Dementie

1 / 26
next
Slide 1: Video
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Slide 1 - Video

This item has no instructions

Beginsituatie
Wie werkt er met clienten met Dementie?
Wie heeft er ervaring met clienten met dementie?
Welke vragen wil je aan het eind van de les beantwoord hebben?

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
Aan het einde van deze les:

Weten jullie wat dementie is.
Kunnen jullie de symptomen van dementie benoemen. 
Kennen jullie de drie meest voorkomende ziekten van dementie.
Kunnen jullie de verschillen tussen de drie ziekten uitleggen.
Kennen jullie de vier dementie stadia. 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Dementie

De achteruitgang van het denkvermogen en verandering van het gedrag 

Een combinatie van symptomen:

Hersenen kunnen informatie niet goed verwerken
Meest voorkomende vorm van Dementie:
Ziekte van Alzheimer
Vasculaire Dementie
Frontotemporale Dementie
Lewy Body Dementie 

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De gevolgen van het ouder worden zijn ook merkbaar in het functioneren van de hersenen.

Tot 25ste = ontwikkeling / vanaf 35ste = vermindering

Achteruitgang van cognitieve taken: .. 



Slide 5 - Slide

Complexe cognitieve taken: 
iets nieuws leren; snel nieuwe informatie verwerken. 
Dementie
De hersenen zijn niet meer in staat om informatie goed te verwerken. 
1 op de 5 
Boven de 90 jaar = 40% een vorm van dementie 
'' 270.000 Nederlanders hebben dementie. Aangezien de leeftijd de belangrijkste risicofactor is voor dementie, zorgt de vergrijzing van de bevolking ervoor dat het aantal mensen met dementie sterk toeneemt.'' 
 
Progressief

Het maakt uit welke hersenziekte de dementie veroorzaakt.  
- Ander ziekteproces

Slide 6 - Slide

Galantamine
Rivastigmine
= Remmen het enzym dat Acetylcholine afbreekt.

Memantine
= bevordert de overdracht van signalen in de hersenen.

Slide 7 - Slide

Geheugenstoornissen
- Nieuwe informatie niet meer opnemen.
- Opgeslagen informatie moeilijk ophalen

Cognitieve stoornissen
- Afasie/ Taalstoornis
- Apraxie/ Verminderd vermogen van het uitvoeren van motorische handelingen
- Agnosie/ onvermogen om objecten te herkennen

Specifieke gedragingen
Gedrag en stemmingen die kunnen voorkomen bij zorgvragers met dementie

Persevereren                                                                           * Pak je telefoon: 
                                                                                                          Ga naar: lessonup.app 
Confabuleren

Verzamelzucht

Achterdocht

Decorumverlies 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

persevereren
Confabuleren
Verzamelzucht
achterdocht
Decorumverlies
Herhalen
vertellen van verzinsels
Allerlei voorwerpen verzamelen
Gevoel dat iemand niet te vertrouwen is
Er wordt gedrag vertoont dat niet aan de sociale omgeving van dat moment is aangepast

Slide 9 - Drag question

This item has no instructions

Slide 10 - Video

This item has no instructions

Diagnose

Reden om naar de huisarts te stappen:
- Geheugenproblemen of verandering van gedrag of karakter
 
Algemeen onderzoek:
MRI-scan en PET-scan: 
Door de afwijkingen die te zien zijn kunnen verschillende vormen van dementie worden onderscheiden. 

Bloedonderzoek:
Neurolopsychologisch onderzoek:

Slide 11 - Slide

Executieve functies:
Plannen
Organisatie
Cognitieve flexibiliteit
Doelgericht gedrag
Timemanagement

Voorbeelden als deze functies niet meer lukken:
- Geen activiteiten meer kunnen organiseren
- Impulsief gedrag
- Niet meer flexibel kunnen omgaan met veranderingen 
- Obsessief gedrag (zoals steeds tellen, zingen, tikken of hetzelfde gedrag vertonen)
- Moeite hebben met passend reageren in sociale interacties
- Problemen met emotie regulatie
De klok test

Slide 12 - Slide

This item has no instructions




                                                milde cognitieve achteruitgang

- bij enkele cognitieve stoornis
- de geheugenproblemen zijn groter dan bij de leeftijd past
-risico factor voor het ontwikkelen van dementie



Slide 13 - Slide

MCI: milde cognitieve achteruitgang

VANAF 45 jaar/ jonge zorgvragers 
'' Naar schatting zijn er in Nederland 12.000 mensen met dementie die jonger zijn dan 65 jaar. ''

- vaak erfelijk 
- lichamelijk sterk
- andere behoeften dan ouderen
- aparte begeleidingsprogramma's

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Preventie

Niet te voorkomen.
Maar.. 
Wat goed is voor het hart, is goed voor het hoofd

Gezonde en actieve levenswijze:

Geheugentraining:
- Helpt wat iemand weet langer vast te houden, maar heeft geen invloed op het activeren van het geheugen. 


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Dementie
Wat is dementie?
Symptomen..
Diagnose..
Preventie.. 

Oorzaken: 

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Oorzaken van dementie
Mensen met dementie zijn uniek.

Bij iedere hersenziekte is het verloop van de dementie anders. 

Wat betekent dit voor jou als  verzorgende/MZer ?
....


Slide 18 - Slide

Wanneer je als verzorgende de diverse hersenziektes kent, weet je welke hersenfuncties haperen en heb je een beter beeld van de zorgvrager met dementie. 
Alzheimer

- 60/70%
-Bekendst en meest voorkomend
- tussen 70 en 80 jaar

- Hersenziekte:
Hersencellen van de hersenschors werken steeds minder. 
- TAU-eiwitten: 
* Stabiliteit van hersencellen en verbindingen tussen cellen. 
* Worden niet goed afgebroken -> ophopingen in en tussen de cellen = Plaques

Hersencellen functioneren niet meer, krimpen en verdwijnen



(1.22)







- Geheugenstoornis: korte termijn

- Geleidelijk verdwijnen cognitieve functies:
Afasie; Agnosie; Apraxie; uitvoerende functies

- Diagnostiek en behandeling 


Slide 19 - Slide

Afasie: steeds minder uitdrukken via taal; begrijpen van taal

- Agnosie: moeite met herkennen van voorwerpen en geluiden

- Apraxie: moeite met praktische handelingen; moeite met volgorde van deelhandelingen (eerst trui en dan hemd)

 



- Uitvoerende functies: logisch nadenken; plannen en doelgericht handelen
Vasculaire dementie

- 15%

- Stoornissen in de doorbloeding van de hersenen, veroorzaakt door ziekten aan hart en bloedvaten.

- Geen goede doorbloeding van de hersencellen en te weinig zuurstof.

- Gevolg: verbindingen tussen de hersencellen raken beschadigd





(1.13)


Sprake van vasculaire dementie bij zorgvragers die chronische diabetes, hoge bloeddruk of een CVA hebben gehad. 

- Cognitieve stoornissen ontstaan eerder dan geheugenstoornissen.
- Bewust van geestelijke achteruitgang -> emotioneel en gedeprimeerd.
- Grillig verloop
- Geestelijke en lichamelijke achteruitgang ->
lopen, spreken, slikken, plassen.
- kans op nieuw CVA



Slide 20 - Slide

Gestoorde doorbloeding van de hersenen.

Beschadiging van de witte stof.


Frontotemporale dementie (FTD)

- 10%

- Oorzaak = defect gen 

Hersenkwabben krimpen door 
het afsterven van de hersencellen.

- Gedragsstoornissen vallen het eerst op. Waarom ?

- Taalstoornissen door aantasting van de ... 

(1.29)







                                              - Ontremd gedrag
                                              - Persoonlijkhe hygiene
                                              - Onrust
                                              - Persevereren.. 
                                              - Apathie 


- Moeite met het vinden van de juiste woorden
Het begrip van taal blijft wel aanwezig


Slide 21 - Slide

- Persevereren: herhalen

- Hersencellen in frontaal en temporaalkwab gaan kapot. 
functies van deze hersengebieden gaan verloren. 

- Apathie is het gebrek aan emotie, motivatie of enthousiasme

Slide 22 - Video

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Stadium 1
Stadium 2
Stadium 3
Stadium 4
Spullen kwijtraken
Een 'fout' maken tijdens een bezigheid verbergen door er een grapje van te maken
Moeite met orienteren 
Minder goed met woorden uitdrukken
''Sorry ik ben de afspraak vergeten''
''Ik zit al 20 minuten in de auto en ik weet niet meer waar ik naartoe zou gaan''
Tijd 23.30uur
''ik ga even booschappen doen''
''Ik kan niet meer vertellen hoe ik me voel''

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

Evalueren
Lesdoelen

Wat is bij jou het meest bijgebleven?

Volgende week.. 

Slide 26 - Slide

This item has no instructions