26/5 Debat+lezen H5/6 + Zakelijke brief l 3h

informatie zakelijke brief lezen
  • oefening zakelijke brief maken
  • zelf (of door klasgenoot) nakijken met beoordelingsformulier
  •  inleveren op ELO voor woensdag 31 mei
  • -> vrijdag 2 juni toets zakelijke brief
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

informatie zakelijke brief lezen
  • oefening zakelijke brief maken
  • zelf (of door klasgenoot) nakijken met beoordelingsformulier
  •  inleveren op ELO voor woensdag 31 mei
  • -> vrijdag 2 juni toets zakelijke brief

Slide 1 - Slide

 debat

Lola, Sophie, Mike, Pepijn, Tycho

Slide 2 - Slide

Opbouw debat 

speech voorstander : 1.5 minuut

speech tegenstander: 1.5 minuut

weerlegronde vs: 1.5

weerlegronde ts: 1.5 

vrije ronde: 2.30

overlegronde om slotwoord voor te bereiden: 1

slotwoord: 30 sec. tegenstander

30 sec. voorstander

Slide 3 - Slide

H5 Functiewoorden
- Een functiewoord geeft aan wat de functie van een bepaald tekstgedeelte is.

- Een functiewoord staat meestal niet in de tekst. 

Voorbeelden van functiewoorden: argument, conclusie, standpunt, voorbeeld.

Slide 4 - Slide

Functiewoorden H6
  • afweging:voor- en nadelen noemen, argumenten tegen en voor            
  • anekdote : kort verhaaltje (meestal grappig) als voorbeeld bij onderwerp van de tekst          
  • definitie: omschrijving van een woord of begrip
  • nuancering: verfijning of kleine aanpassing van een bewering of stelling
  • tegenwerping: reactie op bepaalde mening of stelling of tegenargument
  • vraagstelling: de schrijver geeft aan welke vraag in zijn tekst centraal staat

Slide 5 - Slide

Functiewoorden
aanleiding=reden om de tekst te schrijven
argument
beantwoording=antwoord op een vraag die eerder is gesteld
constatering=vaststelling
definitie=omschrijving van een begrip
oplossing
probleemstelling=omschrijving van probleem in de tekst

Slide 6 - Slide

vervolg Functiewoorden
stelling
tegenstelling=twee dingen die tegenover elkaar staan
toelichting=nadere uitleg bij een bewering
verklaring=uitleg wat de reden of oorzaak is
vraagstelling=vraag die in de tekst wordt beantwoord
weerlegging

Slide 7 - Slide

Regels in een debat

Slide 8 - Slide

Regel 1
Richt je tot de jury en tot het publiek. (= de klas) Het is een spel. Probeer de jury te overtuigen van je gelijk.

Slide 9 - Slide

Regel 2

Spreek nooit direct tegen de tegenpartij. (Jullie zeiden dat..)

Zeg: Mijn tegenstander(s) zei(den) dat...

Slide 10 - Slide

Regel 3
Je mag elkaar niet onderbreken. Reageren mag alleen in je eigen beurt. Als je wilt reageren ga je staan en je wacht tot je van de debatleider het woord krijgt.

Slide 11 - Slide

ronde 1 en 2 : inleiding debat (1.5 min.)
De voorstander en de tegenstander krijgen beiden 1,5 minuut om zijn standpunt duidelijk te maken. Begin met een voorbeeld of een actuele situatie. Leg uit aan de hand van drie argumenten waarom je het wel of niet eens bent met de stelling. Je mag een spiekbriefje gebruiken, maar ga niet voorlezen. Richt je tot de jury en tot het publiek. (de klas)

Slide 12 - Slide

Ronde 3 en 4 : weerlegronde
In deze ronde mogen voor- en tegenstanders op elkaar reageren door argumenten te weerleggen. (1.5 min. per ronde)
Herhaal het argument van de tegenstander en weerleg dit. Leg uit waarom het niet klopt.

Slide 13 - Slide

Ronde 5: vrije ronde (2.30)
In deze ronde mogen voor- en tegenstanders op elkaar reageren. Dit doe je door te gaan staan als je iets wilt zeggen. In deze ronde mag je ook vragen stellen en vragen beantwoorden. Zorg ervoor dat in je groepje iedereen ongeveer evenveel aan het woord is geweest na afloop.

Slide 14 - Slide

Time-out/voorbereiden slot (1 min.)
Het debat wordt kort stilgelegd. De voor- en de tegenstander krijgen de tijd om hun slot voor te bereiden. Probeer in te haken op wat de tegenstander heeft gezegd.

Slide 15 - Slide

Ronde 6 + 7 : Slot
In het slot krijgt de tegen(!)- en de voorstander 30 seconden om het debat af te ronden. Herhaal je standpunt en argumenten, ga in op de vragen die je tegenstander had en sluit af met een mooie slotzin.

Slide 16 - Slide

tijdbewaker + debatleider kiezen

Een tijdbewaker houdt de tijd in de gaten en geeft door middel van handgebaren aan hoeveel tijd de spreker nog heeft: 

1 minuut: wijsvinger

halve minuut: hand gebogen

10 seconden: 10 vingers opsteken

Slide 17 - Slide

Observatie door overige leerlingen

Oogcontact: richt de debater zich
tot de jury en het publiek?

Houding & handen: staat de
debater stevig en maakt hij ondersteunende handgebaren?

Be the argument’: gelooft
de debater zelf in wat hij zegt?

Stemgebruik: zijn tempo en volume passend en overtuigend?



 



Slide 18 - Slide

debat voorbereiden in groepje
  • Kies een stelling (bv. van debatstelling.nl)
  • zoek er twee krantenartikelen bij
  • noteer 3 voor- en tegenargumenten + het weerleggen van de tegenargumenten
  • schrijf een inleiding (voorstander en tegenstander)
  • bereid de inleiding voor (uit je hoofd)

Slide 19 - Slide