This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 50 min
Report this lesson
Items in this lesson
Onderhandelen
Slide 1 - Slide
Marktvormen
Lees 'marktvormen en marktmacht'
Schrijf de vier marktvormen onder elkaar op. Schrijf de marktvormen op volgorde van veel macht naar weinig macht (voor de bedrijven)
timer
3:00
Slide 2 - Slide
Marktvormen
Monopolie
één aanbieder
Oligopolie
enkele aanbieders
Monopolistische concurrentie
Veel aanbieders maar unieke (mono) producten
Volkomen concurrentie
Veel aanbieders, homogeen product
Slide 3 - Slide
Onderhandelen
Lezen bladzijde 44 en 45
Schrijf de definities op
timer
4:00
Slide 4 - Slide
Voorbeeld
Leverancier berooft niet. Vraagt eerlijke prijs.<div>Prijs is € 200 en kostprijs ook. Dus € 200 - € 200 = 0</div>
Voor de klant is de keuken € 1.000 waard en betaalt € 200<div>Consumentensurplus dus € 1.000 - € 200 = € 800</div>
Slide 5 - Slide
Verklaar de overige getallen van de beslisboom
Slide 6 - Open question
Voorbeeld
Leverancier berooft niet. Vraagt eerlijke prijs.<div>Prijs is € 200 en kostprijs ook. Dus € 200 - € 200 = 0</div>
Voor de klant is de keuken € 1.000 waard en betaalt € 200<div>Consumentensurplus dus € 1.000 - € 200 = € 800</div>
De leverancier berooft. Vraagt € 1.000. Kostprijs is € 200<div>Dus € 800 winst</div>
De leverancier berooft. De klant wil maximaal € 1.000 betalen en betaalt dit ook. € 1.000 - € 1.000 = € 0
De klant wijst het aanbod af. Gaat naar andere schilder. Leverancier verdient niets extra's
Een ander doet het wel voor € 200. Dus consumentensurplus is<div>€ 1.000 - € 200 = € 800. Maar er gaan € 900 zoekkosten vanaf. Dus dan heb je - € 100</div>
Slide 7 - Slide
Zie voorbeeld Tennis Binnenbaan is betaald maar mooi weer. Wat doe jij
A
Binnenbaan
B
Buitenbaan
Slide 8 - Quiz
Waarom moet je verzonken kosten niet meenemen in je beslissing
Slide 9 - Open question
Bij hoge verzonken kosten wordt je:
A
Onafhankelijker, je kunt altijd 'uitstappen'
B
Afhankelijker van je zakenpartners, je loopt meer risico
Slide 10 - Quiz
Bij een beslissing om door te gaan met een project waarbij een specifieke investering is gedaan door een bedrijf, moet het bedrijf kijken naar de verzonken kosten en niet naar de toekomstige opbrengsten en kosten.
A
Waar
B
Niet waar
Slide 11 - Quiz
Voorbeeld van een voordeel als je hoge verzonken kosten hebt....
A
Je wordt als betrouwbaarder gezien door je zakenpartners
B
Zakenpartners minder vertrouwen in je
C
Verzonken kosten hebben geen voordeel
Slide 12 - Quiz
Innovaties kunnen verzonken kosten met zich mee brengen
A
Juist
B
Onjuist
Slide 13 - Quiz
Geef aan in welke geval(len) er sprake is van verzonken kosten.
A
Een opleiding tot Operator van een specialistische machine.
B
Aanschaf van een koelvrachtwagen.
C
Aanschaf van een bus.
D
Aanleg van een fietspad.
Slide 14 - Quiz
Wat zijn verzonken kosten?
A
Kosten die terug te draaien zijn.
B
Kosten die al gemaakt zijn en niet terug te draaien zijn.
C
Kosten die variabel zijn.
D
Kosten die nog gemaakt moeten worden.
Slide 15 - Quiz
Als er in een bedrijfstak weinig of geen verzonken kosten zijn, belemmert dat de toetreding van nieuwe aanbieders