3.4 Planten

1 / 20
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

H3.4 Planten

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
  • Je kunt planten indelen in acht stammen.
  • Je kunt kenmerken en voorbeelden noemen van vaatplanten en groenwieren.
  • Je kunt kenmerken en voorbeelden noemen van sporenplanten en zaadplanten.

Slide 3 - Slide

Indeling plantenrijk

Slide 4 - Slide

Indeling plantenrijk
wieren
mossen
vaat-
planten

Slide 5 - Slide

Vaatplanten

Slide 6 - Slide

3

Slide 7 - Video

01:09
SPORENPLANTEN

Slide 8 - Slide

01:25
WIEREN

Slide 9 - Slide

01:52
ZAADPLANTEN

Slide 10 - Slide

Welke 3 woorden zag je in het filmpje langskomen?

Slide 11 - Open question

Ordening Plantenrijk
We verdelen het rijk der planten in 3 afdelingen:

  • Wieren
  • Sporenplanten
  • Zaadplanten

Slide 12 - Slide

wieren
leven vooral in water 
algen
stam:groenwieren
hebben bladgroenkorrels
geen wortel, geen stengel

Slide 13 - Slide

Stam: Sporenplanten
Mossen: mossen zijn kleine plantjes, ze groeien in groepen bij elkaar.
Geen echte wortels geen vaatbundels. 
Varens: varens herken je aan hun grote bladeren. De bladrand is vaak ingesneden. 
Zo lijkt één blad uit allemaal kleine blaadjes te bestaan. Ze hebben wortels en vaatbundels
Paardenstaarten: holle stengels, kleine blaadjes

Slide 14 - Slide

Mossen

Voortplanting:

Mosplantjes vormen sporendoosjes die 
(ver) boven het plantje zelf uitsteken.

In de sporendoosjes komen sporen, 
dat zijn de voortplantingscellen van de sporenplant.

Slide 15 - Slide

Varens
Voortplanting:

Varens vormen sporendoosjes aan de onderzijde van de bladeren.

De sporen zijn de voortplantingscellen van de sporenplant.
Mannetjesvaren

Slide 16 - Slide

Paardenstaarten
 Ze hebben holle stengels en kleine bladeren
 Sporen groeien in sporenvormende organen aan het uiteinde van de stengel.

Slide 17 - Slide

Stam: Zaadplanten
Zaadplanten planten zich voort door zaden. Uit een zaad kan een nieuw plantje groeien.
Zaadplanten hebben bloemen, in de bloem kan een zaad ontstaan.

Voorbeelden van zaadplanten zijn bijvoorbeeld gras, struiken, bomen en planten zoals in de afbeelding.

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Aan het werk: maak thema 3.4

Eerste  werk je alleen 
Daarna met je buurman/vrouw overleggen

Leren en maken vraag 1 t/m 9

timer
15:00

Slide 20 - Slide