MAVO 2 - Clase 5_Periodo 3: Herhaling Unidad 5 (29-05-2026)

Clase 5 del periodo 3
Herhaling Unidad 5
¡Bienvenidos!
1 / 28
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Clase 5 del periodo 3
Herhaling Unidad 5
¡Bienvenidos!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon thuis of in de kluis!
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            El programa de hoy
            Het programma van vandaag
  • Quizlet Live
  • Aan het werk
  • Herhaling: grammatica
  • Afsluiting

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
         Los objetivos
         De lesdoelen
  • Na de les kan je de woorden van Unidad 5 vertalen naar zowel het Nederlands als het Spaans. [R]
  • Na de les weet je hoe je de Spaanse bijwoorden kunt gebruiken. [T1]
  • Na de les kan je de werkwoorden 'ser' en 'estar' in zinnen toepassen. [T1]

Slide 4 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Unidad 5
Nuevos horizontes

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

REPASO: Los adverbios
HERHALING: De bijwoorden
Een bijwoord zegt iets over een bijvoeglijk naamwoord of een werkwoord. Bijwoorden zijn in het Spaans makkelijk te herkennen: ze eindigen op -mente. Zij worden gevormd door achter de vrouwelijke vorm van het bijvoeglijk naamwoord -mente te zetten.

Ejemplo
  • Típico --> típicamente (typisch)
  • completo --> completamente (volledig)
  • feliz --> felizmente (gelukkig)

Ejemplos de formas irregulares
  • bueno --> bien
  • malo --> mal

(Mi gramática: página 78 del libro de texto)

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

¡REPASO!
¡HERHALING!
  • Tranquilo --> tranquilamente (rustig)
  • Perfecto --> perfectamente (perfect)
  • Lento --> lentamente (langzaam)
  • Rápido --> rápidamente (snel)
  • Breve --> brevemente (kort)
  • Simple --> simplemente (simpel)
  • Amable --> amablemente (aardig)
  • Inteligente --> inteligentemente (intelligent)
  • Horrible --> horriblemente (vreselijk)
  • Cierto --> ciertamente (zeker)
  • Atento --> atentamente (attent)


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

¡REPASO!
¡HERHALING!

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Página 32

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Ser y estar        het verschil 
SER: vaste eigenschappen

1. Nationaliteit
2. Beroep
3. Karakter
4. Fysieke beschrijving

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

        SER                                                        ZIJN 
1.(yo) soy                                                            (ik ben) 
2.(tú) eres                                                         (jij bent)
3.(él, ella, usted) es                                        (hij/zij is, u bent)
4.(nosotros/as) somos                                  (wij zijn)
5.(vosotros/as) sois                                        (jullie zijn)
6.(ellos, ellas, ustedes) son                         (zij zijn / u (mv))




Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ser y estar      het verschil     
ESTAR: tijdelijke eigenschappen

Emotie (= tijdelijk) (estoy triste)
Zich bevinden/ plaatsbepaling (estoy en casa)
Vragen hoe het met iemand is (¿Cómo estás?)

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

        ESTAR                                                        ZIJN 
1.(yo) estoy                                                           (ik ben)
2.(tú) estás                                                           (jij bent)
3.(él, ella, usted) está                                        (hij/zij is, u bent)
4.(nosotros/as) estamos                                  (wij zijn)
5.(vosotros/as) estáis                                         (jullie zijn)
6.(ellos, ellas, ustedes) están                          (zij zijn / u (mv))



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

¿Qué significan los verbos ser y estar?
Wat betekenen de werkwoorden ser y estar? 
Ser 
Estar
Zijn 
Zijn/ zich bevinden

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

Sleep de -SER OF ESTAR  naar de juiste plek.
estáis
soy
somos
es
estoy
estáis
está
(Vosotros) …………………………..en California ahora.
La casa ………………………….. blanca
(Yo) ………………………….. inteligente y trabajadora.
(Yo) ………………………….. en la tienda
(Nosotros)…………………………..de Nueva York.
La piscina………………………….. al lado de la playa .
(Vosotros) …………………………..de Miami.

Slide 15 - Drag question

This item has no instructions


Maak van het volgende woord een bijwoord: amable

Slide 16 - Open question

This item has no instructions


Maak van het volgende woord een bijwoord: tranquilo

Slide 17 - Open question

This item has no instructions


Maak van het volgende woord een bijwoord: feliz

Slide 18 - Open question

This item has no instructions


Maak van het volgende woord een bijwoord: bien

Slide 19 - Open question

This item has no instructions


Maak van het volgende woord een bijwoord: rápido

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

¡A trabajar!
Aan het werk!
Libro de ejercicios
Maak de volgende opdrachten uit het werkboek:
Ej. 10 & 11 (página 96)
Ej. 1 & 3 (página 105)


Zodra je klaar bent kan je beginnen met het leren van de woorden van Unidad 5 op Quizlet.


timer
15:00

Slide 21 - Slide

This item has no instructions


¿Qué habéis aprendido hoy?
Wat hebben jullie vandaag geleerd?

Slide 22 - Open question

This item has no instructions


¿Qué es lo que todavía te resulta difícil?
Wat vind je nog uitdagend?

Slide 23 - Open question

This item has no instructions

Para la próxima clase
Voor de volgende les
Woordenschat & grammatica
  • Leer de woorden van Unidad 5.
  • Herhaal de werkwoorden 'ser' en 'estar'.

Libro de ejercicios
  • Ej. 1 & 3 (página 105)

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

          ¿Qué os parece la clase?
          Wat vinden jullie van de les?

Slide 25 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

          ¿Hay preguntas o dudas?
          Zijn er vragen of twijfels?
Als jullie buiten de les nog vragen hebben, stuur de docent een bericht in Somtoday of Teams.


Slide 26 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

¡Hasta luego!

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Slide

This item has no instructions