel suiker (glucose) in hun bloed. Het hormoon insuline zorgt dat glucose in de cellen wordt opgenomen.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 16 - Quiz
De belangrijkste complicaties bij mensen met diabetes zijn een hypo en een hyper.
A
Hyper = te hoog glucosegehalte
Hypo = te laag glucosegehalte
B
Hyper = te laag glucosegehalte
Hypo = te hoog glucosegehalte
Slide 17 - Quiz
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Bij welke klachten hebben bewoners steunkousen? Welk antwoord is FOUT ?
A
Oedeem
B
COPD
C
Spataderen
D
Trombose
Slide 20 - Quiz
Ziekte van Alzheimer:
Een van de belangrijkste vormen van dementie is Alzheimer. Hierbij gaan hersencellen gaan langzaam kapot, waardoor iemand steeds meer vergeet, in de war raakt en dagelijkse dingen moeilijker worden.
Slide 21 - Slide
Wat is belangrijk als helpende +, bij het verzorgen van bewoners met dementie?
Slide 22 - Mind map
Wat betekent de afkorting wet BIG
A
Bescherming van Individuen in de Gezondheidszorg
B
Bevordering van Individuelen in de Gezondheidszorg
C
Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
D
Bekwame Individu in de Gezondheidszorg
Slide 23 - Quiz
Welke ziekte wordt veroorzaakt door een stoornis tussen de verbinding van de hersenen en spieren?
A
COPD
B
Diabetes type 2
C
Alzheimer
D
Parkinson
Slide 24 - Quiz
Kanker ontstaat doordat cellen zich ongeremd delen.