Les: Rekenen met kommagetallen - Kapperstermen

Les: Rekenen met kommagetallen - Kapperstermen


Introductie
Welkom bij deze les over rekenen met kommagetallen! Vandaag leren we hoe je handig kunt rekenen met kommagetallen in situaties die je als kapper vaak tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het afrekenen van producten, het geven van wisselgeld of het berekenen van totale bedragen. We gaan dit stap voor stap aanpakken.

1 / 12
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWiskundeBuitengewoon secundair onderwijs

This lesson contains 12 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Les: Rekenen met kommagetallen - Kapperstermen


Introductie
Welkom bij deze les over rekenen met kommagetallen! Vandaag leren we hoe je handig kunt rekenen met kommagetallen in situaties die je als kapper vaak tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het afrekenen van producten, het geven van wisselgeld of het berekenen van totale bedragen. We gaan dit stap voor stap aanpakken.

Stap 1: Wat zijn kommagetallen?


Kommagetallen zijn getallen met een komma, zoals 18,9 of 12,75. Ze worden vaak gebruikt om prijzen, gewichten of maten nauwkeurig weer te geven. Als kapper werk je veel met prijzen die kommagetallen bevatten.


Bijvoorbeeld:

  • Een shampoo kost 12,50 euro.

  • Een föhnbeurt/brushing kost 18,90 euro.


Het getal vóór de komma is het aantal hele euro's, en het getal na de komma zijn de centen.

Stap 2: Rekenen met kommagetallen

Laten we leren hoe je kommagetallen optelt, aftrekt en vergelijkt. We richten ons vooral op situaties die je in de salon tegenkomt.

Voorbeeld 1: Wisselgeld berekenen

Je hebt een klant die een fles shampoo koopt voor 18,90 euro. De klant geeft je 20 euro. Hoeveel wisselgeld geef je terug?


Stappenplan:

  1. Noteer wat de klant moet betalen: 18,90 euro.

  2. Noteer wat de klant je geeft: 20,00 euro.

  3. Trek het bedrag dat betaald moet worden af van het bedrag dat je krijgt:
    20,00−18,90=1,10


De klant krijgt dus 1,10 euro terug.


Oefening:
Een klant betaalt een shampoo van 12,75 euro met 15 euro. Hoeveel wisselgeld geef je terug?

Voorbeeld 2: Rekenen met een vaste korting

Stel dat je een haarmasker verkoopt voor 25,00 euro, en je geeft een vaste korting van 3,00 euro. Hoe bereken je de nieuwe prijs?


Stappenplan:

  1. Noteer de oorspronkelijke prijs: 25,00 euro.

  2. Noteer de korting: 3,00 euro.

  3. Trek de korting af van de oorspronkelijke prijs:

    25,00−3,00=22,00


  4. De nieuwe prijs is dus 22,00 euro.



Oefening:
Een klant koopt een wax die 18,50 euro kost en krijgt 2,50 euro korting. Wat is de nieuwe prijs?

Voorbeeld 3: Optellen van bedragen

Een klant koopt meerdere producten:

  • Shampoo: 12,50 euro

  • Conditioner: 8,75 euro

  • Hairspray: 15,25 euro


Hoeveel moet de klant in totaal betalen?

Stappenplan:

  1. Schrijf alle bedragen onder elkaar op:

    12,50

    +8,75

    +15,25


  2. Tel de bedragen stap voor stap op:

    12,50+8,75=21,25


    21,25+15,25=36,50


De klant moet in totaal 36,50 euro betalen.


Oefening:
Een klant koopt een kam van 4,50 euro, een wax van 9,80 euro, en een haarserum van 22,70 euro. Wat is het totaalbedrag?

Stap 3: Tips voor foutloos rekenen

  1. Controleer altijd je berekening, vooral bij wisselgeld.


  2. Weet dat 0,10 gelijkstaat aan 10 cent, 0,50 aan 50 cent, enzovoort.


  3. Schrijf bedragen netjes onder elkaar om fouten te vermijden.

Nu aan jullie: vul de bundel in!


Als deze af is mogen jullie naar google classroom.