Verwijswoorden, verbindingswoorden, signaalwoorden

1 / 9
next
Slide 1: Slide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 5

This lesson contains 9 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
VOORKENNIS

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Stap 1

Ali werkt in de keuken.



Sara werkt in de winkel.
Over wie gaat deze zin?
Over wie gaat deze zin?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
Ali werkt in de keuken. Hij maakt brood. 


Sara werkt in de winkel. Zij helpt klanten.
Wie is hij?
Wie is zij?

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Stap 3
Ali werkt in de keuken. Hij maakt brood.

Ali werkt in de keuken en hij maakt brood.

Ali werkt in de keuken maar het is soms druk.


Wat verandert er als je EN gebruikt? 
Wat verandert er bij MAAR?

Slide 6 - Slide

EN = iets erbij

MAAR = tegenstelling
Stap 4
Ik ga naar school … ik wil leren.
Ik wil buiten spelen … het regent.
Ik eet fruit … een appel.

Kies uit de volgende woorden:
en – maar – want – bijvoorbeeld

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
  • Ik herken verwijswoorden in een korte tekst. (R)
  • Ik herken verbindingswoorden en signaalwoorden. (R)
  • Ik kan verwijswoorden, verbindingswoorden en signaalwoorden markeren in een korte tekst. (T1)

Slide 8 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
Als je een tekst leest of luistert, hoor je woorden die vertellen hoe de tekst in elkaar zit.
Met deze woorden snap je sneller wat belangrijk is.
Dat helpt je straks bij het maken van een samenvatting.”

Tijdens deze les behandelen we:
  • Verwijswoorden
  • Verbindingswoorden
  • Signaalwoorden

Slide 9 - Slide

» Waar heb je eerder een samenvatting gemaakt?
» Wat vind je moeilijk aan samenvatten?