Samenvatting

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2
1 / 48
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

This lesson contains 48 slides, with text slides and 13 videos.

Items in this lesson

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Normen & Waarden
Met wie je omgaat en hoe je omgaat met anderen hang af van waarden en normen.


  • Waarden geven aan wat je belangrijk vindt, bijvoorbeeld ‘trouw zijn’. 
  • Normen geven aan wat je dan wel of juist niet doet. 

Bij de waarde ‘trouw zijn’ hoort bijvoorbeeld de norm: je laat je vrienden nooit in de steek.

Slide 3 - Slide

Respect
Respect hebben voor iets of iemand betekent, dat dat iets of die iemand ‘er mag zijn’. Het is dus eigenlijk iets of iemand erkenning geven. 

Dat hoeft dus niet te betekenen, dat je het eens bent met die persoon of met die mening, maar wel, dat die mening er mag zijn. Je ‘houdt dus rekening met’. 

Zo kun je dus (gelukkig) respectvol met elkaar om gaan, ook al ben je het niet eens met elkaar. 

Slide 4 - Slide

10 Gouden Regels

Slide 5 - Slide





H1 - 
Puberteit

Slide 6 - Slide

Leerdoelen

  • Ik leg uit wat er in de puberteit gebeurt.
  • Ik kan uitleggen wat testosteron, oestrogeen en het groeihormoon is.
  • Ik benoem wat primaire en secundaire geslachtskenmerken zijn.




Slide 7 - Slide

Wat is de puberteit?
De puberteit is de periode waarin je lichaam en je gevoel veranderen. Je verandert van een kind naar een volwassene.

  • Leeftijd: Meestal tussen het 10e en 18e levensjaar.

  • Doel: Het lichaam wordt geslachtsrijp (klaar om kinderen te krijgen) en je ontwikkelt je mentaal tot een volwassene.

Slide 8 - Slide

Geslachtskenmerken
Primaire geslachtskenmerken: waarmee je wordt geboren.
  • Jongen: penis en balzak.
  • Meisje: vagina en schaamlippen.

Secundaire geslachtskenmerken: uiterlijke verschillen die tijdens de puberteit ontstaan door hormonen.
  • Bij jongens: zwaardere stem, meer spierontwikkeling, baardgroei, haargroei (oksels, schaamstreek, borst).
  • Bij meisjes: borstontwikkeling, bredere heupen, dikkere onderhuidse vetlaag, haargroei (oksels, schaamstreek).

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Rol van hormonen?
Hormonen = regelstofjes die via het bloed door je lichaam reizen. 




De route van hormonen:
  1. Hypofyse (hersenen): Geeft het startsein voor de puberteit en maakt groeihormoon.
  2. Eierstokken (meisje): Maken oestrogeen -> eicellen rijpen + vrouwelijke secundaire kenmerken.
  3. Zaadballen (jongen): Maken testosteron -> zaadcellen maken + mannelijke secundaire kenmerken.

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Groeispurt
In de puberteit maakt de hypofyse veel groeihormoon. Je groeit dan 2x zo snel als normaal.

Gevolgen van de spurt:
  • Energie: Je hebt meer honger en bent vaker moe/sloom.
  • Lijf: Je wordt tijdelijk onhandig ("slungelig") en kunt groeipijn krijgen.

Verschillen:
  • Meisjes (10-14 jaar): Piek rond 12 jaar. Na de eerste ongesteldheid groei je nog maar ± 8 cm. Daarna worden de heupen breder.
  • Jongens (13-16 jaar): Begint later. Eerst vooral lengtegroei (slungelig), daarna meer gewicht/spieren.

Slide 13 - Slide

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2
H2 - Voortplantingsorganen + Menstruatie

Slide 14 - Slide

Leerdoelen
  • Ik benoem de onderdelen en functies van het mannelijk- en vrouwelijk geslachtsorgaan.
  • Ik weet wanneer een man en vrouw vruchtbaar zijn.
  • Ik weet hoe de menstruatiecyclus van een vrouw verloopt en kan deze in 4 stappen beschrijven.
  • Ik kan advies geven over de menstruatieproducten en de hygiëne hierbij.




Slide 15 - Slide

Mannelijk voortplantingsorgaan
Vrouwelijk voortplantingsorgaan

Slide 16 - Slide

Menstruatiecyclus
  1. Voorbereiding: Eicel wordt rijp in de eierstok; baarmoederslijmvlies wordt dikker.
  2. Eisprong (dag 14): De rijpe eicel komt vrij in de eileider (ovulatie).
  3. Onderweg: Eicel gaat naar de baarmoeder. Geen bevruchting? --> Eicel sterft af.
  4. Menstruatie: Slijmvlies wordt afgestoten (bloed/slijm). De cyclus begint opnieuw.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Producten en hygiëne










4 Gouden Regels voor Hygiëne:
  1. Verschonen: Vervang maandverband of tampons elke 4 tot 6 uur.
  2. Handen wassen: Altijd vóór én na het vervangen van je product.
  3. Wassen: Was de schaamstreek 2x per dag met lauw water.
  4. Schoon ondergoed: Trek elke dag een schone onderbroek aan.
Om bloed op te vangen kun je verschillende producten gebruiken:

  • Maandverband: Plakstrip voor in de onderbroek.
  • Tampons: Inwendig product (in de vagina).
  • Menstruatiecup: Herbruikbaar bekertje van siliconen.


Slide 19 - Slide

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2

H3 - Voortplanting

Slide 20 - Slide

Leerdoelen
  • Ik leg uit hoe de voortplanting bij de mens verloopt.
  • Ik benoem hoe wensen en grenzen in relaties kunnen worden bewaakt en gerespecteerd.




Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Manieren van voortplanten

Slide 23 - Slide

Seks bij mensen

Mensen hebben seks om twee redenen:

  1. Voortplanting: Om kinderen te krijgen.
  2. Intimiteit: Omdat het fijn voelt en je dicht bij de ander wilt zijn.

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

Jouw grenzen

Seks is pas fijn als het veilig en vrijwillig is. Onthoud deze regels:
  • Ken jezelf: Bedenk vóór een date wat je wel en niet wilt (zoenen, aanraken).
  • Beloof niets: Je weet pas of je iets wilt als je op de plek zelf bent.
  • Stop = Stop: Je mag op elk moment van gedachten veranderen. Wie A zegt, hoeft géén B te zeggen!
  • Duidelijkheid: Praat met je partner over wat je fijn vindt.

Veiligheidstip: Spreek de eerste keer af op een openbare plek en zorg dat een vriend(in) weet waar je bent.

Slide 26 - Slide

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2

H3 - Bevruchting & bevalling

Slide 27 - Slide

Leerdoelen

  • Ik leg uit wat bevruchting is en waar het gebeurt.
  • Ik weet hoe de ontwikkeling van embryo tot baby verloopt.
  • Ik kan uitleggen hoe het kindje voeding krijgt en beschermd wordt in de baarmoeder.
  • Ik kan beschrijven hoe de bevalling verloopt (ontsluiting, uitdrijving, nageboorte).
  • Ik kan uitleggen wat invloed heeft op de gezondheid van het embryo tijdens de zwangerschap.




Slide 28 - Slide

Slide 29 - Video

Bevruchting en innesteling

1. De Eisprong (Ovulatie)
  • Gebeurt rond dag 14 van de cyclus.
  • Een rijpe eicel komt vrij uit de eierstok en gaat naar de eileider.

2. De Bevruchting
  • Vindt plaats in de eileider.
  • De kern van de zaadcel versmelt met de kern van de eicel.

Vruchtbare periode: 
  • Eicel leeft: 1 dag (24 uur).
  • Zaadcellen leven: tot 5 dagen.
  • Conclusie: Je kunt ook zwanger worden van seks vóór de eisprong!

3. Innesteling
  • De bevruchte eicel deelt zich en gaat naar de baarmoeder.
  • Het klompje cellen zet zich vast in het dikke baarmoederslijmvlies.
  • Dit vastzetten heet de innesteling. Vanaf nu heet het een embryo.

Slide 30 - Slide

Zwangerschap

1. Het begin
  • Zodra het embryo zich innestelt, maakt het een zwangerschapshormoon aan.
  • Functie: Zorgt dat je niet ongesteld wordt en er geen nieuwe eicellen rijpen.
  • Zwangerschapstest: Meet of het zwangerschapshormoon in de urine zit.

2. Ontwikkeling
  • Embryo (Week 0-10): Ontstaan van alle organen ("bouwplan").
  • Foetus (Week 11-40): Groei en ontwikkeling. De foetus drijft veilig in vruchtwater.

3. Placenta & Navelstreng
  • Placenta: Uitwisseling van stoffen (bloed van moeder en kind mengen niet!).
  • Van moeder naar kind: Zuurstof en voedingsstoffen.
  • Van kind naar moeder: Afvalstoffen.

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Video

Bevalling
Voorbereiding
  • Indaling: Hoofdje zakt in het bekken.
  • Vliezen breken: Vruchtwater komt naar buiten.

De 3 fasen:
  1. Ontsluiting: Weeën maken de baarmoedermond open (tot 10 cm).
  2. Uitdrijving: Persweeën duwen de baby naar buiten.
  3. Nageboorte: De placenta en vliezen komen naar buiten.

Slide 33 - Slide

Invloeden van buitenaf
Kwetsbare ontwikkeling
De placenta houdt veel tegen, maar schadelijke stoffen passeren 
de wand en komen direct in het bloed van de baby.


  • Roken: Nicotine zorgt voor minder zuurstof → groeiachterstand en laag geboortegewicht.
  • Alcohol: Kan leiden tot het FAS (Foetaal Alcohol Syndroom): hersenschade en leerproblemen.
  • Drugs: Verstoren de hersenontwikkeling en verhogen risico op miskraam.
  • Medicijnen: Overleg altijd met een arts; sommige stoffen zijn giftig voor het embryo.


Slide 34 - Slide

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2

H4 - Voorbehoedsmiddelen & Soa's

Slide 35 - Slide

Leerdoelen

  • Ik leg uit hoe de mens kan ingrijpen in de voortplanting, onder andere door voorbehoedsmiddelen.
  • Ik benoem verschillende SOA’s, de klachten hierbij en benoem hoe SOA’s te voorkomen zijn.




Slide 36 - Slide

Slide 37 - Video

Slide 38 - Video

Module: Let's Talk About Sex
Klas 2

H5 - Grenzen, Relaties en Sociale media

Slide 39 - Slide

Leerdoelen
  • Ik benoem en herken de verschillende seksuele geaardheden en genders.
  • Ik weet hoe je, met betrekking tot seksualiteit, veilig om kunt gaan met sociale media.
  • Ik benoem instanties die hulp bieden bij problemen rond seksualiteit, relaties en seksuele diversiteit.




Slide 40 - Slide

Slide 41 - Video

Geslacht vs Gender

1. Biologisch Geslacht (Je lichaam)
Dit wordt bij je geboorte bepaald door primaire geslachtskenmerken --> man (penis) en vrouw (vagina)
  • Intersekse: Mensen die geboren worden met kenmerken van zowel een man als een vrouw.

2. Gender (Je gevoel)
Dit gaat over hoe jij je van binnen voelt.
  • Cisgender: Je gevoel klopt met het lichaam waarin je geboren bent (de meeste mensen).
  • Transgender: Je gevoel klopt niet met het lichaam waarin je geboren bent.
          - Trans vrouw: Geboren als man, voelt zich vrouw.
          - Trans man: Geboren als vrouw, voelt zich man.
  • Non-binair: Je voelt je geen man en geen vrouw, maar er tussenin of allebei.

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Video

Seksuele oriëntatie
De verschillende vormen:
  • Heteroseksueel: Je valt op het andere geslacht (man valt op vrouw / vrouw valt op man).
  • Homoseksueel: Je valt op hetzelfde geslacht (man valt op mannen).
          - Lesbisch: Een vrouw die op vrouwen valt.
  • Biseksueel: Je valt op zowel mannen als vrouwen.
  • Aseksueel: Je voelt je tot niemand seksueel aangetrokken.


Het Verschil: Gender vs. Oriëntatie
  • Gender: "Wie ben ik?" 
  • Oriëntatie: "Op wie val ik?" 

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Video

Hulp bij problemen

Wanneer zoek je hulp?
Heb je vragen over een SOA, ongewenste zwangerschap, geaardheid, of is er iemand over je grens gegaan? Blijf er niet mee rondlopen.

Hier kun je terecht:
  • Op school: Je mentor of de vertrouwenspersoon. Zij hebben geheimhoudingsplicht en bieden een luisterend oor.
  • Sense.info (GGD): Dé plek voor vragen over seks, anticonceptie en SOA’s. Je kunt hier anoniem chatten of bellen.
  • De Kindertelefoon: Voor anonieme gesprekken over verliefdheid, seksualiteit of problemen thuis.
  • Centrum Seksueel Geweld: Bel direct als je bent gedwongen tot seks of als er iets is gebeurd tegen je wil. Zij zijn dag en nacht bereikbaar.


Goed om te weten: Bij deze instanties kun je vaak anoniem blijven. Niemand komt erachter als jij dat niet wilt.


Slide 46 - Slide

Tips voor het leren

  1. Ga naar het kopje 'Voorbereiding toets' op de website en classroom en maak gebruik van het materiaal dat is gedeeld.
  2. Check of je de leerdoelen kunt beantwoorden, kijk de oefentoets na en bekijk hoe je een vraag moet aanpakken.
  3. Leer de theorie van de website (theoriekaarten) en uit je aantekeningenschrift.
  4. Ga op zoek naar extra informatie, filmpjes, spelletjes, etc. over dit onderwerp op het internet.
  5. Heb je vragen of extra hulp nodig? Vraag het (op tijd) aan de docent.

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide