Les 7. Kloosterleven in het Boeddhisme: Toewijding aan meditatie.

Kloosterleven
1 / 17
next
Slide 1: Slide
GodsdienstLevensbeschouwingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Kloosterleven

Slide 1 - Slide

Het kloosterleven binnen het boeddhisme biedt een gestructureerde omgeving waar monniken en nonnen zich wijden aan spirituele groei, studie en dienstbaarheid aan de gemeenschap.

Kloosterleven biedt een essentiële structuur en omgeving voor boeddhisten die serieus streven naar spirituele groei en het begrip van de diepere aspecten van het bestaan volgens de leer van Boeddha.

Wat is het woord dat aanduidt dat je geen levende wezens mag doden?
A
Ahimsa
B
Dharma
C
Samsara
D
Moksja

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions


Waarom was het boeddhisme van oudsher niet geïnteresseerd in rituelen? 
A
De brahmanen waren onbetrouwbaar in het uitvoeren ervan
B
Deze helpen je niet om de weg naar verlossing te vinden
C
Rituelen zijn niet religieus
D
Deze verstoren de weg naar verlossing

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Klik op de schaakstukken en lees de stelling. 
Is de stelling juist? Sleep het schaakstuk dan naar het juiste coördinaat. De schaakstukken vormen dan een woord.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

F
H
B
S
A
A
D
T
N
M
P
K
L
V
W
O
S
T
A
E
R
S
T
S
O
K
In het boeddhisme reïncarneren je daden.(D,8)
De Dalai Lama staat aan het hoofd van het Tibertaanse boeddhisme. (A,5)
Een andere naam voor "het grote voertuig is Mahayana.(C,4)
Er zijn 5 edele waarheden. (A,8)
De atman heeft een goddelijke oorsprong. (G,1)
Yin en Yang hoort bij het Chinese Boeddhisme. (F,7)
Guanyin is de vrouwelijke boeddha. (H,4)
De Mahayana vind je in niet in Tibet.(G,3)
Pali is een levende taal. (B,2)
Een Bodhisattva is iemand die het wezen (sattva) van de verlichting (bodhi) al in zich draagt. (D,5)
Het Boeddhisme is de een na grootste religie in de wereld. (E,4)
In Japan vind je geen Boeddhisme. (G,6)

Slide 5 - Drag question

This item has no instructions


Welk woord is de oplossing?

Slide 6 - Open question

soetra
Leerdoelen
  • Je kunt de vijf basisregels benoemen en deze interpreteren.
  • Je bent instaat om aan te geven wat de leefregels zijn in een klooster en waarom dit zo is.
  • Je kunt aangeven wat de drie juwelen zijn en welke betekenissen deze hebben.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

 Geen onwaarheden spreken.

4
Geen bedwelmende middelen gebruiken.

5
Niet doden.

1
Niet stelen.

2
Seksualiteit niet misbruiken.

3
Vijf basisregels  
( voor elke boeddhist)

Slide 8 - Slide

Voor elke boeddhist, of het nu een monnik, non of leek is, zijn er vijf basisregels die bekendstaan als de Vijf Voorschriften. Deze voorschriften vormen de ethische richtlijnen die boeddhisten proberen te volgen in hun dagelijks leven. 

Niet doden: Het eerste voorschrift is om geen levende wezens te doden. Dit omvat niet alleen mensen, maar ook dieren en zelfs kleine insecten. Boeddhisten streven naar geweldloosheid in hun handelingen.

Niet stelen: Het tweede voorschrift is om niet te stelen of oneerlijk te zijn in het verkrijgen van eigendommen van anderen. Het gaat om respect voor andermans bezittingen en eerlijkheid in al hun transacties.

Geen ongepaste seksuele relaties: Het derde voorschrift richt zich op het vermijden van seksuele wangedrag. Voor monniken en nonnen betekent dit het volledig afzien van seksuele activiteit. Voor leken houdt dit in dat men respectvolle en niet-schadelijke relaties moet onderhouden.

Geen leugens spreken: Het vierde voorschrift vereist eerlijkheid en oprechtheid in spraak. Boeddhisten moeten vermijden te liegen, te roddelen of kwaadspreken.

Geen bedwelmende middelen gebruiken: Het vijfde voorschrift is om geen bedwelmende middelen te gebruiken die de geest vertroebelen en het oordeelsvermogen beïnvloeden. Dit omvat alcohol en drugs.

Deze Vijf Voorschriften vormen de basis van het ethische pad voor elke boeddhist, ongeacht hun specifieke rol binnen het boeddhisme. 


Welke basisregel treffen we niet aan in de 10 geboden?
A
Niet doden
B
Niet stelen
C
Niet liegen
D
Niet drinken

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Toetreden tot het klooster 
Jongetjes van acht jaar oud (soms jonger)  betreden het klooster voor opvoeding en onderwijs.
1
Elk kind krijgt twee leiders toegewezen die verantwoordelijk zijn voor hem.
2

Slide 10 - Slide

In boeddhistische tradities, vooral in landen zoals Thailand, Myanmar en Sri Lanka, kunnen jongens op jonge leeftijd (vaak rond 8 jaar of zelfs jonger) besluiten om toe te treden tot een klooster als novice. 

Leeftijd en Besluitvorming: Jongens kunnen op jonge leeftijd de wens uiten om monnik te worden. Ouders kunnen hun steun verlenen en toestemming geven voor de opvoeding van hun zoon in een klooster.

Noviciaat: Een jongen treedt in als novice, wat een formele intrede is in het kloosterleven. Hij wordt begeleid door senior monniken en krijgt meestal twee specifieke begeleiders toegewezen, die hem onderwijzen in de boeddhistische leer, monastieke regels en praktijken.

Opvoeding en Onderwijs: Tijdens zijn tijd als novice ontvangt de jongen een educatieve en spirituele opvoeding. Hij leert meditatie, bestudeert heilige geschriften en neemt deel aan dagelijkse kloosteractiviteiten zoals gebeden en ceremoniën.

Gelofteceremonie: Na een periode van training kan een novice ervoor kiezen om de volledige monniksorden aan te nemen door een formele gelofteceremonie. Dit markeert zijn toewijding aan het boeddhistische pad en het naleven van de Vijf Voorschriften als monnik.

Lange-termijn Toewijding: Het toetreden tot een klooster op jonge leeftijd is een serieuze toewijding die het hele leven kan duren. Monniken zetten zich in voor een leven van soberheid, spirituele groei en het dienen van de gemeenschap.
Inwijdingsritueel 1
Kaal scheren van het hoofd.
Betekenis: Ik ben nederig en laat het aardse leven achter mij.
Uitspreken van 3 geloften.       (3 juwelen)
Ik vertrouw me toe aan:
  • de Boeddha
  • de dharma (leer)
  • de sangha (gemeenschap)

Slide 11 - Slide

Het inwijdingsritueel voor een jongen die toetreedt tot een boeddhistisch klooster als novice omvat verschillende belangrijke stappen, waaronder het kaalscheren van het hoofd en het uitspreken van de drie geloften.

Kaalscheren van het Hoofd: Het kaalscheren van het hoofd symboliseert het afstand doen van wereldlijke zorgen en ijdelheid. Het is een teken van toewijding aan het boeddhistische pad en het aannemen van een eenvoudige levensstijl in het klooster.

Uitspreken van de Drie Geloften:
Gelofte van Celibaat: De novice belooft af te zien van seksuele activiteiten en zich te wijden aan een leven van kuisheid.

Gelofte van Gehoorzaamheid: De novice belooft gehoorzaamheid aan de monastieke regels, discipline en autoriteit binnen de kloostergemeenschap.

Gelofte van Verlichting: De novice belooft het pad van Boeddha te volgen, strevend naar verlichting (nirvana) en het helpen van alle levende wezens.

Deze geloften worden vaak uitgesproken tijdens een ceremoniële bijeenkomst, waarbij de novice officieel wordt verwelkomd door de monastieke gemeenschap. Het inwijdingsritueel markeert een belangrijke overgang naar het kloosterleven en het aannemen van de verantwoordelijkheden en verplichtingen van een boeddhistische monnik.







Hij ontvangt drie monnikskleden.
1
Bedelnap
voor het ontvangen van dagelijks voedsel.
(Mensen voelen het als een eer en plicht om hen eten en drinken te geven.)
2
 Naald en draad
om kleding te herstellen.
3
Scheermes
om zich kaal te scheren.
4
Snoer met kralen
wordt gebruikt bij het opzeggen van heilge teksten.
5
Intredingsritueel 2

Slide 12 - Slide

Wanneer een jongen toetreedt tot een boeddhistisch klooster als novice, ontvangt hij verschillende essentiële items die nodig zijn voor zijn leven en praktijk binnen de kloostergemeenschap. 

Bedelnap (Patta): Dit is een kom of bedelnap die de novice gebruikt om voedsel en donaties te ontvangen tijdens bedeltochten (pindapata). Het symboliseert nederigheid en afhankelijkheid van de gemeenschap voor zijn dagelijkse behoeften.

Monnikskleding (Kasaya): Dit zijn de traditionele gewaden van een monnik, meestal bestaande uit een drie- of vierdelige set. De kasaya symboliseert eenvoud, bescheidenheid en verzaking van wereldse bezittingen.

Naald en Draad: Deze worden gebruikt voor het onderhouden en repareren van monnikskleding (kasaya). Het symboliseert ook de praktische vaardigheden en nederigheid van het zorgen voor zijn eigen bezittingen.

Scheermes (Khuddaka Sutta): Dit wordt gebruikt voor het scheren van het hoofd, wat een symbolische daad is van afstand doen van wereldlijke ijdelheid en zuivering van het lichaam. Het kaalscheren van het hoofd markeert ook de nieuwe start van zijn spirituele leven.

Snoer met Kralen (Bhikkhu Jivara): Dit is een snoer met kralen dat wordt gedragen rond de nek van de monnik en dient als een herinnering aan de geloften en disciplinaire regels die hij heeft afgelegd. Het staat ook symbool voor zijn toewijding aan het boeddhistische pad en zijn gemeenschap.

Deze items zijn essentieel voor de praktijk en het dagelijks leven van een boeddhistische monnik.


Welke van de onderstaande opties is géén inwijdingsritueel voor monniken?
A
Het scheren van het hoofd
B
Het afleggen van geloften
C
Het offeren van voedsel aan voorouders
D
Het ontvangen van een bedelnap en gewaad

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Leefregels in het klooster
Het vermijden van wereldse afleiding.

4
Geen goud, zilver of geld bezitten.
5
Geen vast voedsel na 12:00.

1
Naleven van dagelijkse routine.
2
Accepteren van autoriteit en hiërarchie binnen het klooster.

3

Slide 14 - Slide

In het boeddhistische kloosterleven worden specifieke regels en praktijken nageleefd om de spirituele ontwikkeling te bevorderen en afleidingen van wereldlijke zaken te vermijden. 

Geen Vast Voedsel Na 12:00 uur: Kloosterlingen eten hun maaltijden in de ochtend, vaak tussen zonsopgang en 12:00 uur 's middags. Na dit tijdstip vasten ze en consumeren ze geen vast voedsel meer tot de volgende ochtend. Dit bevordert discipline, eenvoud en zelfbeheersing.

Dagelijkse Routine: De dag begint vroeg met meditatie en gebed. Na het ochtendritueel gaan kloosterlingen op bedeltocht (pindapata) om voedsel te verzamelen van de lokale gemeenschap. Ze besteden de rest van de dag aan meditatie, studie van heilige geschriften, persoonlijke reflectie en dienstbaarheid aan de gemeenschap.

Acceptatie van Hiërarchie: Binnen het kloosterleven is er een duidelijke hiërarchie, waarbij oudere en meer ervaren monniken respect en gezag hebben over jongere of minder ervaren monniken. Hierdoor wordt gehoorzaamheid, discipline en spirituele begeleiding bevorderd.

Vermijden van Wereldse Verleidingen: Kloosterlingen vermijden wereldse verleidingen zoals luxe, materiële bezittingen en werelds plezier. Ze streven naar eenvoud, soberheid en innerlijke rust als middelen om zich te concentreren op spirituele groei en verlichting.

Geen Goud, Zilver of Geld: Kloosterlingen bezitten geen persoonlijke bezittingen en onthouden zich van het gebruik van goud, zilver en geld. Dit bevordert gelijkheid, nederigheid en onthechting van materiële rijkdommen.

Hoe kun je aan deze regels zien dat het oorspronkelijke boeddhisme geen godheid vereert?

Slide 15 - Open question

In de regels en praktijken van het boeddhistische kloosterleven zijn er verschillende aspecten die aangeven dat boeddhisten eigenlijk geen godheden aanbidden zoals in sommige andere religies:

Geen Verering van Goddelijke Wezens: In het boeddhisme wordt geen verering of aanbidding gericht aan een opperwezen of goddelijke entiteit. Boeddhisten streven naar verlichting door zelfrealisatie en innerlijke transformatie, eerder dan door devotie aan een externe godheid.

Focus op Persoonlijke Verantwoordelijkheid: Centraal in het boeddhistische pad staat het concept van karma, waarbij individuen verantwoordelijk zijn voor hun eigen daden en gevolgen. Er is geen afhankelijkheid van een godheid voor vergiffenis of interventie.

Verlichting door Eigen Inspanning: Boeddhisten streven naar verlichting (nirvana) door middel van meditatie, zelfreflectie, ethisch handelen en het begrijpen van de Vier Edele Waarheden en het Achtvoudige Pad. Dit is een proces dat afhangt van persoonlijke groei en inspanning, niet van de genade van een goddelijke figuur.

Slide 16 - Video

This item has no instructions


  • Schijf 1 basisregel op.
  • Noem 2 regels voor het klooster.
  • Benoem de 3 juwelen.

Slide 17 - Open question

This item has no instructions