Spreken en Gesprekken voeren 3F

1.1 Lesdoel
Je geeft een aantrekkelijke presentatie aan de groep

Presenteren kun je leren! 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

1.1 Lesdoel
Je geeft een aantrekkelijke presentatie aan de groep

Presenteren kun je leren! 

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Wat maakt iemand een goede spreker? En wie vind je een goede spreker?

Slide 3 - Open question

Wat maakt een presentatie voor jou prettig om naar te kijken en luisteren?

Slide 4 - Open question

Een goede presentatie heeft een goede voorbereiding nodig. Hoe bereid jij je voor?

Slide 5 - Open question

Verbaal en non verbaal
In een presentatie gebruik je 
verbale en non-verbale 
communicatie 

Slide 6 - Slide

Opdracht Presentatie
  • Onderwerp: Over jezelf
  • Titel (1 dia)
  • Inhoud (1 dia)
  • Kern (hobby's, leukste van de vakantie, iets wat je nog niet van mij weet: 3 dia's)
  • Slot (1 dia)

Slide 7 - Slide

Wat gaan we doen?
- Uitleg examen Spreken
- Uitleg examen Gesprekken voeren
- Examenplanning maken

Slide 8 - Slide

Examen Spreken
Presentatie over je werk (10 - 15 minuten)

Inleiding: jezelf voorstellen, bedrijf, korte inhoudsopgave
Middenstuk: informatie over het bedrijf, de afdeling, je werkzaamheden
Slot: je mening over je werk/stage, vragen van publiek, bedankje

Slide 9 - Slide

Beoordeling Spreken
- Inhoud

- Taalgebruik: samenhang, doel, publiek, woordenschat, verstaanbaarheid en zinsbouw

Slide 10 - Slide

Uitleg examen Gesprekken voeren
Examen: student + docent

1. overleg (8-12 minuten )
2. discussie (10-15 minuten)

Slide 11 - Slide

1. Het overleg
Casus: gesprek met je werkplekbegeleider/leidinggevende over tevredenheid over je werk
- Hoe tevreden ben je?
- Waar ben je tevreden/niet tevreden over? (2 redenen)
- Wat gaat goed/niet goed?
- Wat wil je verbeteren?
- Hoe kan dit verbeterd worden? (+ 3 afspraken maken)

Slide 12 - Slide

2. De discussie
- Kies 2 onderwerpen uit de examenuitleg.
- Onderwerp 1: voor
- Onderwerp 2: tegen
Beide discussies duren 5 - 8 minuten.
Noem minimaal 2 argumenten (meer argumenten is toegestaan).
Conclusie

Slide 13 - Slide

Voorbeeld
Opdracht 1:
Kees = werknemer           docent = werkgever

Opdracht 2:
Ronde 1: Kees = voor              docent = tegen
Ronde 2: Kees = tegen          docent = voor

Slide 14 - Slide

Tips
- Maak voor beide examens een kladbriefje
- Voor de presentatie mag je een PowerPoint maken
- Gebruik een stopwatch of timer
- Oefen het examen met iemand
- Bedenk meer dan 2 argumenten + onderbouwing

Slide 15 - Slide

1. Een totale lockdown tijdens een pandemie is beter dan beperkende maatregelen.
2. Er moet statiegeld geheven worden op plastic flesjes en blikjes.
3. Bij overvolle ic’s is leeftijdsselectie aanvaardbaar.
4. Accounts van influencers die nepnieuws verspreiden, moeten tijdelijk gedeactiveerd worden.
5. Nederland is te klein voor de wolf.
6. Alleen het parlement mag tijdens een crisis zoals een pandemie de grondrechten tijdelijk aanpassen.
7. De overheid moet de prijs van fastfood verhogen.
8. Docenten moeten cartoons die voor bepaalde bevolkingsgroepen mogelijk als schokkend ervaren worden in de les kunnen laten zien.
9. Alle bordelen moeten overheidsbedrijven worden.
10. Men moet verplicht voor de eigen ouders zorgen als ze oud en/of ziek zijn.

1. Een totale lockdown tijdens een pandemie is beter dan beperkende maatregelen.
2. Er moet statiegeld geheven worden op plastic flesjes en blikjes.
3. Bij overvolle ic’s is leeftijdsselectie aanvaardbaar.
4. Accounts van influencers die nepnieuws verspreiden, moeten tijdelijk gedeactiveerd worden.
5. Nederland is te klein voor de wolf.
6. Alleen het parlement mag tijdens een crisis zoals een pandemie de grondrechten tijdelijk aanpassen.
7. De overheid moet de prijs van fastfood verhogen.
8. Docenten moeten cartoons die voor bepaalde bevolkingsgroepen mogelijk als schokkend ervaren worden in de les kunnen laten zien.
9. Alle bordelen moeten overheidsbedrijven worden.
10. Men moet verplicht voor de eigen ouders zorgen als ze oud en/of ziek zijn.

Slide 16 - Slide