H4 schrijven + start H4 woordenschat

2C - donderdag 

Welkom!
Nodig: boek + schrift
Chromebooks niet nodig. 

Leerlingen online: Pak H4 schrijven blz. 96 erbij en werk in je schrift.  
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 25 slides, with text slides.

Items in this lesson

2C - donderdag 

Welkom!
Nodig: boek + schrift
Chromebooks niet nodig. 

Leerlingen online: Pak H4 schrijven blz. 96 erbij en werk in je schrift.  

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vandaag ga je ... 

Herhalen wat een feit, mening en standpunt is. 
Jouw mening opschrijven én argumenten geven.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Planning
1. Opening ~5 min 
2. 10 minuten lezen ~10 min 
3. Online instructie ~10 min 
4. Zelfstandig aan het werk ~10 min
5. Bespreken ~5 min 

Let op: morgen weer 10 minuten lezen! 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Lezen --> leesboek / fragment Classroom
timer
10:00

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Feit, mening en argument

Slide 5 - Slide

Leerlingen laten noteren:
- feit = Uitspraak over iets wat waar of onwaar is. Een feit kun je controleren. 
- mening/standpunt = uitspraak over wat iemand vindt van iets of hoe iemand ergens over denkt. 
- argument = je legt je mening uit. Je herkent een argument aan deze woorden: want, omdat, namelijk en immers 
Noteer je mening + argument


1. De scholen moeten weer helemaal sluiten. 
timer
2:00

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Noteer je mening + argument


2. Accounts van influencers die fake news verspreiden moeten tijdelijk gedeactiveerd worden.
timer
2:00

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
WAT: H4 schrijven blz.96 opdracht 1, 2 en 3 

HOE: In je schrift. Geen schrift --> pak een blaadje 

HULP: Lees het groene stukje in je boek, vraag een klasgenoot

KLAAR: Classroom --> linkjes oefeningen 5 maart
timer
10:00

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Bespreken

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Tijd over: 
Ga naar de Classroom en klik op 'vrijdag 5 maart linkjes oefeningen' 

OF zoek een leesboek uit. Bieb = open!! 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

2C - vrijdag 

Welkom!
Nodig: leesboek//Classroom + boek + schrift
Chromebooks dicht.

Leerlingen online: Pak H4 schrijven blz. 96 erbij en daarna H4 woordenschat. 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Vandaag ga je ... 
H4 schrijven afsluiten 



beginnen met H4 woordenschat

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Planning
1. Opening ~5 min 
2. 10 minuten lezen ~10 min 
3. H4 schrijven afsluiten en online instructie H4 woordenschat ~10 min 
4. Zelfstandig aan het werk ~10 min
5. Bespreken ~5 min 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

LEZEN
Classroom --> helemaal bovenaan 
of in je leesboek

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

1. Waarom zou je wel/niet een sieraad van deze stichting willen kopen? In de tekst staan argumenten.

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Woordenschat
H4 woordenschat blz.102
Voor - en achtervoegsels

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Belangrijke begrippen
Schrijf op: 
  • Voorvoegsel
  • Achtervoegsel
  • Grondwoorden (of: kernwoorden)

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

voorvoegsel + grondwoord + achtervoegsel
            ont       +     vlam     +    baar 
              ge       +     berg     +    te 

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Voorvoegsel (1)
- een stukje voor het woord
- daardoor verandert het woord van betekenis
- kan je helpen om de betekenis van een woord te vinden 

Bijvoorbeeld: 
on (=voorvoegsel) + rustig = onrustig
on betekent = niet 

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Voorvoegsel (2)

Bijvoorbeeld:

her (= voorvoegsel) + gebruiken = hergebruiken    her = opnieuw

mis + dragen = misdragen    mis = verkeerd, fout 

non + fictie = nonfictie    non = niet, zonder 

ex + vriend = exvriend    ex = niet meer 

on + zeker = onzeker     on = niet 

Een (kern)woord met een voorvoegsel noemen we een afleiding.

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Achtervoegsels (1)
Er zijn veel woorden die eindigen op -heid, -lijk, -ing, -ig, -er, -erd, -aar, -aard, -baar, -rik of -isch

Deze korte stukjes zijn achtervoegsels,
je schrijft ze altijd op dezelfde manier. 

Vrolijk

Slide 21 - Slide

achtervoegsels zet je altijd achter een woord, zoals het woord zelf al aangeeft: achtervoegsels. Het gaat dus om het laatste deel van een woord.

Achtervoegsels
Achtervoegsels zijn vaste stukjes aan het eind van een woord. 
Achtervoegsels zeggen iets over het woord waar ze achter staan. 

Vervangbaar, blijheid, kinderlijk

-baar: zegt wat je ermee kunt doen.
-heid: zegt iets over hoe iemand of iets is.
-lijk: zegt wat van of voor iemand of iets is.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Voorbeelden van achtervoegsels:
-je, -tje, -pje, -kje : autootje, zomerkoninkje
-loos :geluidloos, achteloos
-ig : prachtig, doorzichtig
-achtig : zoethoutachtig, geelachtig
-schap : vriendschap, draagmoederschap
-heid : schoonheid, traagheid
-lijk : koninklijk, hoofdzakelijk

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

grondwoord (of: kernwoord)
Een grondwoord is een woord waarbij je een voorvoegsel en achtervoegsel kunt schrijven.

ongebruik(e)lijk

Door te kijken naar een grondwoord, voorvoegsel en achtervoegsel kun je de betekenis van een woord achterhalen.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
WAT: H4 woordenschat opdracht 1 + 2 

HOE: schrift / Studiewijzerplus 

Opdracht 1: weet je de betekenis niet? Zoek het op! 

Klaar? Nakijken! 
timer
10:00

Slide 25 - Slide

This item has no instructions