Symbolen - pictogrammen

Wassymbolen en schoonmaakpictogrammen
1 / 20
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wassymbolen en schoonmaakpictogrammen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat denk je?

Ken je de symbolen en pictogrammen?
A
Ja
B
Nee
C
Een beetje
D
Weet ik niet

Slide 3 - Quiz

Sleep de onderdelen in de juiste volgorde zodat je de was juist kunt uitvoeren:
stap 1
stap 2
stap 3
stap 4
stap 5
stap 6
Was sorteren
Was ophangen
Wassen
Was controleren
Was strijken
Was opvouwen

Slide 4 - Drag question

Wat staat er vaak op het kledingetiket?
A
Maat, merk, wasvoorschrift, grondstoffen
B
wasvoorschrift, de naam en plaats van de winkel.
C
katoen, hoe je het moet wassen, het merk
D
symbolen

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Video

Wat betekenen de wassymbolen?
Bleken
Chemisch reinigen
Strijken
Droger
Wassen

Slide 7 - Drag question

Wat betekent het volgende symbool?
A
40 graden normaal wasprogramma
B
40 graden anti-kreukprogramma
C
40 graden fijne was
D
40 graden wol-wasprogramma

Slide 8 - Quiz

Wat betekenen deze was-symbolen?
A
1 = in de wasmachine wassen op antikreuk-programma 2 = heet strijken 3 = niet bleken 4 = stomen mag 5 = mag in de droger
B
1 = in de wasmachine wassen op antikreuk-programma 2 = warm strijken 3 = bleken mag 4 = niet stomen 5 = mag in de droger
C
1 = in de wasmachine wassen op gewoon programma 2 = lauw strijken 3 = bleken mag 4 = niet stomen 5 = mag niet in de droger
D
1 = in de wasmachine wassen op gewoon programma 2 = warm strijken 3 = niet bleken 4 = stomen mag 5 = mag niet in de droger

Slide 9 - Quiz

Wat geven de puntjes in de strijkbouten bij de symbolen aan?
A
temperatuur
B
snelheid
C
voor welke stof het geschikt is

Slide 10 - Quiz

Wat betekent het volgend symbool?
A
niet strijken
B
lauw strijken
C
warm strijken
D
heet strijken

Slide 11 - Quiz

Gevaarsymbolen
Op schoonmaakmiddelen staan symbolen op de etiketten.

Voor een veilig gebruik van schoonmaakmiddelen is het belangrijk dat je weet wat de symbolen betekenen en dat je de informatie op de etiketten leest en toepast. 

Slide 12 - Slide

Dit symbool op een schoonmaakmiddel betekent:
A
bijtend
B
irriterend
C
explosief
D
licht ontvlambaar

Slide 13 - Quiz

Op een schoonmaakmiddel staat het volgende gevarensymbool.
Welke maatregel neem je?

A
Je draagt handschoenen.
B
Je houdt je aan de dosering.
C
Je draagt een mondkapje

Slide 14 - Quiz

Combineer de pictogrammen met de juiste betekenis

Schadelijk

Bijtend

Explosiegevaar

Brandbevorderend

Brandgevaar

Houder onder druk

Giftig

Lange termijn gezondheidschade

Milieugevaar

Slide 15 - Drag question

Pictogrammen
Op professionele schoonmaakmiddelen staan ook pictogrammen die aangeven voor welk gebied het schoonmaakmiddel is. 
Iedere schoonmaker kent deze icoontjes wel. 
Ze geven op een gemakkelijke wijze het gebruik van een reinigingsmiddel, hulpmiddel en machine aan.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Met welk kleur doekje maak je de vloer schoon?
A
Groen
B
Blauw
C
Rood
D
Geel

Slide 18 - Quiz

Moet ik de symbolen en pictogrammen nog goed oefenen?
A
Geel
B
Groen
C
Blauw
D
Rood

Slide 19 - Quiz

Moet ik de symbolen nog goed oefenen?
Ja
Nee
Een beetje

Slide 20 - Poll