Les articles

LES ARTICLES
1 / 48
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1-4

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

LES ARTICLES

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

1. L'article indéfini= onbepaald lidw
  • J'ai un vélo rouge.

  • Il me donne une rose. 

  • Je mange des fruits.

= EEN in het Nederlands
meervoud van un/une = des
Bestaat niet in NL!

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

2. L'article défini = bepaald lidwoord
  • La personne en face de moi. 

  • Je promène le chien.

  • Les enfants vont à l'école. 

=DE of HET in het Nederlands

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Geen lidwoord in het Nederlands, maar wel een bepaald lidwoord in het Frans:
  • idvoor een zelfstandig naamwoord dat algemeen wordt gebruikt: les chiens sont fidèles.
  • na aimer/détester/préférer/adorer (ook na een ontkenning of woord van hoeveelheid): Mes parents adorent le jazz. J'aime beaucoup les enfants.
  • beschrijving van uiterlijk: il a les cheveux bruns.
  • voor data: le 14 juillet
  • voor namen van dagen als je 'elke' bedoelt: le jeudi, je fais du sport
  • let op: als er voor een dag jongstleden/afgelopen of aanstaande gezet kan worden, geen lidwoord:  il est venu nous voir lundi
  • voor een titel o beroep gevold door een eigennaam: le docteur Lebrun

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Lis le texte (Lees de tekst)

Un claquement métallique. Le facteur vient de glisser le courrier dans la boîte aux lettres.
Peu après, il y a un bruit de porte, des pas sur le gravier de l’allée.
Enfin, la voix de maman crie dans la maison :
« Samuel ! Une lettre pour toi ! »

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Choisis la bonne réponse:
A
Samuel reçoit un cadeau.
B
Le facteur apporte une lettre pour Samuel.
C
Samuel va à l'école.
D
Maman reçoit une lettre.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel bepaalde lidwoorden zijn er?
Un claquement métallique. Le facteur vient de glisser le courrier dans la boîte aux lettres.
Peu après, il y a un bruit de porte, des pas sur le gravier de l’allée.
Enfin, la voix de maman crie dans la maison :
« Samuel ! Une lettre pour toi ! »

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Schrijf de bepaalde lidwoorden hier + het zelfstandig naamwoord

Slide 8 - Open question

Bijvoorbeeld: le facteur, 
Hoeveel onbepaalde lidwoorden zijn er?
Un claquement métallique. Le facteur vient de glisser le courrier dans la boîte aux lettres.
Peu après, il y a un bruit de porte, des pas sur le gravier de l’allée.
Enfin, la voix de maman crie dans la maison :
« Samuel ! Une lettre pour toi ! »

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Schrijf de onbepaalde lidwoorden hier + het zelfstandig naamwoord

Slide 10 - Open question

Bijvoorbeeld: un claquement, 
Sleep de juiste Nederlandse vertaling naar de Franse woorden
un claquement
le facteur
le courrier
la boîte aux lettres
un bruit
een geluid
de postbode
de post
een klap
de brievenbus

Slide 11 - Drag question

This item has no instructions

des pas
le gravier
l'allée
la voix
la maison
une lettre
stappen
het huis
de steentjes
de oprit
de stem
een brief

Slide 12 - Drag question

This item has no instructions

3. Masculin ou féminin?
Je kan niet altijd weten of een woord mannelijk of vrouwelijk is!
MANNELIJK
VROUWELIJK
MEERVOUD
mannelijke woorden  
eindigen op:

 -ment, -phone, -scope, -eau, -teur, -isme -al, -eur, -age (maar une image, une plage..):

un règlement, un journal, un vendeur, le socialisme


vrouwelijke woorden eindigen op:

- té, -sion/tion, -euse, -ure, -ette, -ence/ance,

la beauté, la décision, la vendeuse, une bicyclette
Een woord dat op -x of -s eindigt staat vaak in het meervoud:

- les jeux, les yeux, des enfants, des fruits

Slide 13 - Slide

Als je vragen hebt, mag je mij altijd een berichtje sturen! 
une
un
des
décision
gouvernement
ordinateur
connaissance
bateau
émissions
confiance
solidarité
bateaux

Slide 14 - Drag question

This item has no instructions

un, une, des: dit zijn .... lidwoorden

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

4. L'article contracté = samengetrokken lidwoord

Bij de voorzetsels 'à' en 'de' :


à + le = au
de + le = du
à + la = à la
de + la = de la
à + les = aux
de + les= des

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

1. Vous téléphonez ________________
père de Thierry?
A
au
B
à l'
C
à la
D
aux

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

2. Le professeur va parler ___________________ élèves.
A
au
B
à l'
C
à la
D
aux

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

3. Donne le ballon _______________ copine de Stéphane.
A
au
B
à l'
C
à la
D
aux

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

4. C’est un cadeau ______________ amis de l’école.
A
du
B
de l'
C
de la
D
des

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

5. Philippe habite près ____________ gare.
A
du
B
de l'
C
de la
D
des

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

6. Hassan revient ____________ école.
A
du
B
de l'
C
de la
D
des

Slide 22 - Quiz

This item has no instructions

5. L'article partitif= delend lidwoord
Je weet NIET hoeveel/ er staat in het Nederlands geen lidwoord:




  • Je mange du pain (Ik eet brood)
  • J'achète de la nourriture (Ik koop eten)
  • Je bois de l'eau (Ik drink water
WE VERTALEN DIT NIET IN HET NEDERLANDS!!
masculin
féminin
voyelle
singulier
du
de la
de l'
pluriel
des
des
des

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

5. L'article partitif= delend lidwoord
Je weet WEL hoeveel:




  • Il boit assez d'eau (Hij drinkt genoeg water)
  • J'achète beaucoup de fruits (Ik koop veel eten)
  • Je mange un peu de salade (Ik eet een beetje sla)

masculin/ féminin/ pluriel
voyelle
singulier
de
d'
pluriel
de
d'

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

5. L'article partitif= delend lidwoord
Na een ontkenning
DE!!

  • Je ne mange pas de viande (Ik eet geen vlees)
  • Je ne mange plus de fruits (Ik eet geen fruit meer)

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Combineer: kies het juiste lidwoord
Mon frère veut un verre ..... coca.
Je voudrais ... tomates.
Tu manges peu .... pain.
Pour moi .... limonade s'il vous plaît.
Je bois une bouteille ..... eau.
Nous mangeons .... chocolat.
de la 
du
de
des
de
d'

Slide 26 - Drag question

This item has no instructions

Geen lidwoord in uitdrukkingen:
avoir raison (gelijk hebben)
avoir tort (ongelijk hebben)
avoir faim (honger hebben)
avoir soif (dorst hebben)
avoir mal (pijn hebben)
avoir peur (bang zijn)
avoir envie de (zin hebben om)
avoir besoin de (nodig hebben)

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Lidwoord voor landennamen
In het Nederlands komt voor de namen van landen geen lidwoord (geen de of het). Wij zeggen gewoon Nederland, Marokko, Turkije, Bulgarije.

In het Frans komen er wel lidwoorden voor landen (en regio's/werelddelen).

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

Lidwoord voor landennamen
Dit heeft uiteraard weer te maken met mannelijk/vrouwelijk.
Je kijkt bij (Europese) landen in het Frans naar de laatste letter om te zien of het mannelijk of vrouwelijk is,
Landen die eindigen op een e -> vrouwelijk (La France)
Landen die eindigen op een s -> meervoud (Les Pays-Bas = Nederland)
Landen die niet op een e of s eindigen -> mannelijk (Le Maroc)


Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Lidwoorden voor landennamen
Mannelijke landen krijgen Le -> Le Canada
Vrouwelijke landen krijgen La -> La Belgique
Landen enkelvoud die beginnen met klinker/stomme h krijgen L' -> L'Allemagne (Duitsland)
Landen in meervoud -> Les États-Unis (Verenigde Staten) 
-> Les Pays-Bas (Nederland) 

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Kies het juiste lidwoord. Type alleen het lidwoord. Kies uit le, la, l', les
.... France (Frankrijk)

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste lidwoord. Type alleen het lidwoord. Kies uit le, la, l', les
.... Maldives (Maldiven)

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste lidwoord. Type alleen het lidwoord. Kies uit le, la, l', les
...Algérie (Algerije)

Slide 33 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste lidwoord. Type alleen het lidwoord. Kies uit le, la, l', les
.... Canada (Canada)

Slide 34 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste lidwoord. Type alleen het lidwoord. Kies uit le, la, l', les
.... Suède (Zweden)

Slide 35 - Open question

This item has no instructions

Voorzetsels bij landen en steden
Als je wilt zeggen dat je in een land ben of ergens (stad/land) naar toe gaat gebruik je de voorzetsels in en naar.
In het Frans hangt dat af van het land of de stad.

Voorzetsels voor steden:
Voor een stad/dorp vertaal je in en naar altijd met à.
Je vais à Paris
il habite à Rotterdam

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Voorzetsels voor landen
Voor een land of werelddeel vertaal je in en naar met au, en of aux. Welke je gebruikt hangt af van mannelijk, vrouwelijk en meervoud.
Mannelijke landen enkelvoud -> au
Nous allons au Maroc.
Vrouwelijke landen enkelvoud -> en
Ankara est en Turquie.
Mannelijke landen enkelvoud die beginnen met klinker/stomme h  -> en
Je vais en Ecuador
Landen in meervoud ->
New York est aux États-Unis.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Voorzetsels bij landen en steden
Als je wilt zeggen dat iets of iemand van of uit een land komt gebruik je 'de'

Voorzetsels voor steden:
Voor een stad/dorp vertaal je van en uit altijd met 'de' .
Je suis de Paris
C'est le maire de Rotterdam

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Voorzetsels voor landen
Voor een land of werelddeel vertaal je van en uit met du, de/d' of des. Welke je gebruikt hangt af van mannelijk, vrouwelijk en meervoud.
Mannelijke landen enkelvoud -> du
l'empereur du Japon
Vrouwelijke landen enkelvoud -> de/d'
la reine d'Angleterre
Landen in meervoud ->
du fromage des Pays-Bas

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Kies het juiste voorzetsel. Type alleen het voorzetsel. Kies uit à, au, en, aux.
... Pays-Bas (Nederland)

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste voorzetsel. Type alleen het voorzetsel. Kies uit à, au, en, aux.
.... Japon (Japan)

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste voorzetsel. Type alleen het voorzetsel. Kies uit du, de, d', des.
Amsterdam est la capitale.....Pays-Bas

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Kies het juiste voorzetsel. Type alleen het voorzetsel. Kies uit du,de, d', des.
Putin est le Président de la féderation...Russie (Rusland)

Slide 43 - Open question

This item has no instructions

Heb ik het begrepen?
A
Ja, ik vond het gemakkelijk en ik heb alles begrepen!
B
Ik heb maar weinig begrepen en ik heb nog vragen.
C
Ik heb het meeste begrepen, maar niet alles.
D
Help! Ik begrijp er niets van!

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

à faire:

38,39,40,44,45,47,48,49,51,52,53,56 (alle oneven nummers maken)
na 20 min: uitleg bijvoeglijk naamwoord

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Bonjour
Aujourd'hui on continue les exercices sur les articles et on écoute une chanson.

Slide 46 - Slide

This item has no instructions

Slide 47 - Slide

This item has no instructions

corriger /faire
corriger: 38,39,40,44
faire: 45,47,48,49,51,52,53,56

Slide 48 - Slide

This item has no instructions