Begrijpend lezen met
1 / 15
next
Slide 1: Slide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4-8

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Introduction

Digibordles les 2 - niveau C

Items in this lesson

Begrijpend lezen met

Slide 1 - Slide

WELKOM bij de digibordles van Kidsweek in de Klas. In de lesinstructie leest u suggesties voor modeling. 

Wat weet jij nog over verwijswoorden 
en signaalwoorden?

Slide 2 - Open question

Activeren voorkennis
Vraag uw leerlingen wat zij nog weten van de vorige les.

Je kunt aangeven waar verwijswoorden naar verwijzen en herkent signaalwoorden in de tekst.

Dit ga je leren!

Slide 3 - Slide

Lesdoel
Bespreek het lesdoel met uw leerlingen.

Slide 4 - Video

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Verwijswoorden zijn woorden die naar een ander woord of andere woorden in de tekst verwijzen. Ze worden gebruikt omdat het lezen van teksten anders al snel saai wordt. Bijvoorbeeld: hij, zij, deze, die, dit, dat ...


Signaalwoorden zijn woorden die een 
verband aangeven tussen zinnen of alinea's. 
Doordat schrijvers signaalwoorden gebruiken, 
raak je als lezer de draad minder snel kwijt. 



voorbeeldzin
Syra houdt van voetballen. <span style="font-weight: bold; text-decoration-line: underline; color: rgb(255, 0, 0)">Het</span><span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 0, 0)"> </span>is haar lievelingssport.
<div><span style="font-weight: bold; text-decoration-line: underline; color: rgb(255, 0, 0)">Het</span> verwijst naar voetballen.</div>
veel voorkomende signaalwoorden

Slide 6 - Slide

Instructie
(zie lesinstructie)
Koekje van andermans olie

Je ziet het niet, je proeft het niet en toch gebruiken we het elke dag: palmolie. De goedkope plantaardige olie is enerzijds handig, omdat het structuur geeft aan bijvoorbeeld koekjes, brood en wasmiddel. Anderzijds is het ook schadelijk voor dier en milieu.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions


Oefenen
Lees in tweetallen een tekst uit Kidsweek. 
Kleur de verwijswoorden groen.
Kleur de signaalwoorden blauw

Slide 8 - Slide

Terugkoppeling lesdoelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.

Welk signaalwoord past het best op ... 1 ... ?

Ik ga liever niet naar buiten, ... 1 ... het regent.
A
omdat
B
waardoor
C
hoewel
D
ondanks

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Welk signaalwoord past het best op ... 2 ... ?

... 2 ... het regent, ga ik toch naar buiten.
A
Omdat
B
Waardoor
C
Maar
D
Hoewel

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions


Welk signaalwoord past het best op ... 4 ... ?
Ik ben in de regen naar buiten gegaan, 
... 4 ... ik nu natte kleren heb.
A
omdat
B
waardoor
C
hoewel
D
ondanks

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions


Heb ik de lesdoelen behaald?

Noem vijf voorbeelden van verwijswoorden.

Noem vijf voorbeelden van signaalwoorden.

Slide 12 - Slide

Terugkoppeling lesdoelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.

Helpt het letten op verwijswoorden en signaalwoorden jou om de 
tekst beter te begrijpen? 

(1 = helpt niet zo goed; 
5 = helpt heel goed) 
Denk je mee?

Slide 13 - Slide

Reflectie
Bespreek de reflectievragen met uw leerlingen.

Slide 14 - Slide

Instructie
Lees samen met uw leerlingen het artikel. Tips voor modeling leest u in de lesinstructie.
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
timer
15:00

Slide 15 - Slide

Zelfstandige verwerking
Uw leerlingen maken de opdrachten in hun lesboekje of digitaal.