Quiz groepjes

1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Groepjes maken
Je maakt 3 groepen!
3 groepen van 4

Je krijgt een minuut de tijd, anders maak ik de groepen.
timer
1:00

Slide 2 - Slide

Regels
- Luister goed naar de opdrachten (dus stil zijn).
- Overleg zachtjes, zodat de andere groepjes je niet horen.
- 1x valsspelen is minpunten, 2x valsspelen is diskwalificatie.
- Schrijf je antwoorden duidelijk op.

Slide 3 - Slide

Vraag 1
Luister naar het liedje. 
Wat is de titel van dit liedje?

1 punt

Slide 4 - Slide

Vraag 2
Spel de woorden die ik zo voorlees.
Ieder teamlid krijgt een ander woord!

1 punt per goed gespeld woord.

Slide 5 - Slide

Vraag 3
Maak binnen 1 minuut zoveel mogelijk woorden met het woord 'pasen'.
Voorbeeld (mag je niet gebruiken): paaslunch
Elk goed woord is een punt waard!
timer
1:00

Slide 6 - Slide

Vraag 4
Luister naar het liedje.
Wat is de titel van dit liedje?

1 punt

Slide 7 - Slide

Vraag 5
Teamspel!
Elk team krijgt om de beurt een woord dat ze samen moeten spellen. Om en om noemen de teamleden een letter van het te spellen woord. Heb je het woord goed? 2 punten!

Slide 8 - Slide

Vraag 6
Luister naar het liedje.
Wat is de titel van dit liedje?

1 punt

Slide 9 - Slide

Vraag 7
Schrijf zoveel mogelijk dingen op die je eet tijdens de paasbrunch.
De jury (ik) bepaalt of je antwoord goed is. 
Elk goed (logisch) antwoord is een punt waard.
timer
1:00

Slide 10 - Slide

Vraag 8
We kijken heel erg uit naar de vakantie!
Schrijf zoveel mogelijk landen op uit de top-15 vakantiebestemmingen van Nederlanders!
Elke goed land is een punt waard.
timer
1:00

Slide 11 - Slide

Vraag 9
Schrijf in 1 minuut zoveel mogelijk zelfstandige naamwoorden op.

Elk goed zelfstandig naamwoord is een punt.
timer
1:00

Slide 12 - Slide

Vraag 10
Laatste opdracht!
We doen weer een spellingsronde!
Overleg samen hoe je de voorgelezen woorden spelt.
Elk goed gespeld woord is een punt.

Slide 13 - Slide

De uitslag!
Jullie zetten het lokaal weer netjes, terwijl ik de punten tel.

Slide 14 - Slide