1E/1F - 2.4 un joli appartement

Bonjour!  
Ça va?
Ha, ha!
1 / 17
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Bonjour!  
Ça va?
Ha, ha!

Slide 1 - Slide

Ik maak aantekeningen van degenen die niet hallo tegen mij hebben gezegd... Non, c'est une blague!

Leçon 4 - un joli appartement

Thème - La maison, la famille et la chambre

Slide 2 - Slide

This item has no instructions



Les objectifs du cours
À la fin du cours...

Grammaire: Je herhaalt le verbe avoir + chiffres et nombres 20t/m70 + l'adjectif (bijvoeglijk naamwoord).
 
- Je kan de e-mails van leçon 4 begrijpen.



Le programme

  1. Révision (herhaling) de la grammaire > in LessonUp.
  2. 1. Regardez et lisez ensemble! > tekst 'un joli appartement(blz.30)

Ensuite... in je livre d'exercices: 
Je bent klaar met leçon 1, 2, 3 en 4.
> Je maakt leçon 5.
Qu'est-ce qu'on va faire ?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Qu'est-ce que tu va apprendre ?

  1. Het ww - avoir (hebben) + ww être
  2. L'adjectif (v) -(het bijvoegelijk naamwoord)
  3. Le vocabulaire leçon 1, 2, 3 et 4 (chapitre 2).
  4. Les chiffres 20 t/m 70.




Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Être (zijn)

Je suis
tu es
Il est
Elle est 
On est

nous sommes
vous êtes
ils sont (m)
elles sont (v)
Avoir (hebben)

J'ai                         ik heb
tu as                      jij hebt
Il a                           hij heeft
elle a                       zij heeft
on a                       wij hebben 

nous avons          wij hebben
vous avez             jullie hebben
ils ont (m)             zij hebben  
elles, ont (v)          zij hebben 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

J'
Tu
Il / Elle
Nous
Vous
Ils / Elles
Ai
A
Ont
Avez
As
Avons

Slide 6 - Drag question

This item has no instructions

Maak het rijtje van het ww avoir,

typ in, j'...., tu..., il/elle/on..., nous..., vous..., ils/elles...

Slide 7 - Open question

This item has no instructions

In het Frans, als een vrouwelijk woord is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord een extra letter

Welke letter?
A
s
B
e
C
a
D
u

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Un adjectif (een bijvoeglijk naamwoord) zegt iets over een zelfstandig naamwoord

Le (m) garçon est petit = de jongen is klein
La (v)fille est petite = het meisje is klein

Le jardin est petit = de tuin is klein
La maison est grande = het huis is groot

Let op! Als het een vrouwelijk woord is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord een extra - e.

 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

La cuisine est
A
grand
B
grande

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Ma chambre est
A
petite
B
petit

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

Le mur est
A
noir
B
bleue

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

trente-sept
vingt-cinq
vingt et un
quarante-quatre
soixante-dix
soixante-huit
cinquante-deux

Slide 13 - Drag question

This item has no instructions

Quels materiels as-tu besoin maintenant?

Ouvrez vos livres de texte! 
> Chapitre 2 - leçon 4 (page 30)



Slide 14 - Slide

Wat betekent het titel 'j'habite ici' in het NL?
Wie?
Wat?
Waar?
Wanneer?

Slide 15 - Slide

Wat zie je op deze afbeelding?

Wat denk je dat 'tu habites où' betekent?
Wat betekent la rue in het NL, alweer? Het woord heb je in lecon 1 geleerd. 
En wat betekent une maison in het NL? Et un appartement?
Met wie woont Damien?
Hoe ziet het appartement eruit?
Wat denk je dat Olivier en Damien aan het doen zijn?


Wie? Qui?
Wat? Quoi?
Waar? Où?

Slide 16 - Slide

Tiens, regarde l'autre photo... over welke photo gaat het? De linker of de rechter?
Weet je wat la ferme betekent in het NL?
Wat betekent papi in het NL? Van wie is de boerderij?
Hoe ziet de boerderij eruit?
Qui est-ce = wie is dat!
Wie is 'c'est moi!' op de foto?
Hoe oud is Damien op de foto?
En wie is mamie in het NL?



Je bent klaar met leçon 1, 2, 3 en 4 > Je maakt leçon 5!
+ video's > in SOM

Slide 17 - Slide

This item has no instructions