Nakijken Sp. H1: 1, uitleg Spelling 1.7, leesles

- Uitleg Spelling H1: 1.7

- Werken aan weektaak + leesles

1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3

This lesson contains 14 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

- Uitleg Spelling H1: 1.7

- Werken aan weektaak + leesles

Slide 1 - Slide

Lesdoelen

Spelling:

Je beheerst de werkwoordspelling van de Nederlandse taal. 

Je kunt meerdere gezegdes in een zin vervoegen.


Fictie:

Je start met het lezen van je eerste boek voor Nederlands in klas 3 vmbo-gt.



Slide 2 - Slide

Huiswerkplanning

Dinsdag 15 september

- Nakijken Spelling H1: opdracht 1

- Maken spelling H1 opdracht 2, 3, 5 en 6

Woensdag 16 september:

- Extra uitleg werkwoordspelling

- Oefenen methodesite

- Oefendictee opdr. 1

Vrijdag 18 september:

- Over taal H1: 1 (in de les + nakijken)

- Oefen-s.o. werkwoordspelling

- Leesles

Dinsdag 22 september:

- S.o. Spelling H1 (werkwoordspelling + dictee)

- Leesboek meenemen



Slide 3 - Slide

Nakijken Spelling H1: opdracht 1
  • 1 fout – onderwerp = de studente en haar vriendin = meervoud, dus: studeren.
  • 2 fout – ingelevert = voltooid deelwoord, de laatste letter van de stam r zit niet in ’t kofschip, dus: ingeleverd.
  • 3 goed – geveld = voltooid deelwoord, de laatste letter van de stam l zit niet in ’t kofschip, dus: geveld.
  • 4 goed – bakte = persoonsvorm verleden tijd, de laatste letter van de stam k zit in ’t kofschip, de vrouw = enkelvoud, dus: bakte.
  • 5 fout – regend = persoonsvorm tegenwoordige tijd, hij/zij/het = enkelvoud, dus stam+t: regent.

Slide 4 - Slide

Nakijken Spelling H1: opdracht 1
  • 6 goed – groeiden = persoonsvorm verleden tijd, achter een klinker als laatste letter van de stam volgt +de(n), blaadjes = meervoud, dus: groeiden.
  • 7 fout – bekent = voltooid deelwoord, de laatste letter van de stam n zit niet in ’t kofschip dus: bekend.
  • 8 goed – verpotte = persoonsvorm verleden tijd, de laatste letter van de stam t zit in ’t kofschip, tuinman = enkelvoud, dus: verpotte.
  • 9 goed – je = onderwerp en staat achter de persoonsvorm, dus schrijf je de ik-vorm, dus: Schuif.

Slide 5 - Slide

Welke werkwoorden heeft de volgende zin?
Mijn zusje heeft de tafel geschuurd en ik mag hem lakken.

Slide 6 - Open question

Uitleg 1.7

Spelling bij zinnen met twee gezegdes

Mijn zusje heeft de tafel geschuurd | en | ik mag hem lakken.

                       pv                                  vdw                        pv                 inf



Slide 7 - Slide

Uitleg 1.7

Spelling bij zinnen met twee gezegdes

Twee glazen zijn kapot gegaan tijdens de afwas |maar | het 

                            pv                     vdw 

mooie kommetje is gelukkig nog heel.

                                     pv

Slide 8 - Slide

Waarom moeten we dit weten?

- Als je werkwoorden moet vervoegen, is het belangrijk dat je weet of je werkwoord een pv, vdw of inf is.

- Je kunt dus zinnen hebben met twee persoonsvormen.

Slide 9 - Slide

Opdracht 5 - blz. 29


1 De lampen werden .... (dimmen), toen de film in de grote zaal ..... (beginnen).

- soort werkwoord:  ...............

- antwoord: ...........

8 De hippe tent .... (serveren) alleen groenten die  zijn ... (stomen).

- soort werkwoord:  ...............

- antwoord: ...........

Slide 10 - Slide

En nu?
- Werk verder aan je weektaak
(Spelling H1: 2, 3, 5 en 6)
- Ga lezen in je leesboek

Laatste 10 minuten: dictee

Slide 11 - Slide

Weektaak
- Werk verder aan je weektaak
(Spelling H1: 2, 3, 5 en 6)
- Ga naar de methodesite (via SOM)
1 Bijspijkeren
2 Spelling
3 Maak 1.6 en 1.7

Slide 12 - Slide

Dictee (opdr. 7)
1 Op de manege is het slecht gesteld met de veiligheid.
2 Toen de voetballer opzettelijk een fout maakte, moest hij van het veld verdwijnen.
3 Uit de peiling bleek dat de voorstanders in de minderheid waren.
4 Het bikinimodel at tussen de fotoshoots door een ananas.
5 Na maanden had de politie de misdadigers eindelijk te pakken.

Slide 13 - Slide

Dictee (opdr. 7)
6 Met de hoogste cijfers haalde de student zijn diploma.
7 De boer sjouwde het pasgeboren kalfje naar de wei.
8 Automatisch kregen de deelnemers immuniteit toen ze de proef wonnen.
9 De voorbijganger keek nieuwsgierig naar het romantische stelletje in het park.
10 Een nummer één hit is het bewijs van muzikaliteit.

Slide 14 - Slide