Lenen

Lenen
1 / 28
next
Slide 1: Slide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Lenen

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen:

  • We leren wat lenen is.
  • We leren waarom mensen lenen.
  • We leren dat lenen geld kost.
  • We leren wat aflossen is.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
Theorie
Opdrachten
Verwerking
Afsluiting
In de inleiding introduceren we het onderwerp en bekijken we wat jij hier al over weet.
Bij theorie slides krijg je informatie over het onderwerp door tekst, plaatjes, audio en video.
Bij opdrachten testen we je kennis.
We sluiten de les af en blikken terug.
Tijdens de verwerking maak je een opdracht om te controleren of je de les goed hebt begrepen.
Waar
ben ik?

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lenen

Je wilt heel graag een scooter kopen, maar je hebt geen geld. Hoe kun je er dan toch voor zorgen dat je over een bepaalde tijd de scooter wel kan kopen?

Daar gaan we het deze les over hebben. 
Waar
ben ik?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Geld lenen is gevaarlijk.
Wat vind jij?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions


"Lenen is beter dan sparen."
Leg uit wat je van deze uitspraak vindt.

Slide 7 - Open question

Optioneel: leerlingen kunnen ook een plaatje toevoegen in plaats van tekst.
Ouders
Je kunt aan je ouders vragen om zakgeld of kleedgeld eerder te krijgen. Je leent dan soort van bij je ouders. 
Familie
Leen je geld bij je opa of oma of een oom of een tante? Spreek samen duidelijk af wanneer je geld terug gaat betalen. Schrijf afspraken ook op.
Bank
Als je jonger bent dan 18 kun je zelf geen geld lenen bij een bank. 
Vrienden
Veel scholieren lenen geld van elkaar. Je wilt even een blikje cola kopen en leent 1.5 euro bij een klasgenoot. Morgen geef je het geld weer terug. 
Je kunt bij veel verschillende mensen of bedrijven lenen. Hieronder zie je een aantal voorbeelden. Bij wie kun je eigenlijk allemaal lenen?
Lenen

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Waarom lenen mensen?
Misschien krijg je van je ouders kleedgeld of zakgeld of verdien je geld met klusjes of een bijbaan. Het geld wat je verdient geef je uit. 

Soms hou je aan het einde van de week of de maand niet genoeg geld over. 

Je kunt dan geld lenen. 

Een lening is een bedrag dat je tijdelijk mag bezitten, maar niet mag houden. Als je een lening neemt heb je een schuld.

Je moet een lening dus terugbetalen.
Theorie 1
Onverwachte tegenslag
Je hebt niet gespaard en je auto gaat stuk. Je krijgt een hoge rekening van wel 1500,-. Je had dit niet verwacht. 

Je kunt dan geld lenen om de rekening te betalen.
Een dure aankoop
Je wilt een nieuwe scooter of laptop kopen. Dat kost veel geld. Je moet dan een grote uitgave doen. Je wilt het nu hebben en kunt dan geld lenen. 
Even geen geld
Je hebt tijdelijk niet voldoende geld voor het einde van de maand. Je salaris wordt over een paar dagen gestort. Je leent even geld totdat je salaris wordt bijgeschreven. 

Slide 9 - Slide

This item has no instructions


Leg uit wat lenen is.

Slide 10 - Open question

This item has no instructions


Noem drie redenen waarom mensen lenen.

Slide 11 - Open question

This item has no instructions


Heb jij weleens geld geleend van iemand? Leg uit waarom dit was. 
Heb je het geld ook terugbetaald?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions


Heb jij weleens geld geleend aan iemand uitgeleend? Leg uit waarom dit was. 
Heb je het geld ook terugbetaald?

Slide 13 - Open question

This item has no instructions


Op wie lijk jij? 

Rood staan boeit mij niet.
Ik heb mijn geldzaken goed op orde
Soms einde maand sta ik rood.
Ik let eigenlijk niet echt op wat ik leen.

Slide 14 - Poll

This item has no instructions

Sleep de tip naar de juiste persoon. 

Ghislain
"Rood staan boeit me niet!"
Walter
"Ik let niet echt op mijn geld, hoeveel ik leen en of ik dat terug kan betalen."
Maaike
"Ik heb mijn geld goed op orde. Ik weet precies wat ik kan uitgeven."
Yousri
"Einde maand sta ik soms rood, maar als mijn salaris is gestort niet meer."
Probeer echt op je financien te letten. Voor je het weet heb je veel leningen en beland je in de problemen.
Heel goed! En zo doorgaan.
Af en toe is dit niet erg, maar probeer hier wel op te letten.
Rood staan betekent dat je een schuld bij iemand hebt. Probeer toch minder schulden aan te gaan.

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions

Rente
Als je geld leent kun je meteen je aankoop doen, maar je hebt dan wel een schuld bij iemand. 

Schuld = het geld dat je moet terugbetalen. 

Als je een schuld bij iemand of de bank hebt, moet je ook rente betalen. 

De rente betaal je aan de bank. De bank verdient zo geld. 

Kijk op de volgende slide voor een voorbeeld.

Theorie 2
Video: Hoe is rente ontstaan? (bron: Cliphanger)

Slide 16 - Slide

Titel: Hoe is rente onstaan?
Bron: Clipphanger
Voorbeeld rente
Stel je leent 100,- euro bij de bank. 

- De bank vraagt 5% rente. 
- 5% van 100 euro is 5 euro.
- Per jaar moet je dus 5 euro aan rente betalen aan de bank. 
- Je moet rente betalen totdat je jouw lening afbetaald hebt aan de bank.
Theorie 3

Slide 17 - Slide

This item has no instructions


Als je geld leent hoef je geen rente te betalen aan diegene aan wie je geld hebt geleend.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Wat betekent dit?

Slide 19 - Mind map

This item has no instructions


Stel dat een persoon nu naar een bank gaat om te lenen. Noem twee dingen moet de bank met die persoon afspreken.

Slide 20 - Open question

This item has no instructions


Ga op zoek naar wat de rente nu is bij een bank? 
Voorbeelden van banken zijn: ING Bank, ABN Amro en Rabobank.

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Lening afbetalen
Als je een lening hebt dan moet je de lening aflossen.

Aflossen = terugbetalen. 

Een lening betaal je vaak terug in delen. 

In delen wordt ook wel termijnen genoemd.

Een termijn is een periode.

Hou bij het terugbetalen ook rekening met de rente 
(als die er is).





Theorie 4

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Wat betekent aflossen?

Slide 23 - Open question

This item has no instructions


Frank leent 100 euro bij zijn ouders. Hij betaalt elke maand 10 euro terug aan zijn ouders. 

In hoeveel termijnen betaalt Frank de lening terug?

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Lenen:

  • Een lening is een bedrag dat je tijdelijk mag bezitten, maar niet mag houden.
  • Je moet een lening dus terugbetalen.
  • Schuld = het geld dat je moet terugbetalen. 
  • Als je een schuld bij iemand of de bank hebt, moet je ook rente betalen. 
  • Aflossen = terugbetalen. 
  • Een lening betaal je vaak terug in delen. 
  • In delen wordt ook wel termijnen genoemd. Een termijn is een periode.


Om te 
onthouden

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Verwerking

Slide 26 - Slide

Een andere verwerkingsopdracht die gespeeld kan worden is het spel: Kolonisten van Catan.

Dit spel draait om de balans vinden tussen sparen en uitgeven (bouwen):


Check welk geldtype je bent
Stap 1: Ga naar deze link

Stap 2: Geef aan of je jonger dan 15 jaar bent of ouder dan 15 jaar bent.

Stap 3: Doe de test!

Stap 4: Welk type ben je? Bekijk de tips en bespreek de test klassikaal. 

Stap 5: Zoek een klasgenoot op die een ander geldtype is. Bekijk samen naar jullie verschillen en geef elkaar tips.
Instructie

Slide 27 - Slide

Uit de geldtypetest van Nibud komen 4 types:
- Superspaarder
- Rekenmaster
- Geld-chaoot
- Big spender

Onderwerpen die leerlingen met elkaar bij stap 5 kunnen bespreken:
- Waar geef je je geld aan uit?
- Check je vaak hoeveel geld je hebt?
- Vergelijk je veel met anderen?
- Geef elkaar 2 tips
Deze les heb je geleerd wat lenen betekent. In de volgende les kijken we naar schulden.

Slide 28 - Slide

This item has no instructions