C.03 Brand en explosie

Brand en explosie
1 / 46
next
Slide 1: Slide
TechniekMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 3

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Brand en explosie

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Terugblik vorige les
Elektrische weerstand, 
Secundair letsel, 
Fysieke afscherming (omkasting),
Dubbele isolatie, 
Aardlekschakelaar, 
Statische elektriciteit

Slide 2 - Slide

Elektrische weerstand
De mate waarin de ondergrond en het schoeisel stroom tegenhouden. Een lage weerstand (bijv. beton of klinkers) zorgt voor een groter risico op stroomdoorgang.
Secundair letsel
Letsel dat niet direct door de stroom ontstaat, maar door de gevolgen ervan, zoals schrikreacties, vallen, rondvliegend materiaal of drukgolven.
Fysieke afscherming (omkasting)
Een behuizing waardoor onder spanning staande delen onbereikbaar zijn, zoals bij schakelkasten en machines.
Dubbele isolatie
Een beveiliging waarbij een apparaat twee isolatielagen heeft en niet geaard mag worden; te herkennen aan het symbool met twee vierkantjes.
Aardlekschakelaar
Een beveiliging die lekstroom naar aarde detecteert en de spanning uitschakelt, maar geen bescherming biedt tegen kortsluiting of overbelasting.
Statische elektriciteit
Elektrische lading die ontstaat door wrijving, stroming of beweging, en die kan leiden tot vonkvorming met brand- of explosiegevaar, vooral bij gassen, dampen en stof.
Leerdoelen
-De leerling kent de begrippen: Branddriehoek, Ontstekingsenergie / ontstekingsbron, Vlampunt, Zelfontbrandingstemperatuur, LEL en UEL (Onderste en Bovenste explosiegrens), Brandklassen (A, B, C, D)

- De leerling kan de branddriehoek benoemen (brandbare stof, zuurstof, ontstekingsenergie) en uitleggen welke extra rol de mengverhouding speelt bij een explosie.

- De leerling kan het verschil uitleggen tussen vlampunt, zelfontbrandingstemperatuur, LEL en UEL, en aangeven waarom rook en verbrandingsgassen extra gevaarlijk zijn.

De leerling kan:

branden indelen in brandklassen (A, B, C, D)
het juiste blusmiddel kiezen
de juiste volgorde van handelen bij brand toepassen, met oog voor eigen veiligheid.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Brand en explosiegevaar

“Brand en explosie zijn één van de grootste veiligheidsrisico’s in de techniek en industrie. Als je begrijpt hoe ze ontstaan, kun je ze ook voorkomen.”

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De branddriehoek
Voor brand of explosie zijn nodig:

  • brandbare stof
  • zuurstof
  • ontstekingsenergie

Samen: branddriehoek
Voor een explosie is ook de mengverhouding van belang

Slide 5 - Slide

“Als je één van deze drie wegneemt, kan er geen brand ontstaan. Bij een explosie moet het gas of stof ook nog precies in de juiste verhouding met lucht aanwezig zijn.”
Ontstekingsbronnen
Ontstekingsenergie kan komen van:

  • open vuur
  • hete gassen
  • elektrische installaties
  • statische elektriciteit
  • bliksem

Slide 6 - Slide

“Veel explosies ontstaan niet door open vuur, maar door vonken uit elektrische installaties of statische elektriciteit.”
Belangrijke temperaturen
  • Vlampunt (ontvlammingstemperatuur)
→ laagste temperatuur waarbij een vloeistof voldoende damp afgeeft om te kunnen ontbranden

  • Zelfontbrandingstemperatuur
→ laagste temperatuur waarbij een stof zonder ontstekingsbron spontaan ontbrandt

Slide 7 - Slide

“Een stof kan dus ontbranden zonder vlam of vonk, alleen door temperatuur.”
Explosiegrenzen (LEL & UEL)
  • LEL (Lower Explosion Limit)
→ minimale gas- of dampconcentratie voor explosie

  • UEL (Upper Explosion Limit)
→ maximale concentratie waarbij nog voldoende zuurstof aanwezig is

Slide 8 - Slide

“Tussen LEL en UEL is een explosie mogelijk. Onder LEL is het mengsel te arm, boven UEL juist te rijk.”
Rook en verbrandingsgassen
Bij brand:

  • beperkt zicht

  • rook kan giftig of schadelijk zijn

  • verbrandingsgassen zijn vaak lichter dan lucht

Slide 9 - Slide

“De meeste slachtoffers bij brand overlijden niet door vuur, maar door rook en giftige gassen.”
Sectoren met explosierisico
Explosierisico’s komen o.a. voor in:

  • chemische industrie
  • afvalverwerking en recycling
  • energiecentrales
  • houtverwerking
  • landbouw (biogas)
  • metaal-, voedings- en farmaceutische industrie
  • gasbedrijven en raffinaderijen

Slide 10 - Slide

“Explosiegevaar komt niet alleen voor in ‘grote fabrieken’, maar ook in gewone werkplaatsen.”
Persoonlijke monitor
Soms verplicht:
  • persoonlijke gasmonitor

Let op:
  • draag op borsthoogte
  • niet onder kleding
  • testen vóór gebruik
  • weet wat je moet doen bij alarm

Slide 11 - Slide

“Een monitor waarschuwt je, maar alleen als je hem goed draagt en weet hoe je moet handelen.”

Brand en explosie ontstaan alleen als alle voorwaarden tegelijk aanwezig zijn.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar

“Boven de UEL is een explosie mogelijk omdat er veel gas aanwezig is.”

Slide 13 - Slide

➡️ NIET WAAR ❌
(Er is dan te weinig zuurstof.)
In een bedrijf wordt een brandbare vloeistof verpompt door een kunststofleiding.
Welke maatregel verlaagt hier het explosierisico het meest?
A
De ruimte extra ventileren
B
De temperatuur van de vloeistof verhogen
C
De installatie aarden om statische elektriciteit af te voeren
D
Het dragen van handschoenen door de werknemer

Slide 14 - Quiz

Kunststofleidingen kunnen statische elektriciteit opbouwen. Aarding voorkomt vonkvorming en dus ontsteking.
In een afgesloten ruimte wordt een brandbaar gas gemeten op 5%.
De LEL van dit gas is 2% en de UEL is 9%.
A
Er kan geen explosie optreden omdat het gas onder de UEL blijft
B
Er is alleen brandgevaar, geen explosiegevaar
C
Er is explosiegevaar omdat de concentratie tussen LEL en UEL ligt
D
Er is geen gevaar zolang er geen open vuur aanwezig is

Slide 15 - Quiz

Een explosie is mogelijk tussen de LEL en de UEL, mits ook zuurstof en een ontstekingsbron aanwezig zijn.
Blussen
brandklassen en blusmiddelen

Slide 16 - Slide

“Vandaag leren we hoe je een brand kunt blussen, welke soorten branden er zijn en waarom je nooit zomaar elk blusmiddel mag gebruiken.”
Het principe van brand blussen
Een brand blus je door:

  • de brandbare stof te verwijderen of de aanvoer te stoppen;
  • warmte weg te nemen (afkoelen);
  • zuurstof af te sluiten;
  • de ontstekingsenergie weg te nemen.

Slide 17 - Slide

“Dit zijn manieren om de branddriehoek te doorbreken. Haal je één factor weg, dan stopt de brand.”
Brandklassen: overzicht

  • Klasse A – vaste stoffen (hout, papier, textiel)
  • Klasse B – vloeistoffen (benzine, olie, verf)
  • Klasse C – gassen (propaan, methaan)
  • Klasse D – metalen (magnesium, natrium)
  • Niet-geclassificeerd – elektrische installaties

Slide 18 - Slide

“De brandklasse bepaalt altijd welk blusmiddel je mag gebruiken.”
Brandklasse A (vaste stoffen)
Voorbeelden: hout, papier, textiel

Blusmiddelen:

  • water
  • schuim
  • bluspoeder (ABC)
  • blusdeken (kleine branden / personen)

Slide 19 - Slide

“Dit noemen we droge vuurhaarden. Water is hier vaak een goede keuze.”
Brandklasse B (vloeistoffen)
Voorbeelden: benzine, olie, oplosmiddelen

Blusmiddelen:

  • schuimzand
  • bluspoeder (ABC / BC)

Slide 20 - Slide

“Water is hier gevaarlijk, omdat brandende vloeistoffen zich kunnen verspreiden.”
Brandklasse C (gassen)
Voorbeelden: propaan, butaan, acetyleen

Blusmiddelen:

  • bluspoeder (ABC / BC)
  • gastoevoer afsluiten

Slide 21 - Slide

“Bij gasbranden is afsluiten vaak belangrijker dan blussen.”
Brandklasse D (metalen)
Voorbeelden: magnesium, aluminium

Blusmiddel:

  • speciaal D-poeder

Slide 22 - Slide

“Metaalbranden zijn zeldzaam maar zeer gevaarlijk. Water gebruiken is hier levensgevaarlijk.”
Elektrische branden
Niet geclassificeerd

Blusmiddelen:

  • CO₂
  • speciaal schuim

Slide 23 - Slide

“Water geleidt stroom en mag dus niet worden gebruikt bij elektrische installaties.”
Nadelen van water

  • waterschade
  • milieuschade
  • elektrisch geleidend
  • reageert heftig met sommige stoffen
  • gevaarlijk bij vloeistofbranden

Slide 24 - Slide

“Water lijkt veilig, maar is lang niet altijd het juiste blusmiddel.”
Nadelen van andere blusmiddelen

  • Zand: koekt aan, verhardt
  • Schuim: kan elektrisch geleidend zijn, gevoelig voor bevriezing
  • CO₂: kans op vrieswonden, verstikkingsgevaar
  • Bluspoeder: slecht zicht, vervuiling, weinig koeling

Slide 25 - Slide

“Elk blusmiddel heeft risico’s. Denk altijd eerst aan je eigen veiligheid.”
Blusdeken
Nadelen:

  • risico op letsel bij onjuist gebruik
  • blusser moet dicht bij de brand komen

Slide 26 - Slide

“Een blusdeken is alleen geschikt voor kleine branden en brandende personen.”

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar

“Een brand in een elektrische installatie kan veilig worden geblust met water zolang je op afstand blijft.”

Slide 28 - Slide

➡️ NIET WAAR ❌

Uitleg:
Water is elektrisch geleidend en kan leiden tot elektrocutie. Elektrische branden worden geblust met CO₂ of speciaal schuim, niet met water.
Welke maatregel hoort NIET bij het principe van brand blussen?
A
Het wegnemen van warmte door afkoeling
B
Het afsluiten of verdringen van zuurstof
C
Het verwijderen of stoppen van de brandbare stof
D
Het verhogen van de temperatuur om verbranding te versnellen

Slide 29 - Quiz

Blussen betekent juist het onderbreken van de branddriehoek. Verhogen van de temperatuur vergroot het brandgevaar.
Er ontstaat brand in een lekkende leiding met propaan. Welk blusmiddel is in deze situatie het meest juist?
A
Water
B
Schuim
C
Bluspoeder of het afsluiten van de gastoevoer
D
Blusdeken

Slide 30 - Quiz

Propaan is een gasbrand (klasse C). Deze wordt geblust met bluspoeder (ABC of BC) of door de gastoevoer af te sluiten. Water en schuim zijn ongeschikt.
Handelen bij brand

“Weten hoe je moet handelen bij brand is minstens zo belangrijk als weten hoe je moet blussen. Je eigen veiligheid staat altijd voorop.”

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Wat is een beginnende brand?
Een beginnende brand is:

  • klein en overzichtelijk
  • nog zonder veel rook
  • zonder direct explosiegevaar
  • te bestrijden met een draagbaar blusmiddel

Slide 32 - Slide

“Twijfel je of het een beginnende brand is? Dan is het antwoord meestal: niet zelf blussen.”
Volgorde van handelen bij brand

  1. Meld de brand
  2. Waarschuw collega’s
  3. Sluit ramen en deuren
  4. Breng personen in veiligheid
  5. Blus de brand (alleen indien mogelijk)

Slide 33 - Slide

“Deze volgorde is belangrijk. Blussen komt altijd als laatste.”
Melden en waarschuwen

  • activeer brandalarm
  • bel 112 indien nodig
  • waarschuw mensen in de omgeving

Slide 34 - Slide

“Een snelle melding redt levens, ook als je zelf niet kunt blussen.”
Sluiten van deuren en ramen


  • beperkt zuurstoftoevoer

  • vertraagt rook- en branduitbreiding

Slide 35 - Slide

“Gesloten deuren kunnen het verschil maken tussen een kleine brand en een grote brand.”
Personen in veiligheid brengen

  • help anderen indien veilig
  • gebruik vluchtwegen
  • geen liften gebruiken
  • verzamelpunt opzoeken

Slide 36 - Slide

“Je helpt alleen anderen als dat je eigen veiligheid niet in gevaar brengt.”
Wanneer mag je blussen?
Je mag alleen blussen als:

  • het een beginnende brand is
  • je een vluchtroute achter je hebt
  • je het juiste blusmiddel hebt
  • er geen rookontwikkeling is

Slide 37 - Slide

“Altijd met je rug naar de vluchtroute staan.”
Wanneer mag je NIET blussen?
Niet blussen bij:

  • veel rook
  • explosiegevaar
  • elektrische installaties zonder geschikt blusmiddel
  • twijfel over eigen veiligheid

Slide 38 - Slide

“Weglopen is soms de beste en juiste keuze.”
Eigen veiligheid eerst


  • rook is vaak dodelijker dan vuur
  • verlies van zicht en oriëntatie
  • gevaar voor instorting of explosie

Slide 39 - Slide

“VCA zegt altijd: eerst jezelf, dan pas de brand.”

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar


“Als je een brand kunt blussen, hoef je deze niet te melden.”

Slide 41 - Slide

➡️ NIET WAAR ❌

Uitleg:
Melden is altijd verplicht, ook als de brand al geblust is.
Wat doe je als eerste bij een beginnende brand?
A
De brand blussen
B
Ramen openen
C
De brand melden en anderen waarschuwen
D
De brand filmen

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Je ontdekt een kleine brand in een prullenbak. Er is lichte rookontwikkeling, het brandalarm is nog niet afgegaan en er hangt een ABC-blusser aan de muur. Je staat dicht bij een vluchtroute.
A
Eerst de brand blussen, daarna collega’s waarschuwen
B
Eerst ramen openen, daarna blussen
C
Alleen blussen, omdat het om een kleine brand gaat
D
Eerst de brand melden en collega’s waarschuwen, daarna pas blussen als het veilig is

Slide 43 - Quiz

Ook bij een beginnende brand geldt altijd: eerst melden en waarschuwen. Pas daarna mag je blussen, en alleen als je eigen veiligheid niet in gevaar komt.
Check op Leerdoelen
-De leerling kent de begrippen: Branddriehoek, Ontstekingsenergie / ontstekingsbron, Vlampunt, Zelfontbrandingstemperatuur, LEL en UEL (Onderste en Bovenste explosiegrens), Brandklassen (A, B, C, D)

- De leerling kan de branddriehoek benoemen (brandbare stof, zuurstof, ontstekingsenergie) en uitleggen welke extra rol de mengverhouding speelt bij een explosie.

- De leerling kan het verschil uitleggen tussen vlampunt, zelfontbrandingstemperatuur, LEL en UEL, en aangeven waarom rook en verbrandingsgassen extra gevaarlijk zijn.

De leerling kan:

branden indelen in brandklassen (A, B, C, D)
het juiste blusmiddel kiezen
de juiste volgorde van handelen bij brand toepassen, met oog voor eigen veiligheid.

Slide 44 - Slide

This item has no instructions

Je krijgt het werkboekje C.03 uitgedeeld

2. Bekijk het plaatje, benoem 5 gevaarlijke situaties op de tekening. 
3. Lees de tekst door, schrijf de juiste uitleg erachter die op het achterste blaadje staan aangegeven. 
4.Lees de leesstrategie, vul door middel van de leesstrategie, de antwoorden in van de vijf vragen.
1. Tijd over?! maak opdracht 1

Slide 45 - Slide

This item has no instructions

Ga verder in je digitale leeromgeving VCA 
Onderdeel C.03 Brand en explosie
Luister naar de filmpjes, lees goed en maak de vragen!


Huiswerk volgende les:
C.03 afgerond, groene vink (70% juiste antwoorden)
Hier niet aan voldaan, terugkomen in eigen tijd!

Slide 46 - Slide

This item has no instructions