TC B1 thema 1.7

TaalCompleet B1 les 1.7
1 / 35
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

TaalCompleet B1 les 1.7

Slide 1 - Slide




Uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les kan je:

  1. drie voorbeelden geven van uiterlijke kenmerken
  2. drie voorbeelden geven van karaktereigenschappen
  3. het verschil uitleggen tussen uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen?

Slide 3 - Slide

Uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen

Twee woorden die vaak verwisseld worden. 
We gaan de woorden even los maken om ze beter te begrijpen.

Slide 4 - Slide

Uiterlijke kenmerken
Uiterlijk is aan de buitenkant.

Wat we kunnen zien. Bijvoorbeeld lang.




Slide 5 - Slide

Uiterlijke kenmerken.

Slide 6 - Mind map

Karaktereigenschappen
Karakter - eigenschappen

Karakter is de binnenkant, hoe je bent. Bijvoorbeeld spontaan.


Slide 7 - Slide

Karaktereigenschappen

Slide 8 - Mind map

Dus .......
Uiterlijk is de buitenkant

Karakter zit van binnen
Beiden zijn zichtbaar.

Slide 9 - Slide

Welke kenmerk hoort er niet tussen?
A
Rood haar
B
Vaak boos
C
Lengte 1.65
D
Donkere ogen

Slide 10 - Quiz

Welk kenmerk hoort er niet tussen?
A
Behulpzaam
B
Vaak boos
C
Donker haar
D
Verlegen

Slide 11 - Quiz

Welke kenmerk hoort er niet tussen?
Uiterlijke kenmerken of karaktereigenschappen?En....over welk dier gaat dit?
A
Voelt zacht aan
B
Wordt ongeveer 2 kilogram
C
Kan veel verschillende kleuren hebben.
D
Ontzettend lange nek

Slide 12 - Quiz

90.1 Opgeven
A
Beginnen met iets
B
Stoppen met iets

Slide 13 - Quiz

90.2 Stabiel
A
Iets blijft hetzelfde
B
Iets verandert

Slide 14 - Quiz

90.3 de test
A
het huiswerk
B
het onderzoek

Slide 15 - Quiz

90.4 spontaan
A
je denkt na en dan zeg je iets
B
je zegt meteen iets

Slide 16 - Quiz

90.5 het doel
A
iets wat je wilt eten
B
iets wat je wilt bereiken

Slide 17 - Quiz

90.6 de eigenschap
A
iets wat hoort bij een persoon
B
spullen die van iemand zijn

Slide 18 - Quiz

90.7 het gedrag
A
wat iemand denkt
B
wat iemand doet

Slide 19 - Quiz

90.8 het karakter
A
hoe je bent
B
wat je zegt

Slide 20 - Quiz

Zelfstandig werken
Je gaat 5 minuten zelfstandig werken. 
Je maakt opdrachten 91 en 92 zelf. 

Klaar? Laptop 1.7 verder werken
timer
5:00

Slide 21 - Slide

Opdracht 93. Spreek samen
Eén iemand stelt de vraag, de andere persoon geeft antwoord.

  1. Olga heeft slechte oren. (test)
  2. Wat doen mensen als ze slapen? (dromen)
  3. Je vertelt iemand een geheim. Wat vraag je? (vertrouwen)
  4. De kinderen hebben overal speelgoed gelegd. Wat zeg je? (de rommel)
  5. Hoe voelt iemand zich die depressief is? (somber)
  6. Een kind van 10 plast in zijn broek. Hoe voelt hij zich? (zich schamen)
timer
5:00

Slide 22 - Slide

94.1 Mijn zus heeft een moeilijk k...: ze is snel boos en heeft vaak ruzie.
timer
0:30

Slide 23 - Open question

94.2 Ik wil graag veel dingen weten. Ik ben n...
timer
0:30

Slide 24 - Open question

94.3 Ik ben heel bang. Ik heb veel a...
timer
0:30

Slide 25 - Open question

94.4 Ik doe wat ik zeg. Ik ben b...
timer
0:30

Slide 26 - Open question

94.5 Ik doe en zeg dingen zonder veel na te denken. Ik ben s...
timer
0:30

Slide 27 - Open question

94.6 Ik spaar veel geld want ik heb een d...: ik wil een huis kopen.
timer
0:30

Slide 28 - Open question

B1 1.7 opdracht 95
Vul kenmerken in bij de verschillende karaktereigenschappen. Welke kenmerken horen erbij?

Slide 29 - Slide

Extravert

Slide 30 - Mind map

Openheid

Slide 31 - Mind map

altruïsme

Slide 32 - Mind map

Organisatie

Slide 33 - Mind map

Stabiliteit

Slide 34 - Mind map

Zelfstandig werken
Je gaat 10 minuten zelfstandig werken. 
Je maakt opdracht 95 zelf.

Klaar? Laptop 1.7 verder werken
timer
10:00

Slide 35 - Slide