Lassen hoofdstuk 1 Lasmethoden

Lassen

Hoofdstuk 1

Lassen en lasprocessen

1 / 36
next
Slide 1: Slide
New lesson editorLassenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Lassen

Hoofdstuk 1

Lassen en lasprocessen

Lesdoel

Aan het einde van deze les kennen we verschillende lasprocessen en methodes. 

Lesdoel

Aan het eind van de les ken je aantal lasmethoden.

Lees paragraaf 1.1 en 1.2

Slide tekst

Lesmethoden kun je verdelen in 2 grote groepen. Welke 2?

A

druklassen en solderen

B

roerbrandstuiklassen puntlassen

C

druklassen en smeltlassen

D

smeden en solderen

Wat zijn de 2 belangrijkste verschillen tussen smeltlassen en druklassen?

A

de ene gaat met druk

B

bij deze techniek gebruik je water

C

bij deze techniek gebruik je smelten

D

hier doe je niets

4 Druklasmethoden

1. puntlassen (21)

2. Wrijvingsroerlassen (43)

3. Afbrandstuiklassen (24)

  1. Stiftlassen (78)


Maak op blz 18 vraag 1 en 2

Slide tekst

Lees paragraaf 1.3 en 1.4.1

Slide tekst

Noem 4 druklasmethoden

Puntlassen

Slide tekst

Wrijvingsroerlassen

Slide tekst

Afbrandstuiklassen

Slide tekst

Stiftlassen

Slide tekst

5 Smeltlas methoden

1. Autogeen lassen / snijden (311)

(Niet electrisch)

Autogeen lassen, ook wel gassmeltlassen of zuurstof-acetyleenlassen genoemd, is een lasmethode die gebruikmaakt van een zeer hete vlam. Meestal wordt gebruik gemaakt van de reactie van ethyn (acetyleen) met zuivere zuurstof.


Autogeen snijden: door hete vlam wordt metaal zacht gemaakt en door snijzuurstofkraan weggeblazen.

Autogeen lassen Bij autogeen lassen wordt de warmte verkregen door acetyleen te vebranden hier voor gebruiken we:

A

zuurstof

B

Zuiver zuurstof

C

koolstofdioxide

D

stroom

Hoe heet smeltlassen met een gasvlam?

Welke 2 gassen heb je nodig bij autogeen lassen.

2. Booglassen met beklede  elektrode 

BMBE (111)

Booglassen met beklede elektrode is ook wel electrisch lassen genoemd.

 Hierbij wordt een afsmeltende elektrode gebruikt. Er wordt geen toegevoegd beschermgas gebruikt, omdat dat wordt gevormd uit de bekleding van de elektrode.

3. Onder poeder lassen (136)

Onderpoederlassen hoort ook bij het 'booglassen'. Het is een proces met een elektrische boog die onder een laag poeder ligt. 

Net als bij MIG/MAG-lassen wordt gewerkt met een mechanisch aangevoerde afsmeltende elektrode, die tegelijkertijd elektrode en toevoegmateriaal vormt.

 4. TIG-lassen (141/142)

De techniek werkt met een niet-afsmeltende elektrode. Deze is gemaakt van wolfraam, waaraan soms kleine hoeveelheden andere stoffen worden toegevoegd om de kwaliteit van de lasboog te verbeteren. Lastoevoegmateriaal wordt apart, handmatig, in het smeltbad toegevoegd.

Wat is een nadeel van Tig lassen

Waar is de elektrode bij het Tiglassen van gemaakt?

A

Wolfraam materiaal wat niet smelt

B

Metaal materiaal wat niet smelt

C

Wolfraam materiaal wat smelt

D


5. MIG-/MAG lassen (135)

Dit is de methode waar wij over gaan leren

 'elektrisch booglassen'. Deze techniek werkt met een afsmeltende elektrode. Bij MIG/MAG wordt een constante spanning gebruikt.Het is de meest gebruikte manier om te lassen.

Mig mag lassen is een ...... methode

A

electriciteit

B

electrodedraad

C

smeltlas

D


Bij het MIG MAG lassen komt de warmte vrij door..........

A

electriciteit

B

electrodedraad

C

smeltlas

D


Bij MIG MAG lassen gebruik je ........ die afsmelt tijdens het lasproces

A

electriciteit

B

electrodedraad

C

smeltlas

D


Wat is een van de belangrijkste kenmerken van wolfraam?

Noem 2 manieren om verbranden van een las tijdens het lassen te voorkomen?

Vragen?


Leren Hoofdstuk 2