Leesvaardigheidstrainging - lesson 1

Leesvaardigheidstraining
1 / 23
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Leesvaardigheidstraining

Slide 1 - Slide

Today
  • What does the CE look like? 
  • How can you prepare yourself for the CE? 
  • What does a text consist of? 
  • Further questions that you may have

Use a notebook to take notes. It will be very useful to use these notes when doing CITO exams. 

Slide 2 - Slide

I feel confident about my final exam for English.
Yes, definitely
I feel kind of confident
No, not really
No, not at all. Help me.PLEASE

Slide 3 - Poll

What does a text consist of? 
To answer this question, it is equally important to look at the different questions you may get during an exam. 
We see four different types of questions that are very frequently asked. 
1. Introduction of the topic
2. Arguments in favor or against
3. Expert questions
4. Examples

Slide 4 - Slide

1. Introduction of the topic
  • In a text, the topic is often introduced in the first paragraph
  •  CITO often asks questions about the topic
  • Look closely at the different questions that they ask, because they can be categorised in three ways

Slide 5 - Slide

1. Introduction of the topic
 Vraag: Wat is de kern van alinea 1?
Antwoord: link met titel + plaatje

Wat zegt de titel en het plaatje jou? 

Slide 6 - Slide

Het goede antwoord is 'C'
Want er staat 'spare', waarvan je misschien weet of aan hoe je het schrijft af kunt lezen dat het 'spaar' betekent. 'Wily' moet je misschien opzoeken, maar betekent 'sluw'. Dit is geen heel negatieve manier om een dier aan te duiden, dus daar kun je al uit halen dat de schrijver niet heel negatief is over de dieren. 

Slide 7 - Slide

Let's do another one of these
timer
3:00
Take a close look at what is actually being said in the text

Slide 8 - Slide

What's the correct answer?
A
B
C
D
E

Slide 9 - Poll

The correct answer is C 
But why?

Slide 10 - Slide

1. Introduction of the topic
Okay, now we've looked at the simple question 'wat is de kern van alinea 1'.
That is one of the three possible questions you get in the beginning of a text. 
The other two options are: 
- Wat wordt er gezegd over ....? 
-Open vraag

Slide 11 - Slide

Wat wordt er gezegd over ...?
Let op! CITO helpt je hier altijd op weg. De titel is in dit geval waarschijnlijk niet helemaal duidelijk en daarom geven ze je informatie in het gedeelte waarin ze zeggen 'over ...'. 

Slide 12 - Slide

Let's look at an example
Cito geeft je de volgende informatie: alinea 1 gaat over vegetarisme en trekt daar een conclusie. 

Slide 13 - Slide

Let's look at an example
The correct answer is: C
A: there are no harmful side-effects to vegetarianism. 
B: Not mentioned and not a conclusion.
D: It will not lead to more traffic. That is only mentioned to compare the emission.

Slide 14 - Slide

Open vragen
Of course, CITO also has open-ended questions. 
It is very well possible, that the first question of the text is an open-ended question. In that case, CITO will, once more, provide a lot of interesting information. 
Why do they have these open questions: because the title is difficult. 
What do you use to find the answer: the title, picture and the information you get from the question. 

Slide 15 - Slide

Example
Je ziet dat de open vraag je best veel informatie geeft. Namelijk, dat de tekst gaat over het krimpen van de aantallen rode eekhoorns. Dat is belangrijke informatie die je zomaar cadeau krijgt. 

Slide 16 - Slide

Example
Goede antwoord: een antwoord met de volgende strekking:
een (pokken)virus (dat wordt verspreid door grijze eekhoorns)
of
een besmettelijke ziekte

Slide 17 - Slide

Another example

Slide 18 - Slide

What information does the question give you? Answer in Dutch or English. whatever you prefer.

Slide 19 - Open question

Another example
What is the correct answer?

Slide 20 - Slide

What is the correct answer?
Transparancy
Reform
Recreation
Racism
Something else

Slide 21 - Poll

To summarize
De eerste vraag van een toets is onder te verdelen in drie vragen: 
1. Wat is de kern van alinea 1? 
2. Wat wordt er gezegd over ...?
3. Open vraag
Wat doe je als je deze vragen tegenkomt? 

Slide 22 - Slide

De 5 gulden regels om te slagen
  1. Gij zult niet de illusie koesteren het examen feilloos te maken, noch zult gij zich hierover bezwaard voelen.
  2. Gij zult met gepaste vlijt uw aantekeningen bestuderen en deze in de praktijk brengen.
  3. Gij zult leren. 
  4. Gij zult niet in paniek raken als er in uw examen een onbekende, nieuwe vraagsoort staat. Gij zult die vraagsoort simpelweg als een grote lijnvraag behandelen.  
  5. Gij zult leip gaan op signaalwoorden.

Slide 23 - Slide