4.4 Het Ancien Régime

1 / 53
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 53 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Introduction

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen waarom de Franse Revolutie ontstond en op welke manier de eerste fase verliep.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions


De bijnaam van Lodewijk XIV is de 'zonnekoning'. Leg uit hoe je dit terug ziet in het filmpje en leg uit wat dit zegt over zijn macht.
Terugblik-opdracht:

Slide 3 - Open question

This item has no instructions

4.4 Ancien Régime

Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘standenmaatschappij’ en ‘Ancien Regime’. (R)
  2. Je kan drie kenmerken van het Ancien Régime noemen. (R)
  3. Je weet wat een standensamenleving is en kent de rechten en plichten van de drie standen in Frankrijk. (R)
  4. Je kan uitleggen waarom de standensamenleving als oorzaak van de Franse Revolutie gezien kan worden. (T2)

Slide 5 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Welke kenmerken van het absolutisme zie je in het filmpje?

Slide 7 - Open question

This item has no instructions


L'État, c'est Moi

  • De wil van de koning is wet. Dit noem je absolutisme
  • Deze macht is door god gegeven: droit divin (goddelijk recht)
  • Zo hoeft dus ook niemand aan de koning te twijfelen...

Slide 8 - Slide

This item has no instructions


De Zonnekoning

  • Lodewijk XIV (1638-1715) was één van de machtigste koningen van Frankrijk. 
  • Hij werd koning toen hij 5 jaar was. 
  • Hij zorgde ervoor dat iedereen naar Lodewijk zou luisteren en dat hij de absolute macht had.
Pak je smartphone of tablet en klik op de link om het paleis van Versailles van binnen te bekijken!

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag
Kenmerken van het Absolutisme:

Politiek
Economisch
Cultureel
Militair
.




Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Absolutisme
Kenmerken:
  • Trouwe edelen werden beloond met speciale taken en mooie baantjes = voorrechten (= privileges)
  • De ambtenaren moesten precies doen wat de koning wilde
  • Het gewone volk had niets te vertellen
  • Mensen mogen geen kritiek hebben
  • De koning, geestelijken en de ambtenaren leefden in grote rijkdom


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Paleis Versailles in cijfers 
  • 700 kamers
  • 2513 ramen
  • 1252 open haarden
  • 70 trappen
  • 6000 schilderijen
  • 800 hectare tuin
  • 200.000 bomen
  • 210.000 bloemen (ieder jaar)
  • 40 kilometer ommuring
  • 55 vijvers, 600 fonteinen
  • 5570 meter is de omtrek van het kanaal
  • 600 plaatsen in de stallen
  • 35.000 arbeiders (nu: 900 mensen)
  • 2 miljard euro bouwprijs
  • 135 miljoen euro restauratiekosten

Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past een inclusieve didactiek toe door de interactie, eventueel in de thuistalen, in de klas te stimuleren om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent creëert een contextrijke leeromgeving door actief de culturele achtergronden van leerlingen bij de lesinhoud te betrekken. Hierin is de docent zich bewust van de verschillen in de klas. Door flexibel of heterogeen te differentiëren blijft iedereen bij de les betrokken. Gedurende de les reageert de docent positief en proactief op gedrag en maakt het daarmee makkelijker voor leerlingen om gewenst gedrag te laten zien.

Lodewijk XIV
Lodewijk XIV ging rare dingen doen : 
  • Eigen bijnaam: le Roi Soleil ("De Zonnekoning").
  • Bouwen van een gigantisch paleis (Versailles)
  • Hij bepaalde de godsdienst van Frankrijk: katholicisme.
  • Al het geld ging naar de eigen spaarpot toe.
  • Economie ging slecht: giga-jaloers op Nederland! Daarom bedacht hij het Mercantilisme

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Ideeën van de Verlichting

Slide 14 - Slide

This item has no instructions


L'État, c'est Moi

  • De wil van de koning is wet. Dit noem je absolutisme

  • Lodewijk XIV was een Franse koning met asolute macht. 
  • Deze macht is door god gegeven: droit divin (goddelijk recht)

  • Zo hoeft dus ook niemand aan de koning te twijfelen...

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ancien Régime
Frankrijk in de 18e eeuw: Ancien Régime
  • Absolute vorst
  • Standenmaatschappij
  • Privileges

Pak je smartphone of tablet en klik op de link om het paleis van Versailles van binnen te bekijken!

Slide 16 - Slide

This item has no instructions


Standenmaatschappij

  • Sinds de middeleeuwen was de Franse samenleving verdeeld in 3 standen: 'bidders, strijders en werkers'
  • Over deze verdeling kon niet worden getwijfeld: God had dit zo bepaald.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

De 1e stand
  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. De hoge geestelijken woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De geestelijken bezaten veel grond: het waren grootgrondbezitters

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

De 2e stand

  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. Zij woonden in grote paleizen en hadden vooral rechten (en maar weinig plichten).

  • De koning vertrouwde hen niet: daarom mochten (moesten!) ze bij hem in de buurt wonen. Zo kon hij ze in de gaten houden.



Slide 19 - Slide

This item has no instructions

De 3e stand
  • De boeren en de burgers. Eigenlijk iedereen die niet bij de 1e of 2e stand hoorde. Daarom waren er in de 3e stand ook grote verschillen. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie. Dit waren mensen met een eigen bedrijf of een diploma.

  • De 3e stand had alle plichten: zij moesten bijvoorbeeld wél belasting betalen.



Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Standensamenleving

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 22 - Slide

This item has no instructions


Eén van de prestigieuze baantjes aan het hof van Lodewijk XIV was die van Le Grand Maître de la Garderobe – de persoon die verantwoordelijk was voor het helpen aankleden van de koning. Dit werd als een enorme eer beschouwd en was alleen weggelegd voor leden van een bepaalde stand. Van wie was dit baantje?
Terugblik-opdracht:

Slide 23 - Open question

Waarom zou Lodewijk XIV edelen zulke baantjes geven? Wat zou het effect hiervan zijn op hun macht en invloed?

Koning Lodewijk XIV stond bekend als een absolute vorst. Hij regeerde met een ijzeren hand en wist de adel aan zich te binden door hen luxe en invloedrijke – maar soms ook bizarre – baantjes te geven aan het hof in Versailles. Hierdoor zorgde hij ervoor dat de adel dicht bij hem bleef en geen tijd had om zich met politiek of opstanden bezig te houden.
4.4 Ancien Régime

Hoe leefde de Franse bevolking aan de vooravond van de Franse Revolutie?

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘standenmaatschappij’ en ‘Ancien Regime’. (R)
  2. Je kan drie kenmerken van het Ancien Régime noemen. (R)
  3. Je weet wat een standensamenleving is en kent de rechten en plichten van de drie standen in Frankrijk. (R)
  4. Je kan uitleggen waarom de standensamenleving als oorzaak van de Franse Revolutie gezien kan worden. (T2)

Slide 25 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Aan de slag
Kenmerken van het Absolutisme:

Politiek
Economisch
Cultureel
Militair
.




Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Lodewijk XIV
Lodewijk XIV ging rare dingen doen : 
  • Eigen bijnaam: le Roi Soleil ("De Zonnekoning").
  • Bouwen van een gigantisch paleis (Versailles)
  • Hij bepaalde de godsdienst van Frankrijk: katholicisme.
  • Al het geld ging naar de eigen spaarpot toe.
  • Economie ging slecht: giga-jaloers op Nederland! Daarom bedacht hij het Mercantilisme

Slide 27 - Slide

This item has no instructions


Leg uit waarom deze bron bij het absolutisme past.

Slide 28 - Open question

This item has no instructions

Bestaande uit:
Geestelijken
Adel
Bourgeoisie
Boeren
Eerste stand
Tweede stand
Derde stand

Slide 29 - Drag question

This item has no instructions

Aan de slag
De inwoners van Frankrijk waren vanaf de Middeleeuwen verdeeld in drie groepen, die ze standen noemden. Alleen de koning hoorde niet bij een stand: hij was hoger dan alle standen.


1. Vul het schema op het antwoordblad zo in:
a. Schrijf de naam en het beroep van de personen over van de kaartjes.
b. Schrijf de stand op waar de persoon bij hoorde.
c. Schrijf op of je denkt dat de persoon rijk of arm was.
d. Schrijf op welke plichten de persoon had door de stand waartoe hij/zij behoorde.
e. Schrijf op welke rechten de persoon had door de stand waartoe hij/zij behoorde.
f. Schrijf op of je denkt dat de persoon veel of weinig macht had.

2. Kleur nu de rij van de personen uit de eerste stand rood, uit de tweede stand blauw en uit de derde stand groen.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Jean-Paul: Priester in Calais

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

Pierre: Een boer in de buurt van Bordeaux
A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Maxime: Succesvol handelaar in Parijs
A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Franc dur Rouge: Slager in Parijs

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Sara de bourbon: Barones van Orange

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Jean: Timmerman in Normandië

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Marise Chardonay: Dochter van een hertog

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

Jean-Marc: Monnik in Macon

A
1e stand
B
2e stand
C
3e stand

Slide 38 - Quiz

This item has no instructions

Standensamenleving

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Wat is de boodschap van de tekenaar?

Slide 40 - Open question

This item has no instructions


Hoe bereik je het volk?




  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 
  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!

  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.
Geestelijkheid
De 1e stand
Adel
De 2e stand
De 3e stand
Alle mensen die niet bij de 1e of 2e stand horen.

Slide 41 - Slide

This item has no instructions

    Begrippen uit deze les
  • Ancien Regime
  • Absolutisme
  • Standensamenleving

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘standenmaatschappij’ en ‘Ancien Regime’. (R)
  2. Je kan drie kenmerken van het Ancien Régime noemen. (R)
  3. Je weet wat een standensamenleving is en kent de rechten en plichten van de drie standen in Frankrijk. (R)
  4. Je kan uitleggen waarom de standensamenleving als oorzaak van de Franse Revolutie gezien kan worden. (T2)

Slide 43 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Proeftoets PTO 2

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

→Sleep de onderdelen naar de juiste plek
Protestant
Katholiek
Maarten Luther
De Paus
Aflaten
Bijbel in volkstaal
Latijnse kerkdienst
Sober
Beeldenverering
Reliekenverering
'Kale' kerk
Beelden in de kerk
'Magische' handelingen
Sobere handelingen

Slide 45 - Drag question

This item has no instructions

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstond in?
A
1579
B
1581
C
1588
D
1648

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Leg uit waarom Amsterdam en Antwerpen door hun ligging belangrijke handelssteden konden worden.

Slide 47 - Open question

This item has no instructions

Waarom werd de Oostzeehandel de moedernegotie genoemd?

Slide 48 - Open question

This item has no instructions

Leg met behulp van bron 1 uit dat de VOC in de 17e eeuw naast economische ook politieke rechten had.

Slide 49 - Open question

This item has no instructions

Leg uit waarom deze bron een goed voorbeeld is van de godsdienstpolitiek van de Republiek.

Slide 50 - Open question

This item has no instructions

De bijnaam van Lodewijk XIV is de 'Zonnekoning'. Leg uit wat dit zegt over zijn macht.

Slide 51 - Open question

This item has no instructions

Noem drie kenmerken van het Ancien Regime.

Slide 52 - Open question

This item has no instructions

Verlichting
Ancien Regime
rationalisme

traditie
gelijkwaardigheid
volkssoevereiniteit
onderzoek en experiment

standenmaatschappij

absolutisme
rechten en privileges

Slide 53 - Drag question

This item has no instructions