Het was een grote woning met koude ramen en een heleboel trappen.
Slide 5 - Mind map
Dit is het verhaal van Laszlo.
______________________________
A
onderwerp
B
wwg
C
lv
D
NWD
Slide 6 - Quiz
______________
timer
1:00
NWG<div>pv + NWD</div>
Laszlo was bang voor het donker.
Slide 7 - Mind map
___________________________
_________
timer
1:00
bepaling plaats <div>Waar? </div>
Het donker woonde in hetzelfde huis als Laszlo.
Slide 8 - Mind map
2
Bespreek per 2 welk zinsdeel het is. Leg ook uit aan elkaar waarom je dit denkt.
Slide 9 - Slide
Welk soort gezegde staat in de zin?
timer
1:00
<div>WWG</div>
Soms verstopte het donker zich in de kast.
Slide 10 - Mind map
Benoem het gezegde in de zin.
timer
1:00
verstopte + zich<div>pv + wed. vnw. </div>
Soms verstopte het donker zich in de kast.
Slide 11 - Mind map
timer
1:00
Welk soort gezegde staat in de zin?
NWG
Het bleef stil in de kast.
Slide 12 - Mind map
timer
1:00
Benoem het gezegde in de zin.
bleef + stil<div>pv + NWD </div>
Het bleef stil in de kast.
Slide 13 - Mind map
timer
1:30
Benoem alle bepalingen in de zin.
elke morgen > frequentie<div>even > tijd </div><div>naar het donker kijken > richting </div>
Elke morgen kwam Laszlo even naar het donker kijken.
Slide 14 - Mind map
1.
Los zelfstandig de oefeningen op.
Slide 15 - Slide
Hoeveel bepalingen staan in deze zin? Soms zat het achter het gordijn van de douche.
A
1
B
2
C
3
Slide 16 - Quiz
Welk soort gezegde staat er in deze zin?
timer
1:00
WWG
Meestal hield het zich schuil in de kelder.
Slide 17 - Mind map
Benoem het gezegde.
timer
1:00
hield + zich + schuil<div>pv + wed. vnw. + ADPV</div>
Meestal hield het zich schuil in de kelder.
Slide 18 - Mind map
Ontleed volgende zinnen op papier.
Ik wil je iets laten zien.
Het grootste raam van Laszlo’s huis was in de woonkamer. Jij bent misschien bang (voor het donker). Het donker zei niets terug. Het donker bleef bij Laszlo in huis wonen.