Woorden bouwen: Afleidingen en grondwoorden

Woorden bouwen: Afleidingen en grondwoorden

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFransLager onderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 15 min
Report this lesson

Items in this lesson

Woorden bouwen: Afleidingen en grondwoorden

Wat weet je al over het maken van afleidingen van woorden?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je afleidingen herkennen en maken met behulp van voorvoegsels, grondwoorden en achtervoegsels.

Wat is een afleiding?

Een afleiding is een woord dat ontstaat door een stukje voor of achter het grondwoord toe te voegen.

Achtervoegsel: wat betekent dat?

Een achtervoegsel is een stukje dat achter het grondwoord wordt geplaatst, zoals '-loos' in 'werkloos'.

Voorvoegsel: wat is dat?

Een voorvoegsel is een stukje dat vóór het grondwoord komt, zoals 'on-' in 'oneerlijk'.

Voorbeelden van afleidingen

oneerlijk, gevallen, beroven, vergieten, verdrietig

werkloos, langzaam, zilveren

Met voorvoegsel

Met achtervoegsel

Grondwoorden herkennen

Het grondwoord is het basiswoord waaraan voor- of achtervoegsels worden toegevoegd.

Oefenen: herken het grondwoord

Bekijk het woord en zoek het grondwoord. Bijvoorbeeld: 'oneerlijk' → grondwoord: 'eerlijk'.

Zelf afleidingen maken

Neem woorden als 'reis' of 'stam' en maak er afleidingen van door een voor- of achtervoegsel toe te voegen.

Afleidingen in de praktijk

In teksten zie je vaak afleidingen, zoals 'ziek' → 'ziekelijk', of 'vuil' → 'vuilnis'.

Dictéewoordjes en hun stam

pa, muis, bruin, vlees, twee, tien

Grondwoord

Woord

pa, muis, bruin, vlees, tweede, tien

Reflectie: maak je eigen afleiding

Kies een grondwoord en bedenk er zelf een afleiding bij. Welke voor- of achtervoegsel past erbij?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.