OCTOBER TSBA ENGLISH - Past Simple

Today
Speaking: Introduce yourself TSBA 1

Grammar: Past Simple


Writing: "Weekend verslag'
1 / 36
next
Slide 1: Slide
EngelsMBOStudiejaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Today
Speaking: Introduce yourself TSBA 1

Grammar: Past Simple


Writing: "Weekend verslag'

Slide 1 - Slide

Kletspot.......... in het Engels 
Tell me about your weekend .........
Share your opinion about a topic ....
Answer a question.

Slide 2 - Slide

Past simple

Slide 3 - Slide

 Tijden
Tenses

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Werkwoorden

Slide 6 - Slide

 Regelmatige werkwoorden (rww)

Achter het werkwoord plaats je 'ed'

I walk -> I walked
it rains-> it rained
they beg-> they begged

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

 Regelmatig WW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -e, dan komt er in de past simple alleen een -d achter:
I live - I lived
you move - you moved

In de past simple wordt de laatste medeklinker verdubbeld als er één klinker voor staat:
I drop - I dropped
they plan - they planned

Slide 9 - Slide

 Regelmatig WW Spelling
Als een werkwoord eindigt op -y, dan komt er in de past simple een -ied achter:
I carry- I carried
you study- you studied

In de past simple komt er een -ed achter als er een klinker voor staat:
I play - I played

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Past Simple - OWW

Er zijn geen regels voor de OWW, je moet ze uit je hoofd leren. Je pakt voor de Past Simple de 2e kolom.

see - saw - seen
come - came - come
Onregelmatigwerkwoorden blz 163 TB

Slide 12 - Slide

Het werkwoord staat altijd in een rijtje van drie. 
to do ----------    did       -------   done 
to fly ----------     flew     -------   flown
to go ---------      went    -------   gone
hele werkwoord
1
verleden tijd
2
voltooid deelwoord
3

Slide 13 - Slide


   Het eerste rijtje = het hele werkwoord
                      (tegenwoordige tijd)

                to do
                to  fly
                to  go
1

Slide 14 - Slide

   
       Het tweede rijtje = de verleden tijd
                                             (past tense)

                did
                flew
                went
    

2

Slide 15 - Slide


het derde rijtje = de voltooide tijd
                                 (past participle)

             done
             flown
             gone
         
3

Slide 16 - Slide

Past Simple - Signaalwoorden

In de zin staan vaak een tijdsbepaling van verleden tijd.

  • yesterday
  • last week
  • ten minutes ago
  • in 2007
  • this morning

Slide 17 - Slide

Past Simple - Vraag/Ontkenning

Vraagzinnen
Did + hele ww (1e kolom):
Did you walk to school yesterday?

Ontkennende zinnen
Didn't + hele www (1e kolom):
You didn't walk to school yesterday.

Slide 18 - Slide

Quiz time!

Slide 19 - Slide

How do you form the:
PAST SIMPLE with regular verbs?

Slide 20 - Open question


What is the past simple of:
'to finish'

Slide 21 - Open question

What is the past simple of :
'to fix'

Slide 22 - Open question


What is de past simple of:
to bring

Slide 23 - Open question

What is the past simple of:
'to cut'

Slide 24 - Open question


What is de Past Simple of "go"
A
gone
B
went
C
goed
D
goes

Slide 25 - Quiz


What is de Past Simple of "tell"
A
told
B
tolded
C
telled
D
tolt

Slide 26 - Quiz


What is de Past Simple of ''see"
A
saw
B
seen
C
see
D
seed

Slide 27 - Quiz


What is de Past Simple of "think"
A
tought
B
taught
C
thought
D
thinked

Slide 28 - Quiz


What is the Past Simple of "study"
A
studyd
B
studyied
C
studyed
D
studied

Slide 29 - Quiz

Noem nog meer onregelmatig werkwoorden

Slide 30 - Mind map

Put these sentences into the past tense.
  • I go to school.
  • I went to school.
  •  She lives in England.
  • She lived in England
  • My school is cool.
  • My school was cool.

Slide 31 - Slide

Put the following sentences into the past tense.

  •  She doesn't like football.
  • She didn't like football.
  •  Henry does his homework today.
  • Henry did his homework.
  • Do you go to school?
  • Did you go to school?

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Link

'Weekend' Verslag
  1. Write about two things that you enjoyed doing this weekend.
  2. Try to use atleast 5 words in the Past Simple. 
  3. Explain to me why  you enjoyed doing these things.
  4. Would you recommend others to do these activities also?
  5. Use  +/-  150 words
  6. Mail it to; teacherlourens@gmail.com
timer
20:00

Slide 35 - Slide

New Words Today .....? 

Slide 36 - Slide