Sporten... Hoe doe jij dat?
Sporten... Hoe doe jij dat?
Voor het eerst 10 minuten aan één stuk kunnen lopen zonder te stoppen
Een nieuwe oefening correct uitvoeren na wat oefenen
Langer volhouden of sneller zijn dan de vorige training
Durven meedoen aan een spel, ook al was dat eerst spannend
Compliment krijgen van de leerkracht of trainer
Samenwerken in een team en merken dat het lukt
Niet opgeven en de oefening toch afmaken
...
Een oefening niet meteen kunnen
Laatste eindigen bij een loop- of spelmoment
Een doel missen of een fout maken in het spel
Sneller moe zijn dan anderen
Vallen of struikelen tijdens een oefening
Geen compliment krijgen, terwijl je dat wel hoopte
Op de bank moeten blijven bij een teamsport
...
Blijdschap – Trots – Voldoening – Zelfvertrouwen – Opluchting – Motivatie – Enthousiasme – Rust – Tevredenheid – ...
Teleurstelling – Pijn - Verdriet – Boosheid – Frustratie – Onzekerheid – Schaamte – Spanning / stress – Ontmoediging – Angst – ...
minute
second
Sporten... Hoe doe jij dat?
Duo groepje volgens rad
lees eerst de tekst en schrijf moeilijke woorden apart op een A4 of in boekje
Klassikaal overloop moeilijke woorden
Daarna maak je in duo opdracht 4B met POTLOOD
"Noteer bij elke afbeelding de tip uit de tekst (titel) om sportuitval te voorkomen"
Klassikale verbetering
minute
second
minute
second
Relatie tussen coach & sporter
autonomie & zelfvertrouwen
support van ouders
betrokken omgang met andere sporters
fysieke toegankelijkheid
kosten
verbondenheid & pos. leerklimaat
Bv ze ervaren tegenvallers
sommige lijken fysieke pijn te hebben
mentale teleurstelling
Wielrenner moet stoppen owv hartproblemen.
Waarschijnlijk overlijden wegens hartfalen.
Papa hoort gestommel en gaat kijken - zoon ligt verkrampt - papa wil hem wekken door te roepen en te schudden - mama en de oudste zoon worden wakker, zo komt er extra hulp
Ze merkt dat hij in zijn broek plast en stopt met ademen.
Hij belt onmiddellijk de ambulance en geeft belangrijke info door zoals adres, leeftijd slachtoffer en toestand. Geeft tel aan papa en start reanimatie.
Hulpverleners stormen naar boven, nemen reanimatie NIET over.
1 iemand begint beademen - andere sluit defibrillator aan.
Mijn broer heeft mijn leven gered.
Hij leerde op school reanimeren.
veiligheid controleren
bewustzijn & ademhaling controleren
hulpdiensten verwittigen (bel 112)
hulp bieden
jezelf - omstaanders - slachtoffers
luid & duidelijk nagaan of je slachtoffer je hoort
zacht aan schouders schudden
zit naast het SO
leg hand op voorhoofd
kantel hoofd voorzichtig naar achteren
plaats vingertop onder kin
til hoofd omhoog
borstkas omhoog?
luister mond, neus
adres
herkenningspunten
wachten hulpdienst(en)
hoeveel slachtoffers?
extra info bv lftd, toestand (bwz, AH)
beschrijving ongeval, andere gevaren
bv. brand