This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 25 min
Items in this lesson
Laat zien wat je kunt!
Proeftoets Rekenen 2A
(Deel 1)
Slide 1 - Slide
De rekenmachines moeten in dit deel opgeborgen zijn. We raden aan dat iedereen kladpapier en een pen op tafel heeft.
Informatie toetsdeel 1
Dit deel van de toets is ZONDER rekenmachine. Kladpapier mag wel.
Als antwoord schrijf je alleen het getal op, zonder eenheid.
In de blauwe dia's staat informatie om te lezen
of te bekijken.
In de witte dia's moet je
het juiste antwoord
invullen of aanklikken.
Slide 2 - Slide
This item has no instructions
Typ het getal: 374 + 536 = ?
Slide 3 - Open question
1 - Domein: getallen Deze opdracht is op 2A niveau gebracht door de som mooi uit te laten komen. De eenheden zijn goed bij elkaar op te tellen en worden niet groter dan 10.
Typ het getal dat bij de pijl
hoort:
Slide 4 - Open question
2 - Domein: getallen Deze opdracht kent geen specifieke verschillen ten opzichte van opdrachten voor niveau 2F.
Typ het getal: 30 dm + 4 m = ... meter
Slide 5 - Open question
3 - Domein: meten & meetkunde
Typ het getal: 360 minuten = ... uren
Slide 6 - Open question
4 - Domein: meten & meetkunde Deze opdracht is feitelijke kennis. Maar wel zo dat er geen minuten ‘overblijven’.
Typ het getal 'elfhonderdveertig' in cijfers.
Slide 7 - Open question
5 - Domein: getallen Vereenvoudiging t.o.v. 2F: er is voor gezorgd dat dit getal geen losse eenheden heeft en dat het getal niet te groot is.
Typ het getal: 0,6 × 10 = ...
Slide 8 - Open question
6 - Domein: getallen Leerlingen moeten simpele keersommen met kommagetallen kunnen maken. Dat betekent dat je op 2A-niveau een som kiest die je makkelijk kunt oplossen.
Dit staafdiagram geeft de gemiddelde temperatuur in een jaar aan.
Op 23 maart 2009 was het in werkelijkheid 10,3 graden celsius. Is dat hoger of lager dan gemiddeld dat jaar?
Slide 9 - Slide
7 - Domein: verbanden Bij een 2F-toets was de staafdiagram niet per se nodig geweest, de inhoud van de staafdiagram had dan in een verhaaltje gestaan. Het is kenmerkend voor een 2A-toets om veel figuren in de opdrachten te hebben.
Het antwoord moet in de volgende dia ingevoerd worden.
Deze staafdiagram geeft de gemiddelde temperatuur in een jaar aan. Op 23 maart 2009 was het in werkelijkheid 10,3 graden celsius. Is die temperatuur hoger of lager dan het gemiddelde van jaar?
A
hoger
B
lager
Slide 10 - Quiz
7 - Domein: verbanden (keuzedia)
Typ het getal: 22 × 50 = ...
Slide 11 - Open question
8 - Domein: getallen Dit is een opdracht die leerlingen op 2F-niveau ook zouden moeten kunnen. Deze opdracht kent geen grote verschillen met het 2F niveau, behalve dat je ervoor zorgt dat er een mooi getal uitkomt.
Hoeveel kilometer is het van Parijs naar Praag?
Slide 12 - Slide
9 - Domein: verbanden Het onderwerp ‘het interpreteren van grafieken en diagrammen’ verschilt niet van een opdracht op 2F-niveau.
Het antwoord moet in de volgende dia ingevoerd worden.
Hoeveel kilometer is het van Parijs naar Praag?
(typ alleen het getal!)
Slide 13 - Open question
9 - Domein: verbanden (antwoorddia)
Typ het getal: 21,6 ÷ 3 = ...
Slide 14 - Open question
10 - Domein: getallen Leerlingen op 2A-niveau moeten eenvoudige berekeningen met kommagetallen kunnen uitvoeren. Het is dus belangrijk dat berekeningen eenvoudig blijven als het gaat om berekeningen met kommagetallen.
Brenda wil 32 mensen op roze koeken trakteren. Hoeveel pakken moet ze kopen? Typ het getal.
Slide 15 - Open question
11 - Domein: getallen Als dit een 2F-opdracht zou zijn, zou de afbeelding er niet zijn, maar zou er in de tekst staan dat er 6 koeken in 1 pak zitten.
Hoe zwaar zijn de aardappels?
Slide 16 - Slide
12 - Domein: meten & meetkunde ‘Aflezen van meetinstrumenten’ kent geen verschillen ten opzichte van 2F.
Het antwoord moet in de volgende dia ingevoerd worden.
Hoe zwaar zijn de aardappels, gemeten in kilo's?
Typ het getal.
Slide 17 - Open question
12 - Domein: meten & meetkunde (antwoorddia)
Typ het getal: 9,2 - 7,8 = ...
Slide 18 - Open question
13 - Domein: getallen Ook voor deze opdracht geldt: berekeningen met kommagetallen moeten eenvoudig blijven.
Rond 565 af op een honderdtal. Typ het getal.
Slide 19 - Open question
14 - Domein: getallen
In het rekenexamen 2A komen minder opgaven voor die om afronding vragen dan in een 2F toets. Wel moet er getoetst worden of een 2A leerling dit kan.
De grafiek laat de gemiddelde groei zien van 4- tot 9-jarigen. Willem is 8 jaar en 140 cm lang.
Is Willem kleiner of groter dan gemiddeld?
Slide 20 - Slide
15 - Domein: verbanden Als er bij 2A-opdrachten gebruik wordt gemaakt van een grafiek, mag er in de som alleen gevraagd worden naar punten op de grafiek die samenvallen met roosterpunten.
Het antwoord moet in de volgende dia ingevoerd worden.
De grafiek laat de gemiddelde groei zien van 4- tot 9-jarigen.
Willem is 8 jaar en 140 cm lang. Wat geldt voor Willem?
A
Willem is groter dan gemiddeld.
B
Willem is kleiner dan gemiddeld.
Slide 21 - Quiz
15 - Domein: verbanden (keuzedia)
Hoeveel is 25% van 164? Typ het getal.
Slide 22 - Open question
16 - Domein: verhoudingen Het onderwerp ‘berekeningen uitvoeren met procenten’ kent geen verschillen ten opzichte van 2F.
Drie vijfde deel van 150 =
Slide 23 - Open question
17 - Domein: verhoudingen De uitdrukking ‘op de’ wordt niet gebruikt in een 2A toets. ‘Van de’ mag wel gebruikt worden. ‘Deel van’ mag ook gewoon gebruikt worden.
Het is vrijdag, 13:50. Je wilt met de boot van Harlingen naar Vlieland. Hoeveel minuten moet je wachten voordat de boot vertrekt?
Slide 24 - Slide
18 - Domein: verbanden Deze opdracht kent geen verschillen met 2F. Leerlingen moeten op beide niveaus een tabel kunnen lezen.
Het antwoord moet in de volgende dia ingevoerd worden.
Het is vrijdag, 13:50. Je wilt met de boot van Harlingen naar Vlieland.
Hoeveel minuten moet je wachten voor de boot vertrekt? Typ het getal.
Slide 25 - Open question
18 - Domein: verbanden (antwoorddia)
Leerlingen moeten het aantal intypen.
Slide 26 - Slide
Deel 1 is afgerond. Hierna kan deel 2 gestart worden en mag de rekenmachine gebruikt worden.