VAKTHEORIE · TOONSOORT
QUIZ
Terugblik: Toonsoort en toonladders
VAKTHEORIE · TOONSOORT
QUIZ
Terugblik: Toonsoort en toonladders
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Eugène Delacroix / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Rimski-Korsakov: De hommelvlucht, Neeme Järvi (kanaal: Neeme Järvi - Topic). Wat leerlingen horen: een razend snel orkest met loopjes die in kleine stapjes op en neer gaan. Goede antwoord: chromatische toonladder.
Beluister het fragment. Welke toonladder hoor je vooral voorbijsnellen?
Pentatonische toonladder
Majeurtoonladder
Harmonisch mineur
Chromatische toonladder
Het fragment is De hommelvlucht van Rimski-Korsakov: snelle loopjes die in halve tonen omhoog en omlaag gaan. Wie pentatonisch kiest, denkt aan een melodie met sprongen in plaats van aaneengesloten halve tonen.
Een stuk begint in C majeur en gaat verder in G majeur. Wat gebeurt er?
Er is een modulatie
Er is atonaliteit
Er is dodecafonie
Er is pentatoniek
Een nieuwe grondtoon betekent een modulatie. Wie atonaliteit kiest, denkt dat een wisseling van toonsoort geen toonsoort meer overlaat.
Welke van deze toonsoorten heeft één mol?
G majeur
C majeur
F majeur
D majeur
F majeur heeft een mol (Bes). G en D hebben kruisen en C heeft geen voortekens. Wie G kiest, verwart kruisen met mollen.
Zet de majeurtoonsoorten van weinig naar veel kruisen
C heeft geen kruis, G één, D twee en A drie. Fout: D en G omdraaien.
Wie ontwikkelde de dodecafonie?
Edvard Grieg
Frédéric Chopin
Arnold Schönberg
Wolfgang Amadeus Mozart
Schönberg bedacht in de jaren twintig de twaalftoonsmethode. De andere componisten kwamen in de les langs, maar schreven tonale muziek.
Een melodie gebruikt alleen de tonen c d e g a. Welke toonladder is dit?
Pentatonische toonladder
Majeurtoonladder
Chromatische toonladder
Harmonisch mineur
Vijf tonen per octaaf zonder halve tonen: pentatoniek. Wie majeur kiest, mist dat de vierde en de zevende toon ontbreken.
Welke voortekens heeft a mineur?
Eén kruis
Eén mol
Drie kruisen
Geen voortekens
A mineur is de parallelle toonsoort van C majeur en heeft dus geen voortekens. Wie één kruis kiest, denkt aan e mineur.
Aan het eind klinkt een slotakkoord dat helemaal af voelt. Wat zegt dit?
Het stuk is atonaal
Het stuk is tonaal
Het stuk is dodecafoon
Het stuk is chromatisch
Een afgerond slot wijst op een grondtoon, dus op tonale muziek. Atonale en dodecafone muziek hebben geen thuistoon.
Wat blijft gelijk als je van een majeur naar de parallelle mineur gaat?
De voortekens
De grondtoon
De terts boven de grondtoon
De tonaliteit
Parallelle toonsoorten hebben dezelfde voortekens. De grondtoon verandert: C wordt a. Wie de tonaliteit kiest, ziet over het hoofd dat majeur mineur wordt.
Welke tonaliteit heeft een oorspronkelijke, harmonische en melodische vorm?
Majeur
Pentatoniek
Mineur
Chromatiek
Alleen mineur kent drie vormen. Majeur heeft één vorm.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
♪ VAKTHEORIE · TOONSOORT
GOED GEDAAN!
Je hoort nu of een stuk een thuistoon heeft, of het majeur of mineur is en welke toonladder eronder ligt. Kijk de vragen na die je fout had en luister de fragmenten uit les 1 nog eens.
This item has no instructions