This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 50 min
Items in this lesson
Bonjour!
1- Je vais à ma place.
2- Je prends:
-mon livre
-mes stylos
- mon ordinateur
Slide 1 - Slide
Haal meer uit je tekst!
Leesstrategieën
Les objectifs:
1- Fris je kennis op: Je herhaalt de belangrijkste leesstrategieën en signaalwoorden.
2- Lees slimmer en sneller: Je leert hoe je door signaalwoorden de tekst direct beter begrijpt.
3- Beantwoord vragen beter: Je gebruikt deze tools om tijdens de toets sneller de juiste antwoorden te vinden.
Slide 2 - Slide
Tips & tricks
Je hoeft niet alles te weten / te begrijpen
om de vraag juist te kunnen beantwoorden.
Slide 3 - Slide
Tips & tricks
Basis:
in grote lijnen begrijpen waar de tekst over gaat
signaalwoorden herkennen & weten wat zij aangeven
voorbeelden & meningen kunnen herkennen
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Video
Oefenen met vinden hoofdgedachte
Je krijgt steeds een stukje actuele tekst om te lezen.
Daarna moet je een vraag beantwoorden.
Slide 7 - Slide
Texte 1: Lees de tekst, maak aantekeningen...
... en beantwoord op de volgende dia's de vragen:
WIE?
WAT?
WAAR?
WANNEER?
WAAROM? en HOE?
Slide 8 - Slide
Hoofdgedachte: WIE?
Slide 9 - Open question
Hoofdgedachte: WAT?
Slide 10 - Open question
Hoofdgedachte: WAAR?
Slide 11 - Open question
Hoofdgedachte: WANNEER?
Slide 12 - Open question
Hoofdgedachte: WAAROM en HOE?
Slide 13 - Open question
Nu toch ook even een detailvraag:
bekijk de foto en ...
...raad de betekenis van dénoncer
Slide 14 - Slide
Dénoncer betekent:
A
plegen
B
ondergaan
C
duidelijk maken
D
verdedigen
Slide 15 - Quiz
Lees bovenstaande tekst: hoeveel "inégalités" (ongelijkheden) worden genoemd? Vul hierna in.
Slide 16 - Slide
Hoeveel ongelijkheden worden genoemd?
A
één
B
twee
C
drie
D
vier
Slide 17 - Quiz
Texte 2: Lees de tekst, maak aantekeningen...
... en beantwoord op de volgende dia's de vragen:
WIE?
WAT?
WAAR?
WANNEER?
WAAROM?
HOE?
Slide 18 - Slide
Slide 19 - Slide
Wat kun je lezen in de tekst 2 over een fast-food restaurant in Canada?
A
Een beer heeft er alle de hamburgers die in de keuken lagen op gegeten.
B
Een serveerster ontdekte er een beer in de keuken en heeft hem weggejaagd.
C
Er was een beer binnengedrongen, maar hij heeft geen schade aangericht.
Slide 20 - Quiz
Important! Signaalwoorden!
Handig om die te kennen, want ze geven structuur aan de tekst. De antwoorden op vragen over de tekst staan vaak in de buurt van de signaalwoorden (zie de vorige vraag...).
Ze kunnen een reden aangeven, of een tegenstelling, een voorbeeld, een opsomming, een doel etc.
We gaan ermee oefenen in de volgende dia.
Slide 21 - Slide
signaalwoorden (NL)
Slide 22 - Mind map
parce que
mais
pourtant
par exemple
si
par contre
donc
ensuite
bref
en plus
daarentegen
dus
bovendien
omdat
kortom
vervolgens
toch
bijvoorbeeld
maar
als
Slide 23 - Drag question
Au travail!
Cherche les connecteurs dans ton livre Grandes Lignes:
-chapitre 1 p:48-49
-Chapitre 3 p:124-125
- Tuyaux p:333
timer
5:00
Slide 24 - Slide
Welk signaalwoord past? Je suis fatigué, ______ je dois travailler.
A
comme
B
donc
C
puis
D
mais
Slide 25 - Quiz
Welk signaalwoord past? Elle est sportive, intelligente, gentille ___________ elle est belle.
A
pourtant
B
mais
C
d'autre part
D
en plus
Slide 26 - Quiz
Lees de tekst en zoek het signaalwoord
Vul het in op de volgende dia
Slide 27 - Slide
Wat is het signaalwoord in dit tekstje?
Slide 28 - Open question
TEXTE 3:
Slide 29 - Slide
TEXTE 3: Wat past op de open plek van tekst 3?
A
Bref
B
Car
C
Mais
Slide 30 - Quiz
Ik heb de belangrijkste leesstrategieën en signaalwoorden herhaald.
Slide 31 - Poll
Ik heb geoefend met signaalwoorden om de tekst direct beter te begrijpen.
Slide 32 - Poll
Ik gebruik deze tips voortaan bij al mijn leesopdrachten.