In het boeddhistische kloosterleven worden specifieke regels en praktijken nageleefd om de spirituele ontwikkeling te bevorderen en afleidingen van wereldlijke zaken te vermijden.
Geen Vast Voedsel Na 12:00 uur: Kloosterlingen eten hun maaltijden in de ochtend, vaak tussen zonsopgang en 12:00 uur 's middags. Na dit tijdstip vasten ze en consumeren ze geen vast voedsel meer tot de volgende ochtend. Dit bevordert discipline, eenvoud en zelfbeheersing.
Dagelijkse Routine: De dag begint vroeg met meditatie en gebed. Na het ochtendritueel gaan kloosterlingen op bedeltocht (pindapata) om voedsel te verzamelen van de lokale gemeenschap. Ze besteden de rest van de dag aan meditatie, studie van heilige geschriften, persoonlijke reflectie en dienstbaarheid aan de gemeenschap.
Acceptatie van Hiërarchie: Binnen het kloosterleven is er een duidelijke hiërarchie, waarbij oudere en meer ervaren monniken respect en gezag hebben over jongere of minder ervaren monniken. Hierdoor wordt gehoorzaamheid, discipline en spirituele begeleiding bevorderd.
Vermijden van Wereldse Verleidingen: Kloosterlingen vermijden wereldse verleidingen zoals luxe, materiële bezittingen en werelds plezier. Ze streven naar eenvoud, soberheid en innerlijke rust als middelen om zich te concentreren op spirituele groei en verlichting.
Geen Goud, Zilver of Geld: Kloosterlingen bezitten geen persoonlijke bezittingen en onthouden zich van het gebruik van goud, zilver en geld. Dit bevordert gelijkheid, nederigheid en onthechting van materiële rijkdommen.