Paso Adelante Capítulo 1

Paso Adelante Capítulo 1
1 / 47
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 47 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Paso Adelante Capítulo 1

Slide 1 - Slide

programma V4
onder voorbehoud
TW 1: Capítulo 1 + tekstbegrip
WK 48: mondeling reclameboodschap
TW 2: Luistervaardigheid
TW 3: Capítulo 2 + tekstbegrip
WK 19-20: mondeling Spaanstalig feest + rollenspel 
TW 4: Literatuur (el Quijote) + tekstbegrip

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Noteer in het Nederlands
> wanneer deze vakantie moest je denken aan Spanje of een ander Spaanstalig land?
> welke verwachtingen hebben jullie bij Spaans komend jaar?
welke onderdelen zijn lastig voor jou?

Slide 4 - Slide

VERANO 2026
1. ¿(Dónde) has visto  la final del mundial?
2. ¿(Dónde) has visto el eclipse?
3. ¿Has tenido problemas con los incendios forestales?
timer
1:00

Slide 5 - Slide

programa de hoy
START:
Beschrijf een moment dat je in de vakantie aan Spanje (of een ander Spaanstalig land) of het Spaans hebt gedacht.

REPASAR
Las vacaciones (PERFECTO)

Slide 6 - Slide

Ik ben geweest in ...

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Interview elkaar en schrijf de antwoorden uit:

1. ¿Dónde has estado?
2. ¿Qué has leído?
3. ¿Qué serie/ película has visto?
4. ¿Has visitado un museo?
5. ¿Qué has comprado?
6. ¿Has hecho o visto algo nuevo?
7. ¿Qué idiomas has hablado?
8. ¿Qué deportes has hecho?
- kies wie interviewer is en wie antwoord.
- De interviewer noteert de antwoorden (in de ik-vorm!)
timer
1:00

Slide 9 - Slide

Onderdeel A
Doel: kennismaken met het thema mode d.m.v. het kijken van een reportage van een Spaanse modeontwerpster in Nederland.
1. a waar/ niet waar
2. beantwoord in het Nederlands.
3. Beschrijf het proces van kleding ontwerpen in 7 stappen.

2. Beschrijf in 30 woorden wat mode voor jou betekent. Gebruik Lenguateca B op p. 23

Slide 10 - Slide

individueel:
Opdracht 3, p. 9 (2min)

klassikaal:
Opdracht 4a, p. 10
- kleding voor elk seizoen
- goedkope en dure merken
- hoe vaak koop je kleding
Opdracht 4b, p. 10 (5 min)
2x luisteren en juiste antwoord aankruisen 
in duo's:
Opdracht 5a, p.11 (5 min)
a. Lees de ayuda en vul de woorden in in de tekst (zie evt. woordenlijst op p. 52)
b. Vertaal naar het Nederlands.
Opdracht 6, p. 11 (5 min)
Voer een gesprekje met je buurtje over mode en jouw persoonlijke stijl


timer
1:00

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Opdracht 7a, p. 11-13 
1. Hiermee kun je laten zien wie je bent/ wilt zijn
2. a vooral voor jongeren.

individueel
Opdracht 7b. (10 minuten) 
Lees tekst 1 en beantwoord de meerkeuzevragen.

in duo's
Opdracht 8b, p. 13 (10 minuten)
vertaal de woorden eerst naar het Spaans en zet ze daarna op de juiste plek. Ze staan onderstreept in de tekst.

Tarea 9a, p. 14 (10 min)
Interview je buur en noteer in je boek. 
>>> Gebruik Lenguateca B op p. 23
timer
10:00

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide


Tarea 10b, p. 14 (5 min)
Zet de zinnen in de juiste volgorde.
Tarea 10c, p. 15 (5 min)
Kies a, b of c.
Tarea 11, p. 15 (10 min)
Lees de beschrijvingen en geef het juiste woord. Alle woorden komen uit tarea 10.

Tarea 12, p. 16 (10 min)
Schrijf een tekstje van 30 woorden 
over het duurste kledingstuk dat je ooit hebt gekocht.
De prijs, waar gekocht, hoe ziet het eruit? (hulp op p. 23)

Klaar?
Maak Tarea 7b en 8 af. 

Slide 16 - Slide

TB 13, p. 16 uitleg: waar kunnen de kleine elementjes komen?
> ¿Qué zapatillas te gustan más?
> Las de New Balance.
< ¿Quieres comprarlas?
> Sí, las quiero comprar.

Slide 17 - Slide

TB 13, uitleg: wat is de volgorde mw vw- lijd. vw?
> Voy a regalarte un jersey.
< ¿De verdad me vas a regalar uno?
< Sí, puedes elegir uno, y te lo compro.
> ¿Entonces, puedes comprarme 
el blanco?
< Claro, voy a comprártelo.
> ¡Muchas gracias!


Slide 18 - Slide

Wat doe ik met le/les + lo(s)/la(s)?

> Voy a comprar unos vaqueros para mi hermana.
< ¿Qué modelo?
> Los vaqueros a campana.
< Vale, ¿se los vas a comprar ahora mismo?
< Sí, voy a comprárselos hoy.

Slide 19 - Slide

Je hebt net een samenvatting gekregen van Gramática B op pp. 16 & 17. Lees het blok nog even zelf goed door voor je aan de opdrachten begint. 

Let op: herhaling van het persoonlijk voornaamwoord slaan we over!
Tarea 14, p. 17
Onderstreep de korte vormen van het lijdend vw met één kleur, en die van het meewerkend voorwerp met een andere kleur.
Een paar tips:
Voor gustar, encantar & parecer staat altijd een mw vw!
let op le(s) = mwv en lo(s)/la(s) = lvv
paga mensual = zakgeld

Slide 20 - Slide

ej. 14 b, p. 18
Vul aan met een lijdend voorwerp (lo/a(s))
ej. 14c, p. 18
Vul aan met een meewerkend vw
(me/te/le/nos/os/les/se)
ej. 14d, p. 18/19
onderstreep in iedere vraag het mv en lv.


ej. 14d, p. 18/19
Schrijf de zin kort:
1. me los puedes enseñar/ puedes enseñármelos


timer
15:00

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

GRAMÁTICA
juntos
14d, p. 18

LEER
individualmente
15a t/m f pp. 19/21



VOCABULARIO
en parejas
16, p. 22
timer
1:00

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

ej. 18, p. 23/24
Kies voor Carlos of Elizabeth en maak met behulp van Lenguateca B
een verhaaltje van vijf zinnen over deze persoon.

ej. 19, p. 25
Stel je klasgenoot vragen en vul het antwoord in.
Voor hulp: Lenguateca B 

Slide 25 - Slide

ej. 19, p. 25
maak af in dezelfde duo's als vrijdag.
Stel je klasgenoot vragen en vul het antwoord in. Voor hulp: Lenguateca B, p. 23

STAP 1             

STAP 2
STAP 1
Bedenk bij ieder onderdeel een correcte vraag.

STAP 2
Gebruik je vraag zoveel mogelijk in je antwoord
WEL JIJ-elementen veranderen in IK-elementen.
timer
1:00
timer
1:00

Slide 26 - Slide

¿Cómo es tu estilo de vestir?
¿En qué está inspirado tu estilo?
¿La ropa es muy importante para ti?
¿Cuánto dinero gastas en ropa?
¿Cuál es tu marca favorita?
¿Qué te gusta llevar?
¿Y qué no?
¿Cuál es la prenda de vestir más cara que has comprado?
¿Necesitas mucho tiempo para arreglarte por la mañana?

Slide 27 - Slide

¿Cómo es tu estilo de vestir?
¿En qué está inspirado tu estilo?
¿La ropa es muy importante para ti?
¿Cuánto dinero gastas en ropa?
¿Cuál es tu marca favorita?
¿Qué te gusta llevar?
¿Y qué no?
¿Cuál es la prenda de vestir más cara que has comprado?
¿Necesitas mucho tiempo para arreglarte por la mañana?
tu - mi
tu - mi
ti - mí
gastas - gasto
tu - mi
te - me

has - he

necesitas - necesito
te - me

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

LEER
20b, p. 27
20c, vraag 1 + 2, p. 27

VOCABULARIO
21, p. 27

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

ESCUCHAR
23a, p. 28: Je hoort vier radio-advertenties. Schrijf per advertentie op om welk bedrijf het gaat.

23b, p. 28-29: Maak de vier meerkeuzevragen.



VOCABULARIO
24, p. 29: Vul de woorden in (ze komen uit het luisterfragment)
Let op: cosas & pasado doen niet mee ;)

GRAMÁTICA C
26, p. 30
27, p. 30 & 31

timer
1:00

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

26, p. 30
Vertaal de zinnen naar het Nederlands.


GRAMÁTICA C, p. 30

27a, p. 30/31
Onderstreep de vormen van de futuro, zet in de infinitef en vertaal ze.

27b. onderstreep de correcte vorm van de futuro in de tekst.
27c. vul in met de juiste vorm van de futuro.
27d. Zet om van de tegenwoordige tijd naar de futuro.


timer
1:00

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

ej. 23a, p. 28: Je hoort vier radio-advertenties. Schrijf per advertentie op om welk bedrijf het gaat.

ej. 23b, p. 28-29: Maak de vier meerkeuzevragen.

ej. 24, p. 29: Vul de woorden in (ze komen uit het luisterfragment)
Let op:  cosas & pasado doen niet mee ;)

ej, 25, p. 29 (5 min in duo's)
Kies een product uit en maak er reclame voor (zie Lenguateca C op p. 35). In plaats van de daar genoemde producten, mag je ook uit deze producten kiezen:




Slide 38 - Slide

26, p. 30
Vertaal de zinnen naar het Nederlands.


Doornemen gramática C, p. 30

27a, p. 30/31
Onderstreep de vormen van de futuro, zet in de infinitef en vertaal ze.

27b. onderstreep de correcte vorm van de futuro in de tekst.
27c. vul in met de juiste vorm van de futuro.
27d. Zet de volgende zin om van de presente naar de futuro.
Let op: je hoeft alleen het werkwoord aan te passen!

28, p. 32: Schrijf nu vier zinnen over jouw toekomst in de futuro.

Slide 39 - Slide

> Nakijken ej. 27 pp. 30 & 31
> Opdracht "horóscopo"
> Bedenk nu zelf een horoscooptekstje voor je buurman voor morgen (20 woorden).


Doornemen Lenguateca C op p. 35
> In welke vijf zinnen zie je de "futuro"?

> Beschrijf een product naar keuze met behulp van Lenguateca C.

> Raad de producten van je klasgenoten. 




timer
5:00

Slide 40 - Slide

Gramática D
De gebiedende wijs!

ej. 40, p. 43
Kijk naar het schema op p. 43
> Waar ken je de jij-vorm van?
> Wat voor geks gebeurt er bij de u-vorm?
> Welke regel geldt er bij de vosotros vorm. Let op, deze vorm is ALTIJD REGELMATIG!
Bekijk nu  het blok gebiedende wijs ontkennend op p. 44

> Welk patroon zie je hier?



Slide 41 - Slide

ej. 41, p. 44
Lees de tekst en omcirkel de juiste vorm. Dit zijn modeadviezen.

Let op onderscheid jij/u
Let op onderscheid jullie/ u mv.

Kijk nu naar de plaatjes. Wat is in de mode, en wat juist niet?


Slide 42 - Slide

Bekijk Lenguateca C op p. 35 en Lenguateca D op p. 49


> Markeer uit beide blokken de zinnen met een gebiedende wijs. 

Wat gebeurt er nou precies met 
me, te, se, le, los, nos , os, les, las?
Luister naar het liedje van Camila Cabello en zoek naar:
Luister (oír)
Ga niet weg (irse)
Blijf bij me (quedarse)


Slide 43 - Slide

OPDRACHT MODEADVIES

Herschrijf nu deze tekst van 41a met dingen die jullie nu in de mode vinden of juist niet.
Je kan hetzelfde format gebruiken maar aanpassen aan de mode van nu, of gewoon aan je eigen smaak ;)
Je mag een woordenboek gebruiken.


Slide 44 - Slide

ej. 41 b, p. 45
Let ook hier goed op het onderscheid formeel/ informeel.
Formeel herken je aan het gebruik van señor(a)(s), evt. met achternaam.
Informeel herken je aan voornamen.

ej. 41 c, p. 45
Let hier goed op het onderscheid bevestigend - ontkennend (no voor het ww)
ej. 41 d, p. 45
Zet om van jij naar u, of van jullie naar u mv.
> Let op: háblanos = habla  - nos
(vertel ons over mode)
ej. 41 e, p. 45
1. comprar, 2. venir, 3. probar (o-ue), 4. llevar 5. ir, 6. decir, 7. mirar, 
8. oír, 9. contar (o-ue), 10. ir
ej. 42, p. 46
Gebruik evt. chatgpt en controleer de vorm.


timer
10:00

Slide 45 - Slide

ej. 41 c, p. 45
Let hier goed op het onderscheid bevestigend - ontkennend (no voor het ww)

ej. 41 d, p. 45
Zet om van jij naar u, of van jullie naar u mv.
> Let op: háblanos = habla - nos
(vertel ons over mode)
ej. 41 e, p. 45
1. comprar, 2. venir, 3. probar (o-ue), 4. llevar 5. ir, 6. decir, 7. mirar, 
8. oír, 9. contar (o-ue), 10. ir

ej. 42, p. 46
Gebruik evt. chatgpt en controleer of de vorm klopt.


timer
10:00

Slide 46 - Slide

Posteropdracht

Maak een poster waarop je een product naar keuze aanprijst.

Eisen:
> Gebruik minimaal 4x de gebiedende wijs bevestigend
Van die 4 vormen, minimaal 1 met een klein elementje erachter.

> Gebruik minimaal 4x de gebiedende wijs ontkennend (dus met no ervoor)
Van die 4 vormen, minimaal 1 met een klein elementje ervoor.


Slide 47 - Slide