This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Gezondheid en ziekte
Slide 1 - Slide
Wat gaan we doen?
Theorie gezondheid en ziekte
Opdracht Geriatrische zorgproblemen
Opdrachten maken Thieme
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Video
Wat betekent gezondheid voor jou?
Slide 4 - Open question
Wat is volgens jou het verschil tussen acuut en chronisch ziek?
Slide 5 - Open question
Verschil acuut/ chronisch
Slide 6 - Slide
Acuut
Chronisch
Slide 7 - Drag question
Oorzaken ziekte
Ziekten en aandoeningen kunnen veel verschillende oorzaken hebben, maar er zijn twee hoofdgroepen:
Inwendige oorzaken
Uitwendige oorzaken.
Slide 8 - Slide
Inwendige oorzaken
Hierbij ligt de oorzaak in het lichaam zelf, bijvoorbeeld:
Ziekten en aandoeningen door erfelijke aanleg;
Aangeboren ziekten; is een ziekte die voor, tijdens of vlak na geboorte is ontstaan.
Auto-immuunziekten: Er is sprake van een auto-immuunziekte als het lichaam eigen lichaamscellen gaat afbreken alsof ze lichaamsvreemd zijn.
Slide 9 - Slide
Uitwendige oorzaken
Invloeden van buitenaf zijn hierbij de oorzaak van ziekten en aandoeningen. Bijvoorbeeld:
Geweld op het lichaam, bijvoorbeeld door een ongeval;
Verbranding, bevriezing
Roken, alcohol, drugs, te weinig bewegen, ongezond eten, onveilig vrijen;
Micro-organismen zoals een virus of bacterie;
Macro-organismen, zoals hoofdluis, aarsmade en spoelworm.
Slide 10 - Slide
Vraag
Wat betekenen de begrippen draagkracht en draaglast?
Wat hebben ze met elkaar te maken?
Slide 11 - Slide
Draagkracht- draaglast
Draagkracht= belastbaarheid, dus wat iemand aankan.
Draaglast= belasting.
Slide 12 - Slide
Draagkracht/ draaglast
Draagkracht/ Draaglast
Slide 13 - Slide
Wat is overbelasting?
Slide 14 - Open question
Overbelasting
Overbelasting dreigt als de draagkracht en draaglast uit evenwicht raken.
Slide 15 - Slide
Hoe herken je overbelasting?
Slide 16 - Open question
Signalen van overbelasting
Lichamelijk: pijn in nek, schouder of rug, hoofdpijn, buikpijn, verhoogde bloeddruk, vermoeidheid, verminderde of vermeerderde eetlust.
Psychisch: piekeren, vergeetachtigheid, verminderde concentratie, lusteloosheid, slaapproblemen, geprikkeld of geëmotioneerd zijn.
Gedragsmatig: verminderde zelfzorg, agressiviteit, meer roken of drinken, chaotisch gedrag, gebruiken van stimuleren en kalmerende medicijnen of andere middelen.
Slide 17 - Slide
Opdracht
Maak een spinnenweb (mindmap) wat gaat over geriatrische zorgproblemen