Latijn: vragend en betrekkelijk voornaamwoord

voornaamwoorden: 

1. vragend 

2. betrekkelijk

3. vertaling betrekkelijk vnw

4. hoe zie je het verschil tussen vragend en betrekkelijk vnw?

1 / 35
next
Slide 1: Slide
New lesson editorLatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

voornaamwoorden: 

1. vragend 

2. betrekkelijk

3. vertaling betrekkelijk vnw

4. hoe zie je het verschil tussen vragend en betrekkelijk vnw?

1. vragend voornaamwoorden

1. zelfstandig: quis? quid?

- betekenis: wie? (mnl/vrl)

                          wat? (onz)

- 2 rijtjes: m/v en o

2. bijvoeglijk: qui, quae, quod

- congrueert met zelfst. nw.

- betekenis: welk(e)?
- 3 rijtjes: m, v, o


nom ev

gen ev

dat ev

acc ev

abl ev

nom mv

gen mv

dat mv

acc mv

abl mv

cui

quam

quem

qibus

quarum

quis

quae

quod

cuius

qui

qua

quem

Vertaal: Cui librum dedisti? (liber = boek; dare = geven)

Vragend voornaamwoord, bijvoeglijk

Er bestaan ook bijvoeglijk gebruikte vragende voornaamwoorden. Die worden zo genoemd omdat ze net als een bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord staan en met het zelfstandig naamwoord congrueren in naamval, getal en geslacht. 

Het bijvoeglijk vragend voornaamwoord vertaal je met welk of welke. In het Latijn: qui (m), quae (v), quod (o).

Zelfstandig of bijvoeglijk vragend voornaamwoord

Als het vragend vnw alleen staat, is het zelfstandig:

= een vorm van wie of wat.


Als het vragend vnw samen met een z.nw. in dezelfde naamval staat, is het bijvoeglijk:

= een vorm van welke

Vragend voornaamwoord: bijvoeglijk

Quod spectaculum tibi placet?
Cuius puellae vestem habes?
Cui viro pecuniam do?
Quae crustula emis?
In qua fabula dea apparet?

nom ev

gen ev

dat ev

acc ev

abl ev

nom mv

gen mv

dat mv

acc mv

abl mv

quae

cui

cuius

qui

quod

qua

quorum

quos

quam

quibus

Zelfstandig of bijvoeglijk? Cui viro librum dedisti?

A

zelfstandig

B

bijvoeglijk

C


D


Zelfstandig of bijvoeglijk? Quem vir vidit?

A

zelfstandig

B

bijvoeglijk

C


D


HB blz 129 

maak mandatum IX --> 1 t/m 5

2. Betrekkelijke voornaamwoorden

in het Latijn

Betrekkelijke voornaamwoorden


                      Vir, qui intravit, meus frater est.

                       

                       qui intravit         betrekkelijke bijzin
                       qui                         betrekkelijk voornaamwoord (=relativum)

                        vir                          antecedent


1. Het meisje, dat op straat loopt, heeft een rood jurkje aan.

A

nominativus

B

genitivus

C

dativus

D

accusativus

2. De vrouw, van wie ik dit cadeau heb gekregen, heet Simone.

A

nominativus

B

genitivus

C

dativus

D

accusativus

3. De Romeinse goden, die ik erg bewonder, zijn onsterfelijk.

A

nominativus

B

genitivus

C

dativus

D

accusativus

4. De meneer, met wie ik praat, heeft een grote neus.

A

nominativus

B

genitivus

C

dativus

D

accusativus

5. Het boek, dat ons inspireert, is geschreven door Ovidius.

A

nominativus

B

genitivus

C

dativus

D

accusativus

6. De woorden, waardoor ik erg boos werd, werden door de leraar uitgesproken.

A

nominativus

B

genitivus

C

ablativus

D

accusativus

Ken je deze rijtjes dus al uit je hoofd?

betrekkelijk voornaamwoord: congruentie

pater, cui dona donamus, laetus est

Videtis omnes senatores, qui in Curia sedent?


- Het antecedent en betr. vnw. komen overeen in getal en geslacht, maar niet altijd in naamval

- naamval betr.vnw is afhankelijk van de functie in de bijzin.


Betrekkelijk voornaamwoord

Kies in de volgende zinnen het passende betrekkelijk voornaamwoord.


Let daarbij op het volgende:

- het geslacht en getal is gelijk aan het antecedent

- de naamval is afhankelijk van de functie in de bijzin


1. Servus, ... non fugit, insanus est.

A

qui

B

quae

C

quem

D

cui

2. Homines, ... dei puniunt, miseri sunt.

A

qui

B

quorum

C

quibus

D

quos

3. Carmen, de ... narravistis, non cognosco.

A

qui

B

quae

C

quod

D

quo

Betrekkelijk voornaamwoord

Kies voor de volgende zinnen de juiste vertaling.


Dominus, cuius servus fui, nunc mortuus est.

A

De meester, die slaaf is geweest, is nu dood

B

De meester, wiens slaaf ik ben geweest, is nu dood.

C

de meester, waarvan ik slaaf ben geweest, is nu dood

D

de meester, waardoor ik slaaf ben geweest, is nu dood.

Iuvenes, quibus signum datum est, statim concurrerunt.

A

De jongemannen, waaraan het teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.

B

De jongemannen, van wie het teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.

C

De jongemannen, aan wie een teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.

D

De jongemannen, waarmee een teken gegeven is, zijn meteen samengekomen.

4. Hoe zie je het verschil tussen een vragend vnw en betr. vnw?

- De vormen van het (bijvoeglijk) vragend vnw en betr. vnw zijn hetzelfde

- stappenplan ter onderscheid:

1. is het een vraagzin? --> vragend vnw.                                         

2. congrueert het met een ander nw? --> vragend vnw
                                Quem virum vidisti? Welke man heb je gezien?

3. staat het aan het begin van een bijzin? --> betr.vnw

                                vir, quem vides, senator est. De man, die je ziet, is senator.

      


let op!

Is de bijzin een afhankelijke vraagzin? (let op pv's als 'vragen/weten dat' in de hoofdzin én is er geen antecedent te vinden? --> vragend vnw

scio, quod templum aedificaret: ik weet, welke tempel hij bouwde

nesciebamus, qui senator id fecisset: wij 

rogatis, quem aedem novimus?