Rekenen JK - les 4 - Meten en voorbereiden op de toets.

1 / 39
next
Slide 1: Slide
RekenenHBOStudiejaar 2

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Inhoud bijeenkomst 4:
  • Leerlijn meten
  • Lesbedoelingen
  • Oefenvragen toets

Slide 2 - Slide

Doelen:
  • Studenten kunnen meetactiviteiten benoemen passend bij groep 1, 2, 3 of 4
  • Studenten kunnen aangeven welke deelaspecten horen bij ontluikend maatbesef en dit koppelen aan een activiteit, zowel buiten als binnen.​
  • Je kunt lesdoelen benoemen bij activiteit van groep 1, 2, 3 en/of 4.

Slide 3 - Slide

Meten / meetkunde
Meten
Bij meten gaat het er vooral om greep te krijgen op eigenschappen van situaties en dingen om ons heen. Lengte, oppervlakte, tijd, inhoud en gewicht heten grootheden. Meten is het nauwkeurig bepalen van een maat met behulp van een instrument, bijvoorbeeld een centimeter. kwantitatief

Meetkunde
Bij meetkunde gaat het om het beschrijven en verklaren van ons omringende ruimte.  Plattegronden, richtingen, routes, schaduwen, projecties, symmetrieën, patronen enz. Ruimtelijk redeneren valt binnen meetkunde.

Meten en meetkunde lopen soms door elkaar heen.

Slide 4 - Slide

Meten of meetkunde?
A
meten
B
meetkunde

Slide 5 - Quiz

Meten of meetkunde?
A
meten
B
meetkunde

Slide 6 - Quiz

Meten of meetkunde?
A
meten
B
meetkunde

Slide 7 - Quiz

Meten of meetkunde?
A
meten
B
meetkunde

Slide 8 - Quiz

Waarom willen kleuters meten?

Slide 9 - Open question

Herhaling: waarom meten we?
Een middel om de fysieke wereld te structureren en er greep op te krijgen (meten is weten...).
Bovendien leidt het tot:
  • Uitlokken van verwondering.
  • Onderzoekende houding.
  • Probleemoplossend vermogen.
  • Gevoeligheid voor de schoonheid van wiskundige structuren en oplossingen.

Slide 10 - Slide

Waarom willen kleuters meten?

Slide 11 - Slide

Herhaling: meten leidt tot...
  • Begrijpen wat lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, temperatuur en snelheid inhouden.
  • Getalbegrip

Slide 12 - Slide

1
2
3
4
5
6
7
8
9
vergelijken en ordenen
afpassen, meten met een natuurlijke maat
standaardmaten en meetreferenties
hanteren van meetinstrumenten
maatverfijning
meetnauwkeurigheid
inzicht in metriek stelsel
samengestelde grootheden
herleiden en omrekenen van maten

Slide 13 - Drag question

Leerlijn meten
I. Ontluikend maatbesef
1. Vergelijken en ordenen
2. Afpassen
3. Standaardmaten en meetreferenties
II. Inzicht in meten en maten
4. Hanteren van meetinstrumenten
5. Maatverfijning
6. Meetnauwkeurigheid
7. Inzicht in het metriek stelsel
III. Formeel redeneren en rekenen met maten en grootheden
8. Herleiden en omrekenen van maten
9. Samengestelde grootheden



Slide 14 - Slide

Groep 1-2: ontluikend maatbesef
Vergelijken en ordenen

Slide 15 - Slide

Afpassen

Slide 16 - Slide

Standaardmaten en meetreferenties
  • Introductie van standaardmaten in de loop van groep 3. Dit begint met de meter.​​ 
  • Door veel te meten (bijv. met een bordliniaal) ontstaan meet-referenties en ontwikkelen leerlingen maatgevoel. ​
  • Voorbeeldactiviteit: stuur kinderen op pad met een strook van 1 meter. Laat ze op het schoolplein zoveel mogelijk dingen vinden van 1 meter. 

Slide 17 - Slide

Hanteren van meetinstrumenten.
  • Hangt samen met introductie van standaardmaten.​
  • (Nadere) verkenning van meetinstrumenten.

Slide 18 - Slide

Uitdaging: maak een slinger van precies één meter.

Slide 19 - Slide

Herhaling: natuurlijke maat / standaardmaat.
Wat is een natuurlijke maat?
Wat is een standaardmaat?
Waarom zou je kinderen eerst laten meten met natuurlijke maten en leer je ze niet meteen te meten met standaardmaten?


Slide 20 - Slide

Opdracht leerlijn meten.
Bekijk de tussendoelen op de website van het SLO:
Rekenen/wiskunde - Meten en meetkunde - kerndoel 33

Bedenk een activiteit bij een tussendoel van lengte en omtrek voor groep 1-2.
Bedenk een activiteit bij een tussendoel van inhoud voor groep 3 of groep 4.

Slide 21 - Slide

Tijdsbesef en tijdsbeleving.
Ervaren van tijdsverloop – kort en lang
Dagritme en regelmaat – dagindeling, namen van de dagen
Gebruik tijdseenheden – leeftijd en kalenderbijzonderheden

Slide 22 - Slide

Energizer
Doe je ogen dicht en open ze pas weer als je denkt dat er een minuut (zandloper)  voorbij is......

Slide 23 - Slide

Rupsje Nooitgenoeg

Slide 24 - Open question

Lesideeën
- Ontwikkeling volgen ei-rups-cocon-vlinder.
- Logisch ordenen: verhaal in goede volgorde leggen.
- Versje over Rupsje Nooitgenoeg en dagen van de week aanleren.

Slide 25 - Slide

Tijd
Groep 3:
Hele uren
Dagen van de week
Groep 4:
Hele en halve uren analoog
Introductie kwartier (analoog)
Groep 3/4:
Maand- en jaarkalender



Slide 26 - Slide

Formuleren bedoelingen:
  • Tellen (in doel fase en grootte benoemen):
Aan het eind van de activiteit kunnen de kinderen objectgebonden (resultatief) tellen tot en met 10.

Slide 27 - Slide

Formuleren bedoelingen:
Voorbereidende rekenvaardigheid (in doel welke rekenvaardigheid en specifiek benoemen wat kinderen dan kunnen);
- Aan het eind van de activiteit kunnen de kinderen schoenen seriëren, dit doen zij door de zolen tegen elkaar aan te houden en zo te kijken welke langer is. Vervolgens zetten zij de schoenen van groot naar klein (gericht op de zolen).
- Aan het eind van de activiteit kunnen de kinderen schoenen met veters corresponderen, de kinderen kunnen kijken of er genoeg veters zijn door bij elke schoen één veter neer te leggen.

Slide 28 - Slide

Formuleren bedoelingen:
Structuren (structuur noemen, grootte noemen)
- Aan het eind van de activiteit kunnen de kinderen de dobbelsteenstructuren t/m 6 herkennen en direct (zonder te tellen) noemen. 

Slide 29 - Slide

Formuleren bedoelingen:
Meten (fase van de leerlijn en specifiek noemen wat de kinderen dan kunnen):
- Aan het einde van de activiteit kunnen de kinderen afpassen, de kinderen kunnen bepalen welke afstand langer is door met een passend voorwerp (niet te klein, niet te groot) naar keuze te kijken hoe vaak het voorwerp erin past en welke afstand dan langer is.

Slide 30 - Slide

Oefenvragen!

Slide 31 - Slide

Welke rekenvoorwaarden (door Piaget benoemd) kan je met deze twee kranten uitleggen.
A
conservatie
B
correspondentie
C
classificatie
D
serieëren

Slide 32 - Quiz

Wat is de functie van het getal op deze foto?
A
telgetal
B
meetgetal
C
hoeveelheidsgetal
D
rekengetal

Slide 33 - Quiz

Leerlijn tellen.
De kinderen zitten in de kring. Er zijn nog een paar stoelen (vijf) leeg. Roos roept: “Oh, juf er zijn vijf kinderen ziek!” “Klopt dat Erik?”, vraagt de juf.
Erik staat op, loopt langs de stoelen en telt, terwijl hij de stoelen aanwijst: “Eén, twee, drie, vier, vijf” en vervolgt: “Ja juf, vijf zieken”

A
akoestisch tellen
B
resultatief tellen
C
synchroon tellen
D
verkort tellen

Slide 34 - Quiz

Rijgen, splitsen of handig rekenen?
301-67=
300-67=
233+1=


A
rijgen
B
splitsen
C
handig rekenen

Slide 35 - Quiz

Rijgen, splitsen of handig rekenen?
57-29=
57-20=37
37-7=30
30-2=28
A
rijgen
B
splitsen
C
handig rekenen

Slide 36 - Quiz

Rekenen tot 20.
Rebecca geeft les in groep 3. Tijdens het zelfstandig werken ziet ze Ilse, Robin en Coen m.b.v. het rekenrek de som 7+6 uitrekenen.
Coen rekent zo: 12 + 1 = 13.
Robin rekent zo: 5 + 5 + 2 + 1 = 13
Ilse rekent zo: 7 + 3 + 3 = 13
Welke strategieën gebruiken Coen, Robin en Ilse?

Slide 37 - Open question

Rekenvoorwaarden
Groep 1/ 2 is bezig met het thema: “we gaan op reis”.
Noem twee voorbereidende rekenvaardigheden; beschrijf voor elk van deze twee één activiteit aan de hand van dit thema en geef het doel van de les aan.


Slide 38 - Open question

Wat moet je leren?
  • Brom-Snijders, P. van den & J. van den Bergh (2014). Hele getallen. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff. Hoofdstuk: 1 t/m 4.
  • Hutten, O. & J. van den Bergh (2014). Meten en Meetkunde. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff. Alles wat betreft groep 1 t/m 4.
  • Van Luit, J.E.H. (2009) De ontwikkeling van tellen en getalbegrip bij kleuters.
  • Handouts van de collegestof (inclusief professionele gecijferdheid).

Slide 39 - Slide