Rekentaal
1F
Ik weet dat rekenen een eigen taal heeft.
Rekentaal
1F
Ik weet dat rekenen een eigen taal heeft.
Rekentaal
Welke woorden hebben te maken met + ?
Welke woorden hebben te maken met - ?
Welke woorden hebben te maken met : ?
Rekentaal over hoeveel
veel - weinig - een beetje
meer - minder
alle(maal) - geen
evenveel
extra
Rekentaal bij vergelijken
veel - meer - meest weinig - minder - minst
lang - langer - langst
kort - korter - kortst
groot - groter - grootst
klein - kleiner - kleinst
vol - voller - volst
leeg - leger - leegst
Plaatsbepaling
(voorzetsels)
boven - onder
hoog - laag
links - midden of centrum - rechts
onder - op
achter - voor
eerder - later, voor - na, gisteren - vandaag
Welk seizoen is het nu?
Lente
Zomer
Herfst
Winter
Seizoenen
winter: 21 december-januari-februari
lente: 21 maart-april-mei
zomer: 21 juli-augustus- september
herfst: 21 oktober-november- december.
Wat kun je met een gemiddelde uitrekenen?
Wat is de gemiddelde wandelsnelheid van een mens?
2 km/uur
10 km/uur
5 km/uur
15 km/uur
Denk goed na over de volgende vraag...
Wat vind jij lastige rekentaal?
Wat weet je nog..... Een liggende lijn is....
Een verticale lijn
Een horizontale lijn
Wat voor soort weegschaal is dit? Kies 2 (!!!!) antwoorden.
keukenweegschaal
digitale weegschaal
personenweegschaal
analoge weegschaal
Hoe zwaar is de persoon die op deze weegschaal staat?
71 kg
76 kg
74 kg
80 kg
De huiskamer van meneer Buis heeft een oppervlakte van 64 vierkante meter. De kamer is 8 meter lang. Hoe breed is de kamer?
7 meter
8 meter
3 meter
2 meter
Hebben we het lesdoel bereikt?
Ik weet dat rekenen een eigen taal heeft.
Welke woorden hebben te maken met x ?
Bij een ijskraam worden ijsjes van 1,50 euro verkocht. Meester Valentijn koopt voor 20 kinderen een ijsje. Hoeveel euro moet hij betalen?
euro
Mijnheer de Visser heeft 1 miljoen euro op zijn bankrekening. Hij geeft 9000 euro weg aan zijn kinderen. Hoeveel euro staat er nog op zijn rekening?
euro
Joey heeft 5701 postzegels. Hij geeft er 3 aan zijn vriendje. Hoeveel heeft hij er nog over?
postzegels
Mijnheer de Bruin koopt 16 pakken koek. In ieder pak zitten 14 koeken. Hoeveel koeken heeft hij gekocht?
koeken
Kevin heeft 20 snoepjes mee naar school. Voor schooltijd heeft hij er al 2 op. Hoeveel procent heeft hij dan al op?
%
Op de Regenboog zitten 150 kinderen. 3/10 van die kinderen zit op zwemles. Hoeveel kinderen zijn dat?
kinderen
Milan maakt een fietsreis van 1421 kilometer. Per dag fietst hij 49 kilometer. Hoeveel dagen moet hij fietsen?
dagen
Wat gaan we doen?
Doel = oefenen van rekentaal.
Je mag een rekenmachine gebruiken
Ik kan helpen met sommen goed lezen.
Wat is geen 75%?
driekwart
3/4
0,75ste deel
25/100