TaalCompleet A2 les 2.11

2.11 Een uitnodiging
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

2.11 Een uitnodiging

Slide 1 - Slide

Bespreek samen
Geef jij weleens een feest? Wanneer?

Als mensen trouwen, geven ze vaak een feest. Dat heet een bruiloft

--> Ben je weleens op een Nederlandse bruiloft geweest? 
--> Is een Nederlandse bruiloft anders dan een bruiloft in jouw land? 
--> Wat is anders?

Slide 2 - Slide

Opdracht 97. Lees de tekst
de kaartjes                               bijzonder
beste                                           de reden
uitnodigen                                verrassen
zaal                                               reserveren
sparen (voor)                           Lieve ...,
ontvangen                                Liefs,
bedanken                                  de kus
geef een feest

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Waarom geven Pieter en Chantal een feest?
timer
0:40

Slide 7 - Open question

Wanneer en hoe laat is het feest?
timer
0:40

Slide 8 - Open question

Waar is het feest?
timer
1:00

Slide 9 - Open question

Waarom kan Eva niet naar het feest komen?
timer
1:00

Slide 10 - Open question

Waar gaat de familie van Jan zijn verjaardag vieren?
timer
0:40

Slide 11 - Open question

Maak opdracht 99 + 100 + 101
in je boek.
timer
3:00

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

We maken deze opdracht in deze LessonUp.

Slide 14 - Slide

Waar ligt de klemtoon?
ver-ras-sen
A
ver
B
ras
C
sen

Slide 15 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
bij-zon-der
A
bij
B
zon
C
der

Slide 16 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
bes-te
A
bes
B
te

Slide 17 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
re-den
A
re
B
den

Slide 18 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
uit-no-di-gen
A
uit
B
no
C
di
D
gen

Slide 19 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
be-dan-ken
A
be
B
dan
C
ken

Slide 20 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
ont-van-gen
A
ont
B
van
C
gen

Slide 21 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
re-ser-ve-ren
A
re
B
ser
C
ve
D
ren

Slide 22 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
kaart-je
A
kaart
B
je

Slide 23 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
lie-ve
A
lie
B
ve

Slide 24 - Quiz

Waar ligt de klemtoon?
spa-ren
A
spa
B
ren

Slide 25 - Quiz

Maak opdracht 103
in je boek.

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

104.
1. Je vriendin viert haar verjaardag. Wat doe je? (een kaartje)

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide

Maak opdracht 105 & 106
in je boek.
timer
5:00

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

107.
Maak werkblad 2.11 achter in je boek.  blz. 328

Je gaat een e-mail schrijven. 

Slide 32 - Slide