§48, 49, 50: Het symbolisme, A. Roland Holst, neoromantiek

Het personages Windekind uit De kleine Johannes staat voor:
A
Kinderlijke fantasie
B
Kinderlijke weetgierigheid
C
Beginnende seksualiteit, puberteit
D
Grotemensenwereld, harde wetenschap
1 / 15
next
Slide 1: Quiz
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Het personages Windekind uit De kleine Johannes staat voor:
A
Kinderlijke fantasie
B
Kinderlijke weetgierigheid
C
Beginnende seksualiteit, puberteit
D
Grotemensenwereld, harde wetenschap

Slide 1 - Quiz

Couperus schreef verschillende soorten romans. Welke roman is lastig te plaatsen binnen één categorie?
A
De stille kracht
B
Eline Vere
C
Noodlot
D
Psyche

Slide 2 - Quiz

Is het impressionisme, op het gebied van literatuur, een stroming op het gebied van inhoud of op schrijfstijl?
A
Inhoud
B
Schrijfstijl

Slide 3 - Quiz

Het leven wordt volgens een naturalist gevormd door drie factoren.
1 = erfelijke aanleg, 2 = milieu, 3 = ...

Slide 4 - Open question

Het tijdschrift dat bij de Tachtigers hoorde heette De .....:

Slide 5 - Open question

§48: Het symbolisme
Let op: van deze paragraaf hoef je het gedeelte Jugendstil en Art Nouveau niet te kennen!

                                                                                      

Slide 6 - Slide

Symbolisme
  • --> Reactie op het impressionisme en het naturalisme
  • De wereld boven of achter de alledaagse werkelijkheid onthullen
  • kan alleen worden uitgedrukt d.m.v. een symbolische taal die iets oproept uit de andere werkelijkheid.
  • Zowel algemene symbolen als individuele symbolen
  • Sommigen gingen verder dan ontdekken van de hogere realiteit en gaan deze ‘scheppen’

1

Slide 7 - Slide

§49: A. Roland Holst
  • Symbolist
  • De mythe van Roland Holst
    (Elysium: 'eiland der gelukzaligen')


  • Verheven opvatting over dichterschap, dichter is uitverkoren om het lied te horen.
  • Plechtige taal, archaïsch taalgebruik

1

Slide 8 - Slide

WB 49.2
  • (a) Alliteraties? (b) Enjambement? (g) Rijmschema? (h) Assonerend? (i) Dubbel eindrijm?
  • Cliché?
  • Vergelijking?
  • "de laatste droom"?
  • Wind?
  • Stijlfiguur in strofe 3?
  • Het karakter van de hoofdpersoon wordt weerspiegeld in de natuur. Hoe?
Blz. 120
Blz. 37 WB

Slide 9 - Slide

§70: De neoromantiek

Slide 10 - Slide

Stroming #3 voor je ME





# 1: Impressionisme
#2: Naturalisme        

Slide 11 - Slide

De neoromantiek
  • Reactie op impressionisme en naturalisme
  • Fantasie, wonderlijk en het lieflijke keren terug
  • Nadruk op het noodlot blijft, maar het is iets bovennatuurlijks / geheimzinnigs 
  • Spelen zich af in het verleden en exotische streken
  • Romantische verlangens (dood, verval, zwerflust, eenzaamheid, verzet tegen de maatschappij)

1

Slide 12 - Slide

Arthur van Schendel (1874-1946)
  • Neoromantiek





Een zwerver verliefd (1904)

Het fregatschip Johanna Maria (1930)
De wereld een dansfeest (1938)
2

Slide 13 - Slide

Een zwerver verliefd
Stroming
Neoromantiek (zwerven, Middeleeuwen, Italië)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Een_zwerver_verliefd

Slide 14 - Slide

Aan de slag!
Eerder klaar? Ga lezen in een leesboek voor je ME

Slide 15 - Slide