Les 4

Les 4 (19 september 2026) gedeelde les (VO1, VO2, VO3). 
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecondary EducationAge 12

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les 4 (19 september 2026) gedeelde les (VO1, VO2, VO3). 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 4 Wat doen we vandaag? 

1. Welkom. Boek halen uit de bibliotheek?
2. Argumentatiestructuren. 
3. VO1: diatoets. VO2&3: zelfstandig werken. 
4. Ontruimingsoefening.
5. Leesvaardigheid in Nederland? Video. 
 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoe ging het met huiswerk maken?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

This item has no instructions

Hoe lang duurde het huiswerk maken ongeveer?
minder dan 1.5 uur
meer dan 1.5 uur

Slide 4 - Poll

This item has no instructions

VO2: tekstverbanden 
VO3 - Argumenten





Argumenten en argumentstructuur 






Slide 5 - Slide

This item has no instructions

tekstverband
er zijn veel soorten tekstverbanden: Eentje: 



De auteur van een overtuigende tekst (zoals een betoog) wil de lezer overtuigen van haar standpunt (mening). Zij onderbouwt haar standpunt: zij legt met argumenten uit waarom zij dit standpunt heeft. 
voorbeelden van signaalwoorden



immers & namelijk geven allebei 

 Immers drukt uit dat de reden of het argument als bekend of als algemeen erkend wordt beschouwd. Bij namelijk gaat het om een nieuwe reden of een nieuw argument.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

tekstverband (tussen zinnen)




Aan het einde van een overtuigende tekst staat vaak nog een keer kort en
duidelijk wat de mening van de schrijver is: een samenvatting. Soms ook: klapper. Bijv.: " Begin gewoon vandaag al met een leuke sport!"
voorbeelden van signaalwoorden


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Argumentatiestructuur
Het standpunt en de argumenten samen vormen een argumentatiestructuur. 

Die kun je in een blokjesschema weergeven, waarbij het standpunt in het bovenste blokje komt te staan en de argumenten in de blokjes eronder.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Enkelvoudige argumentatie
Als een auteur zijn standpunt met één argument onderbouwt, noemen we dat enkelvoudige argumentatie. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Nevenschikkende argumentatie
Meestal gebruikt een auteur meer argumenten om zijn mening kracht bij te zetten. Dat heet nevenschikkende argumentatie.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Onderschikkende argumentatie
Een schrijver kan een argument onderbouwen met een subargument: een argument dat een ander argument ondersteunt. Dit heet onderschikkende argumentatie.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet onderstaand blokjesschema?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

Welk signaalwoord kun je gebruiken bij een onderschikkende argumentatie?
A
want
B
of
C
maar
D
en

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welk signaalwoord kun je gebruiken bij een nevenschikkende argumentatie?
A
want
B
of
C
maar
D
en

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

 Tegenargumenten en weerleggingen
1. Begrippen
2. Oefening tegenargumenten en weerleggingen



Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Begrippen argumentatie
Standpunt (mening)
Karel: Rijk Hofman zou een eigen straatnaam moeten krijgen in Meppel. 
Argument (reden)
Karel: Dankzij zijn YouTube-kanaal hoeven jongeren zich namelijk niet te vervelen in tijden van corona. 

Tegenargument (ontkrachting van iemands standpunt)
Anna: De filmpjes van Rijk Hofman worden in Meppel amper bekeken.  

Weerlegging (ontkrachting van iemands argument) - op tegenargument
George: Volgens de laatste cijfers komt 30% van al zijn kijkers uit Haveltermade, dat is best veel. 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Begrippen argumentatie
Standpunt

Rijk Hofman zou een eigen straatnaam moeten krijgen in Meppel. 
Tegenargument

De filmpjes van Rijk Hofman worden in Meppel amper bekeken.
Weerlegging

Volgens de laatste cijfers komt 30% van al zijn kijkers uit Haveltermade, dat is best veel. 
Argument

Dankzij zijn YouTube-kanaal hoeven jongeren zich namelijk niet te vervelen in tijden van corona. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Bedenk een tegenargument. (Ontkracht het standpunt.)

Mijn buurvrouw moet in alle hoofdsteden een eigen straatnaam krijgen. Zij kan namelijk voortreffelijk koken en brengt ons ook vaak een maaltijd.


Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Justin: Als je niet van geweld houdt, kun je de film Fury beter niet kijken. Deze film zit bomvol gewelddadige scenes.

Hailey: Zoveel gewelddadige scenes zijn het nou ook weer niet. Slechts in 5 van de 200 minuten wordt er gevochten.


A
Hailey geeft een tegenargument.
B
Hailey geeft een weerlegging.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Jantje: Volgens mij kun je dit jaar in havo 3 beter blijven zitten. Dan slaag je over 3 jaar op het examen namelijk met veel hogere cijfers.

Pietje: Maar dat kost me een heel jaar!
A
Pietje geeft een tegenargument
B
Pietje geeft een weerlegging

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Ludo: Omdat er helemaal geen alcoholische versnaperingen zijn, vind ik Iran geen geschikt vakantieland voor levensgenieters.

Janine: Als je de juiste kanalen kent, kun je er heus wel bier en wijn kopen.
A
Janine geeft een tegenargument.
B
Janine geeft een weerlegging.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Diataal toets: diaspel
- Ga naar www.diatoetsen.nl/login. Vul je gebruikersnaam in en je wachtwoord in - zie blad van diataal.
- Er staan 2 toetsen klaar: Diaspel (spelling/taal) & Diatekst (Begrijpend lezen)
- Start met "Diaspel" - gebruik een koptelefoon. "Diatekst" doen we volgende week online. 

- Klaar met "diaspel"? Klik op 'afsluiten' of 'afsluiten test' en lees wat in je Nederlandse boek. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

VO2

▪ Cursus 1 Meer dan lezen §2: maak opdracht 1, 2, 3 en 4 (als je dit niet al thuis gemaakt hebt).  
▪ Cursus 1 Meer dan lezen: §3, opdracht 2 en 3 en lees de tekst bij opdracht 4. 
 

VO3

Cursus 1 Meer dan lezen §3 Argumenteren: argumentatiestructuren: maak opdracht 3 en 4.  
Cursus 1 Meer dan lezen §4 Argumenteren: maak opdracht 3.3 t/m 3.10 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Cursus 5 Grammatica §7 Bijvoeglijke bepaling 
(blz 218-219) 

Slide 24 - Slide

Een bijvoeglijk naamwoord is een woord dat een eigenschap of toestand van een ander woord benoemt.
Voorbeeld:
Sommige stoere jongens in deze klas lopen graag in een oud trainingspak.

1. Verdeel de zin in zinsdelen:

Sommige stoere jongens in deze klas / lopen / graag / in een oud trainingspak./

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

2. Zoek per zinsdeel het belangrijkste woord:

Sommige stoere jongens in deze klas / lopen / graag / in een oud trainingspak./

belangrijkste woorden -> zelfstandige naamwoorden
jongens en trainingspak

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

3. Noteer de woorden die extra informatie geven over dit kernwoord (deze woorden kun je ook weglaten):

Sommige stoere jongens in deze klas / lopen / graag / in een oud trainingspak./

bijv.bep.= stoere -> jongens
bijv.bep.= in deze klas -> jongens
bijv. bep.= oud -> trainingspak 

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Wat is de bijvoeglijke bepaling?
'De nieuwe juf is aardig.'
A
nieuwe
B
aardig
C
juf
D
de nieuwe juf

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de bijvoeglijke bepaling?
'De rode trui van mijn moeder is kapot.'
A
rode
B
rode/van mijn moeder
C
kapot
D
rode/kapot

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

Wat is de bijvoeglijke bepaling?
'De ijsblauwe zee in Noorwegen is bevroren'.
A
'IJsblauwe' en 'in Noorwegen'
B
'IJsblauwe'

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

Slide 31 - Video

This item has no instructions

Huiswerk VO2
▪ Lees in je Nederlandse leesboek. 
▪ Cursus 5 Grammatica §7 bijvoeglijke bepaling: maak opdracht 1 en 2 (en opdracht 4 als je er tijd voor hebt).   
▪ Cursus 1 Meer dan lezen §3 lees tekst 4 over boek Superhelden.nl (deze tekst staat bij opdracht 8, maar de opdracht hoef je niet te maken).  
 
Tot volgende week bij de online les!

Slide 32 - Slide

This item has no instructions

Huiswerk VO3
Huiswerk deze week: 
§ 4 Argumenteren: tegenargument en weerlegging:  Lees of bekijk de theorie en maak opdracht 5 en 6. 
Cursus 5 grammatica: par. 3: Samentrekking. Lees of bekijk de theorie, en maak opdracht 1, 2 en 3 nog een keer (huiswerk van vorige week), als je dag vorige week nog niet had gedaan, of opdracht 1 (nog een keer) en 6a als je het vorige week al wel had gedaan.  Let op: klik in de opdracht het woord aan dat is weggelaten (dat dus niet twee voorkomt maar maar 1 keer). 
Lees in je Nederlandse leesboek.  


Slide 33 - Slide

This item has no instructions