Hoofdstuk 5 en 6 nakijken

Hoofdstuk 5

Diëten en voedingspatronen

Z&W P1

1 / 26
next
Slide 1: Slide
New lesson editorZorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Hoofdstuk 5

Diëten en voedingspatronen

Z&W P1

Doelstellingen


Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:

  • verschillende diëten;

  • voedselallergie en voedselintolerantie;

  • eetstoornissen;

  • obesitas;

  • advies geven over een gezond eetpatroon.



Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Diëten


Bij een dieet wijkt de voeding af van de normale voeding. Een dieet is een

voorgeschreven voedingswijzer.


Er zijn verschillende soorten diëten:

1. Voedingsstofbeperkte diëten

2. Voedingsstofvrije diëten

3. Voedingsstofverrijkte diëten



Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Voedingsstofbeperkt dieet


Een voedingsstofbeperkt dieet betekent dat er minder van een bepaalde voedingsstof in het eten zit.


Voorbeelden:

  • Natriumbeperkt dieet

  • Lactosebeperkt dieet

  • Energiebeperkt dieet




Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Voedingsstofvrij dieet


Bij een voedingsstofvrij dieet komen bepaalde voedingsstoffen helemaal niet voor.


Voorbeelden:

  • Koemelkvrij dieet

  • Allergeenvrij dieet



Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Voedingsstofverrijkte diëten


Voedingsstofverrijkte diëten bevatten meer van een bepaalde voedingstof dan normaal het geval is.


Voorbeeld:

  • Energie- en eiwit verrijkt dieet

Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Voedselallergie en voedselintolerantie


Bij een voedselallergie reageert je afweersysteem op één of meerdere eiwitten in het voedingsmiddel. Deze eiwitten worden ook wel allergenen genoemd.


Bij een voedselintolerantie speelt het

afweersysteem geen rol.

Het lichaam reageert op bepaalde

bestanddelen van het voedingsmiddel.

Deze worden niet verteerd of

opgenomen door het lichaam.

Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Eetstoornissen


Als eten je leven gaat beheersen en je nergens anders meer aan denkt, en als je je daarmee niet gelukkig voelt, dan kan er sprake van een eetstoornis zijn.


  • Anorexia is een eetstoornis waarbij iemand extreem weinig eet uit angst om aan te komen.

  • Mensen met boulimia wisselen niet-eten af met oncontroleerbare eetbuien, gevolgd door braken of overmatig gebruik van bijvoorbeeld laxeermiddelen.


Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Obesitas


Obesitas wordt ook wel zwaarlijvigheid genoemd. Het houdt in dat je ernstig overgewicht hebt.

  • BMI is hoger dan 30.


De BMI is een verhoudingsgetal dat een indicatie geeft of je lichaam te zwaar is.

Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Advies geven*


  • Kies voedingsmiddelen die weinig vet bevatten.

  • Kies voedzame producten.

  • Gebruik zo min mogelijk toegevoegde suikers.

  • Let op de juiste kooktechniek.

  • Schep kleine hoeveelheden op.

  • Sla geen maaltijden over.

Hoofdstuk 5: Diëten en voedingspatronen

Wat betekent het als iemand een lactosevrij dieet heeft

A

Er zit minder lactose in het eten

B

Er zit helemaal geen lactose in het eten

C

Er zit juist extra veel lactose in het eten

Bij welke reactie reageert het afweersysteem van je lichaam op eiwitten in je eten

A

Bij overgewicht

B

Bij een voedselintolerantie

C

Bij een voedselallergie

Hoe noem je de eetstoornis waarbij iemand extreem weinig eet uit angst om aan te komen

A

Boulimia

B

Anorexia

C

Burn-out

Hoofdstuk 6

Invloeden op gezondheid

Z&W P1

Doelstellingen


Aan het einde van dit hoofdstuk weet je meer over:

  • gezondheidsdeterminanten;

  • biologische factoren;

  • omgevingsfactoren;

  • gezonde leefstijl.


Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Gezondheidsdeterminanten

Gezondheidsdeterminanten zijn factoren die de gezondheid beïnvloeden.

Gezondheidsdeterminanten kunnen invloed hebben op jouw fysieke en mentale

gezondheid.


  • Fysieke gezondheid wordt ook lichamelijke gezondheid genoemd.

  • Mentale gezondheid wordt ook geestelijke of psychische gezondheid genoemd.



Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Gezondheids

determinanten





Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Biologische factoren


Biologische factoren zijn de factoren binnen een persoon. Ze kunnen biologisch bepaald of erfelijk zijn, zoals bijvoorbeeld het geslacht of een genetische aanleg

voor bepaalde ziektes.


Een gen is een klein onderdeel van een cel die erfelijke factoren kan beïnvloeden.



Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Omgevingsfactoren


  • Gezonde leefomgeving

  • Land

  • Opvoeding en thuissituatie

  • Sociaal netwerk. Een sociaal netwerk is een kring van mensen die belangrijk voor je zijn.

  • Reclame

  • Sociale media

Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Omgevingsfactoren


Welvaart is het hebben van voldoende geld en middelen om de eigen behoeften te kunnen vervullen.


Welvaartsziekten zijn ziekten die iemand krijgt door luxe, bijvoorbeeld door te roken, te weinig te bewegen en te veel alcohol te drinken.

ontstaan in een obesogene omgeving.

Een obesogene omgeving is een omgeving die

je stimuleert om veel te eten en weinig te bewegen.


Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Leefstijl

Goede invloeden op de gezondheid:

  • Weinig stress. Bij een burn-out is iemand opgebrand, uitgeput.

  • Goed dagritme.

  • Voldoende lichaamsbeweging.

  • Goede hygiëne.

  • Bescherming tegen Soa’s (seksueel overdraagbare aandoening).

  • Anticonceptie tegen zwangerschap.

Hoofdstuk 6: Invloeden op de gezondheid

Welke van de volgende opties is een biologische factor die je gezondheid beïnvloed

A

De hoeveelheid groente en fruit die je elke dag eet

B

Je geslacht en de genen die je hebt gekregen van je ouders

C

Hoe vaak je naar de tandarts of de huisarts gaat

Onder welke gezondheidsdeterminant vallen de huisarts en de tandarts

A

Omgevingsfactoren

B

Biologische factoren

C

Voorzieningen gezondheidszorg

D

Leefstijl

Gezondheidsdeterminanten hebben invloed op je fysieke en mentale gezondheid. Wat wordt bedoeld met mentale gezondheid

A

De hoeveelheid geld die je hebt om van te leven

B

Je lichamelijke gezondheid, zoals sterke botten en spieren

C

Je geestelijke of psychische gezondheid, zoals hoe je je voelt

Welke van de onderstaande opties is een voorbeeld van een goede gewoonte voor je leefstijl

A

Voldoende lichaamsbeweging en een goede hygiëne

B

Seksueel gedrag zonder bescherming tegen soa's

C

Regelmatig maaltijden overslaan om af te vallen