Mavo 4 - artikel schrijven

Mavo 4 - Nederlands
1 / 42
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Mavo 4 - Nederlands

Slide 1 - Slide

Hoe voel je je vandaag?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 2 - Poll

Planning en doel
- Citeren
- Schrijfopdrachten PTA 411

Doelen:
Ik kan uitleggen hoe je een artikel schrijft.
Ik kan in op de juiste manier citeren.

Slide 3 - Slide

Wat is citeren?

Slide 4 - Mind map

Slide 5 - Video

Wat is citeren?
A
in eigen woorden opschrijven
B
letterlijk uit de tekst overnemen

Slide 6 - Quiz

Hoeveel puntjes mogen er tussen de eerste twee en de laatste twee woorden staan als je een citaat maakt?
A
3 puntjes
B
4 puntjes
C
dat maakt niets uit

Slide 7 - Quiz

'De grote ... huis gaat.' (r. 4-5)
A
Dit citaat is goed.
B
Dit citaat is fout.

Slide 8 - Quiz

Artikel: waar denk je aan?

Slide 9 - Mind map

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Artikel = informatieve tekst
Doel = informatie geven

Voorbeelden:
- Een verslag van een festival in de krant
- Een tekst in een nieuwsbrief van school
-  Een tekst over games in een tijdschrift

Nieuwsbericht Nu.nl

Slide 12 - Slide

Bekijk onderstaand artikel en bedenk:
wat is er goed en wat kan er beter?

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Opbouw artikel
Titel
Alinea 1 = Inleiding
Alinea 2 = Kern
Alinea 3 = Kern
Alinea 4 = Kern


Alinea 5 = Slot
Naam + achternaam + school
Geen telefoons op school

Inleiding
Op school moeten leerlingen zich concentreren op hun lessen. Toch gebruiken veel leerlingen hun telefoon tijdens de les en in de pauzes.

Kern
Dit zorgt voor afleiding, slechtere cijfers en minder contact met klasgenoten. Een trilling of melding kan al genoeg zijn om iemand uit zijn concentratie te halen. 
Kern
In de pauzes zitten veel leerlingen op hun telefoon in plaats van met elkaar te praten.

Slot
Zonder telefoons leren leerlingen beter en maken ze meer contact met anderen. Daarom is een verbod op telefoons op school een goed idee!

Senna Klim Heldring Business School

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Oefenen met een artikel
Opdracht 1: Artikel schrijven

Stap 1: Lees de situatiebeschrijving
Stap 2: Lees de opdracht
Stap 3: Verdeel de gevraagde punten in alinea's 
Stap 4: Schrijf het artikel
Stap 5: Herlees je artikel en let op taalfouten 
(hoofdletters, punten, komma's, goedlopende zinnen etc.)

Slide 18 - Slide

Waar zet je de aanleiding voor het schrijven van het artikel?
A
In het middenstuk
B
In het slot
C
In de titel
D
In de inleiding

Slide 19 - Quiz

Waar begin je een artikel meestal mee?
A
Jezelf voorstellen
B
Een goede grap
C
De aanleiding voor het schrijven van het artikel

Slide 20 - Quiz

Wat kun je zoal in het slot van een artikel schrijven?
A
samenvatting en conclusie
B
mening en argumenten herhalen
C
opsomming
D
nieuwe, prikkelende informatie

Slide 21 - Quiz

Waarom moet je je naam onder het artikel schrijven?
A
Het is een persoonlijke tekst
B
Het is een e-mail
C
Het is een nieuwbericht
D
Het is een brief namens je familie

Slide 22 - Quiz

Opdracht

Slide 23 - Slide

Dus, let op:
  • Zet een titel boven je artikel.
  • Het artikel bestaat altijd uit een inleiding, middenstuk en slot. Dit zijn dus tenminste 3 alinea's.
  • Houd bij het schrijven de volgorde van de opdracht aan.
  • Check of je alle punten in je artikel verwerkt hebt.
  • Controleer op hoofdletters, leestekens en de spelling van woorden.

Slide 24 - Slide

Titel
- Waarom je voor deze school hebt gekozen;
- Hoe je tot die schoolkeuze bent gekomen.

Slide 25 - Open question

Laatste vragen
1. Hoe zit een artikel in elkaar?
2. Wat is citeren?

Slide 26 - Open question

Ik heb nog niet aan ... gevraagd of ik met jou naar de stad mag gaan.
A
hun
B
hen

Slide 27 - Quiz

Je moet ... jouw antwoorden niet geven.
A
hun
B
hen

Slide 28 - Quiz

De katten hebben vandaag op mijn schone blouse gelegen, ... ik niet echt leuk vind.
A
dat
B
wat

Slide 29 - Quiz

Ik heb ... niet geslagen!
A
hun
B
hen

Slide 30 - Quiz

De stoel ... jij je jas hebt gehangen is nieuw.
A
waaraan
B
aan wie

Slide 31 - Quiz

Iets ... je nooit moet doen, is spieken.
A
dat
B
wat

Slide 32 - Quiz

Het mooiste ... je kunt worden, ben jij zelf.
A
dat
B
wat

Slide 33 - Quiz

Vorige week stond hier een jongen op de stoep, ... mij om een zak aardappels vroeg.
A
wie
B
die

Slide 34 - Quiz

Is er sprake van inversie in deze zin?

Een rustig avondje op de bank is mij vandaag blijkbaar niet gegund.


A
Wel inversie
B
Geen inversie
C
Je kunt niet bepalen of er sprake is van inversie

Slide 35 - Quiz

Wel of geen inversie?
Wat baalde ik ontzettend van die regenbui tijdens mijn tuinfeest, zeg!
A
Wel inversie
B
Geen inversie
C
Niet af te leiden

Slide 36 - Quiz

In welke zin zit inversie?
A
Jij hebt de kat gezien.
B
De kat heeft zijn mandje gevonden.
C
Gisteren heb ik de kat geknuffeld.
D
Het kattenmandje staat bij de verwarming.

Slide 37 - Quiz

Inversie of niet?
Op zondag maken mijn ouders een rondje in de cabrio.
A
Inversie
B
Geen inversie

Slide 38 - Quiz

Is er sprake van inversie in de zin:
Wie heeft Jim een klap gegeven?
A
ja
B
nee
C
dat is afhankelijk van de context

Slide 39 - Quiz

Wel of geen inversie?
Je pasgeboren nichtje vereer je zeker vaak met een bezoekje?
A
Wel inversie
B
Geen inversie
C
Niet af te leiden

Slide 40 - Quiz

Wel of geen inversie?
Een rustige avond op de bank is mij vandaag blijkbaar niet gegund.
A
Wel inversie
B
Geen inversie
C
Niet af te leiden

Slide 41 - Quiz

Wel of geen inversie?

De voorstanders willen de tegenstanders nog steeds niet tegemoetkomen.
A
Wel inversie
B
Geen inversie
C
Niet af te leiden

Slide 42 - Quiz