VCA hoofdstuk 8 gevaarlijke stoffen

VCA hoofdstuk 8 gevaarlijke stoffen
1 / 37
next
Slide 1: Slide
BouwtechniekPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

VCA hoofdstuk 8 gevaarlijke stoffen

Slide 1 - Slide

Ik kan:
gevaarlijke stoffen herkennen 

weten wat ze doen 

mezelf beschermen 

veilig werken 

 

Slide 2 - Slide

Wat zijn gevaarlijke stoffen?
Stoffen die schadelijk zijn voor mens of milieu.
Kun je voorbeelden geven van gevaarlijke stoffen? 

Slide 3 - Slide

Wat weet jij van zuurstof?

Slide 4 - Mind map

Zuurstof
Zuurstofconcentratie 21 %
Minimale concentratie waarbij gewerkt mag worden 19%
Lager? suf, bewusteloos  of dood
Hoger? Brand of explosie gevaar!

Slide 5 - Slide

Hoeveel zuurstof zit er normaal gesproken in de lucht?
A
18 %
B
19 %
C
20 %
D
21 %

Slide 6 - Quiz

Wat is de MINIMALE concentratie van zuurstof waarbij nog gewerkt mag worden?
A
18%
B
19%
C
20%
D
21%

Slide 7 - Quiz

Wat kan er gebeuren als er minder dan 19% zuurstof in de lucht zit?

Slide 8 - Open question

Oorzaken van te weinig zuurstof

1. weinig ventilatie
2. corrosie
3. Biologische reacties
4. Dampen en gassen

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Link

Wat kun je doen?
Meten is weten!!!

Mechanisch beluchten
(dat heet ventileren)

En wat als dat niet kan?
Dat zie je op de volgende dia

Slide 11 - Slide

Onafhankelijke adembescherming
Dus zuurstofflessen op je rug.

Net zoals duikers.
Of brandweermannen

Slide 12 - Slide

Te veel zuurstof in de lucht is ook gevaarlijk! Waarom?

Slide 13 - Open question

Maar hoe kan dat nou?
Lekkende zuurstofflessen of lekkende zuurstofslangen.

Slide 14 - Slide

En hoe voorkom ik dat?
Slangbreukbeveiliging (hierna een plaatje
Geen zuurstofflessen in besloten ruimte
Controleer of er geen lekkende zuurstofflessen zijn
Nooit ventileren met zuivere zuurstof

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

werken met gevaarlijke stoffen
Bescherm je tegen de gevaren
neem voorzorgsmaatregelen
dan minder kans op ongelukken
PREVENTIE

Slide 17 - Slide

Ga naar 8.2 en 8.3
Uitleg met het boek over 8.2 over de indeling en gevaren van gevaarlijke stoffen in 2 groepen

Slide 18 - Slide

Gevarenpictogrammen
Giftige stoffen
Ontplofbare stoffen
Gevaar milieu
Ontvlambare stoffen

Slide 19 - Drag question

Waarschuwingsborden met betrekking tot gevaarlijke stoffen:
ontvlambaar
bijtend
radioactief
schadelijk of irriterend
giftig en asbest
explosieve stof

Slide 20 - Drag question

Gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in verschillende categorieën. Ze zijn herkenbaar aan het symbool op het etiket van de verpakking.
bijtende of corrosieve stoffen
zeer licht en licht ontvlambare stoffen
valbeveiliging verplicht
milieugevaarlijke stoffen
giftige en zeer giftige stoffen
oxiderende of brandbevorderende stoffen

Slide 21 - Drag question

Gevaarlijke stoffen zijn ingedeeld in verschillende categorieën. Ze zijn herkenbaar aan het symbool op het etiket van de verpakking.
gassen onder druk
explosieve of ontplofbare stoffen
gezondheidsgevaar op lange termijn
asbest

Slide 22 - Drag question

Welke maatregel kan aan de bron genomen worden om blootstelling aan gevaarlijke stoffen te voorkomen?
A
De werknemers opleiden of trainen.
B
Grondstoffen in tabletvorm gebruiken in plaats van in poedervorm.
C
Het laten dragen van PBM's.

Slide 23 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
Biologisch gevaar.
B
Gevaar voor laserstraal.
C
Gevaar voor radio-actieve stoffen.

Slide 24 - Quiz

Gevaarlijke stoffen worden in categorieën ingedeeld. Welke categorieën zijn dat onder andere?
A
Brandbaar - bijtend - onschuldig.
B
Explosief - licht/ zeer licht ontvlambaar - schadelijk
C
Schadelijk - kankerverwekkend - verstikkend.

Slide 25 - Quiz

Tot welke categorie gevaarlijke stoffen behoren zink, lood en kwik?
A
oxiderende stoffen
B
zware metalen
C
cyclische verbindingen
D
organische oplosmiddelen

Slide 26 - Quiz

Waarvoor waarschuwt dit pictogram?
A
licht ontvlambare stoffen
B
biologische gevaarlijke stoffen
C
milieugevaarlijke stoffen
D
oxiderende stoffen

Slide 27 - Quiz

Op welke manier dringen gevaarlijke stoffen door je huid in je lichaam?
A
via een wondje door de huid heen
B
door in ademing
C
via vieze handen op het eten
D
door je mond

Slide 28 - Quiz

Wat kun je doen om lekken van gevaarlijke stoffen te voorkomen?
A
geen gevaarlijke stoffen opslaan
B
niets, omdat je lekken niet kunt voorkomen
C
opslaginstallaties goed onderhouden

Slide 29 - Quiz

Specifieke gevaarlijke stoffen
Organische oplosmiddelen (via inademen)Hoofdpijn, aantasten hersenen
Cyclische verbindingen (Benzeen) Giftig, soms kankerverwekkend
Zware metalen (lood, kwik)Zeer giftig, explosiegevaar
Koolstofmonoxide Zeer giftig, explosie gevaar
Verven en lakken hoofdpijn, aantasting hersenen
Cement en kwartstof irriterend ademhalingswegen, stoflongen, oogletsel brandwonden
En sommige huishoudmiddelen

Slide 30 - Slide

Lekken oorzaken
onderhoud, montage, procedures, beschadiging

Slide 31 - Slide

Preventie
  • controleren
  • repareren alleen door opgeleid personeel
  • Elk begin van lekken melden
  • Grote lekbakken onder tanks
  • lekken laten repareren door vakman
  • Gelekte stoffen laten verwijderen door vakman

Slide 32 - Slide

Biologische stoffen en gascilinders
8.8 en 8.9 in je boek

Slide 33 - Slide

Harry werkt in een fabriek met gevaarlijke stoffen. Hij heeft voldoende PBM's om zich te beschermen en heeft ook een persoonlijke gasmeter. Opeens ziet hij bij een opslagvat, een groene damp vrijkomen. Wat moet hij doen?
A
Hij houdt afstand en waarschuwt zijn direct leidinggevende.
B
Hij blijft gewoon werken, zijn PBM's en persoonlijke gasmeter beschermen hem voldoende.
C
Hij gaat direct kijken wat er aan de hand is en neemt als voorzorg een brandblusser mee.

Slide 34 - Quiz

Belangrijk!!
Het is dus belangrijk om te weten wanneer je werkt met gevaarlijke stoffen en welke persoonlijke beschermingsmiddelen en kleding je moet gebruiken om veilig te kunnen werken. 

Slide 35 - Slide

Grenswaarden
Grenswaarden:
Niet iedere gevraalijke stof is meteen gevaarlijk! 
Grenswaarde mg/m3= milligram per kubieke meter

Gelden alleen voor:
* normale/gezonde personen
* normale werdag
* Normale werkweek
* normale werkomstandigheden
* normale fysieke inspanning

Slide 36 - Slide

Controlevragen hoofdstuk 8
Maken in tweetallen

Slide 37 - Slide