Basisstof 1 Organismen b/k/m/h/v

Organismen

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Organismen

De les opent vanuit een herkenbare vraag: hoe weet je of iets echt leeft? Koppel de titel aan voorbeelden uit de klas, zoals een plant, een steen en een houten tafel.

Lesdoel

Ik kan uitleggen wat een organisme is, de zeven levenskenmerken noemen en onderscheiden of iets levend, dood of levenloos is.

This item has no instructions

Wat is een organisme?

  • Een organisme is een levend wezen

  • Voorbeelden: mens, hond, boom, paddenstoel, bacterie

  • Een organisme laat levenskenmerken zien

Benadruk dat een organisme niet alleen een dier of mens is. Ook planten, schimmels en bacteriën zijn organismen.

Hoe herken je leven?

Biologen kijken naar levenskenmerken. Als iets deze kenmerken laat zien, hoort het bij het leven. Met die kenmerken kun je bepalen of iets een organisme is.

Dit is de overgang naar de volgende reeks slides. Leg uit dat één los kenmerk soms niet genoeg lijkt, maar dat organismen als groep levenskenmerken hebben.

De zeven levenskenmerken

  1. Groeien

  2. Bewegen

  3. Voortplanten

  4. Waarnemen ( reageren op prikkels)

  5. Voeden

  6. Ademen

  7. Uitscheiden

In sommige methodes worden uitscheiden en bewegen apart genoemd. Hier volg je precies de set die bij deze les hoort.

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

Niet alles is een organisme

  • Een steen groeit niet en plant zich niet voort

  • Water ademt niet en reageert niet zoals een organisme

  • Een auto kan bewegen, maar leeft niet

  • Bewegen alleen betekent dus niet dat iets leeft

Veel leerlingen denken dat bewegen het belangrijkste kenmerk is. Gebruik dit als misvatting: een plant leeft ook, ook al loopt die niet rond.

Gebruik deze slide als samenvattend beslisschema. Laat zien dat leerlingen steeds naar levenskenmerken én voorgeschiedenis kijken.

This item has no instructions

This item has no instructions

Het verschil met levenloos is de voorgeschiedenis: dood heeft geleefd, levenloos niet.

Begrippen

organisme - een levend wezen

levenskenmerken - kenmerken waaraan je leven herkent

groeien - groter of zwaarder worden

ontwikkelen - veranderen tijdens het leven

voortplanten - nakomelingen krijgen

waarnemen - prikkels opmerken

voeden - stoffen opnemen voor energie en bouwstoffen

This item has no instructions

This item has no instructions

Iets wat geen levenskenmerken meer heeft noemen we?

This item has no instructions

Iets wat nooit levenskenmerken heeft gehad noemen we?

This item has no instructions

Iets wat levenskenmerken heeft noemen we?

This item has no instructions

Noem 3 levenskenmerken.

This item has no instructions