ej. 41 b, p. 45Let ook hier goed op het onderscheid formeel/ informeel.
Formeel herken je aan het gebruik van señor(a)(s), evt. met achternaam.
Informeel herken je aan voornamen.
ej. 41 c, p. 45
Let hier goed op het onderscheid bevestigend - ontkennend (no voor het ww)
ej. 41 d, p. 45Zet om van jij naar u, of van jullie naar u mv.
> Let op: háblanos = habla - nos
(vertel ons over mode)
ej. 41 e, p. 45
1. comprar, 2. venir, 3. probar (o-ue), 4. llevar 5. ir, 6. decir, 7. mirar,
8. oír, 9. contar (o-ue), 10. ir
ej. 42, p. 46
Gebruik evt. chatgpt en controleer de vorm.